Jezus blijkt Gods Zoon: luister naar hem

Preek over zondag 6 Heidelbergse Catechismus

orde middagdienst
votum en groet
zingen: Liedboek 434,1-3
gebed
Schriftlezing Marcus 1:1-13
zingen: Psalm 2,3.4
preek over Zondag 6
zingen: Psalm 89,11
geloofsbelijdenis
zingen: Liedboek 434,5
gebed
inzameling van gaven
zingen: Liedboek 225
zegen

Eerst maar even terug naar vorige week. Zondag 6 is een vervolg op zondag 5 en zo is ook deze preek een vervolg op die van toen. De zondagen gaan over Jezus, over wie hij is, mens en God, en over wie hij voor ons wil zijn. Net even anders gaat het ook over Jezus als mens en God in een uitspraak van Paulus de apostel. Hij noemt Jezus in Romeinen 1:3 en 4: een mens voortgekomen uit het nageslacht van David (vers 3) en aangewezen als Zoon van God en door de heilige Geest bekleed met macht toen Hij opstond uit de dood (vers 4). Vorige week ben ik begonnen vanuit wat Paulus zegt in Romeinen 1:3; nu ga ik verder met vers 4.

Paulus noemt Jezus dus niet zomaar een mens, hij noemt hem Davidszoon, Koning dus. Een koning is niet zomaar een mens. Hij vertegenwoordigt zijn volk. Wat er met de koning gebeurt raakt ook zijn volk, gebeurt ook met zijn mensen. Zo kun je waar het in zondag 5 en 6 om gaat veel eenvoudiger weergeven en het ook dichter bij je laten komen. Als je aan de bijbel de vraag stelt: hoe kan ik ontkomen aan zonde, ellende en straf, dan ontmoet je daar Jezus zelf, de Koning van Israël, die koninklijk zegt: Joh, volg mij. Je wordt gered door dat te doen, door bij zijn volk te gaan horen.

Zoiets ga ik nu vanmiddag nog een keer zeggen. Want Paulus noemt Jezus aan het begin van Romeinen ook niet zomaar God, of goddelijk. Hij zegt dat Jezus als Zoon van God is aangewezen en door de Heilige Geest bekleed met macht toen hij opstond uit de dood. Wat daarbij opvalt is dat Jezus’ Zoon van God zijn iets is waar iets mee gebeurt. Het wordt aangewezen, verklaard zo te zijn, en het wordt bekleed met macht, verheerlijkt. Dat Jezus niet alleen mens is, maar ook God is, is niet maar een gegeven, dat gewoon zo is en zo blijft en meer niet. Juist daar gebeurt iets mee in zijn leven. Daar wil ik vanmiddag even met u naar kijken. Ook al klinkt dit misschien nog erg vreemd en ingewikkeld, ik denk dat het er uiteindelijk eenvoudiger van wordt en dat Jezus er dichter door bij ons komt.

Paulus zegt dus dat Jezus aangewezen is als Zoon van God toen Hij opstond uit de dood. Intussen is dat niet de eerste keer dat Jezus is aangewezen als Zoon van God. We hebben uit Marcus gelezen over één van de andere keren. Bij de doop van Jezus door Johannes de Doper komt de heilige Geest op hem neer als een duif en klinkt er een stem uit de hemel: Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde. Als dat geen aanwijzen van Jezus als Zoon van God is, wat is het dan wel? Ergens halverwege de meeste evangeliën vinden we zoiets nog een keer, bij de verheerlijking van Jezus op de berg: uit een wolk klinkt dan de stem: Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar hem! (Mar. 9:7). Dat ‘naar hem moeten jullie luisteren’ zit natuurlijk ook opgesloten in die scène bij de doop, en evengoed zit het erbij in bij Paulus: deze Jezus is onze Heer, naar hem moeten we luisteren.

Laat ik dat er maar gelijk even uit naar voren halen ook. Vorige keer zagen we dat de bijbel geen moeilijke woorden en lange redeneringen nodig heeft om antwoord te geven op de vraag: hoe kan ik dan gered worden? Het antwoord dat bij Jezus als Zoon van David hoort is heel eenvoudig: nou, als je gered wilt worden, volg mij, volg hem. Net zo eenvoudig is het antwoord van de bijbel dat bij Jezus als Zoon van God hoort: luister naar hem, doe wat hij zegt, ontvang wat hij je geeft, dan word je gered.

Dat eenvoudige wordt mooier en dieper als je je vervolgens de vraag stelt: naar wie luister ik dan? Nou, volg de pijlen, Jezus wordt een aantal keren aangewezen als Zoon van God. Als we die pijlen volgen dan zien we in ieder geval twee dingen: we zien dat we dan luisteren naar de Zoon van God als de unieke drager van de Heilige Geest en luisteren naar de Zoon van God als de unieke gever van de Heilige Geest. De drager en de gever, dat geeft gelijk aan dat er iets gebeurd is met dat Zoon van God zijn van Jezus. Het is niet maar een vanzelfsprekend gegeven dat altijd op de achtergrond staat.

Laten we beginnen met nog even naar Marcus te kijken. Hij laat er geen misverstand over bestaan: zijn evangelie gaat over Jezus Christus, Zoon van God. En Jezus is ook echt God, want Johannes de Doper, die voor Hem uitging, baande een weg voor de Heer zelf. En iemand van wie Johannes zegt dat hij het niet waard is om voor hem te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken, iemand die zelf doopt met de heilige Geest van God, die kan niet anders dan zelf God zijn.

Maar als Jezus dan komt en gedoopt wordt krijgt hij eerst op een unieke manier de heilige Geest en wordt hij vervolgens aangewezen als Zoon van God. Daar moeten we goed op letten. Eerst de Geest, dan de aanwijzing. De geliefde Zoon van God is eerst iemand die op een unieke manier drager van de heilige Geest is. En door die Geest wordt hij meteen de woestijn in gestuurd om door de Satan op de proef gesteld te worden. Hij is de Zoon van God zelf. De engelen zorgen voor hem. Maar hij is niet de Zoon van God in macht, maar de Zoon van God in zwakheid en lijden, in aanvechting en beproeving. De kracht in hem is de kracht van de heilige Geest.

En dat blijft zo in de evangeliën. Ook bij zo’n verheerlijking op de berg blijft het gaan om Jezus lijden in Jeruzalem. Behalve door boze geesten en bezetenen wordt hij alleen Zoon van God genoemd door de Romeinse bevelhebber bij het kruis, als hij gestorven is. De Zoon van God naar wie wij moeten luisteren, die onze Heer is, is degene die komt lijden en sterven, die de last van Gods toorn komt dragen, en die dat doet door de heilige Geest. Als ik nu eens door de Geest van God de demonen uitdrijf… Wat alle evangeliën door blijft opvallen, is dat Jezus niets in eigen kracht doet, maar alles in directe afhankelijkheid van zijn Vader, als degene die op een unieke manier drager van de Geest is, van de Geest van wijsheid en inzicht, de Geest van kracht en verstandig beleid, de Geest van kennis en eerbied voor de Heer (Jes. 11:2).

Zodra je daarop gaat letten gaan de evangeliën weer voor je leven. Precies andersom als gebeurt als je Jezus Zoon van God zijn als een gegeven neemt. Dan wordt Jezus zomaar een verklede prins voor wie eigenlijk alles een koud kunstje is. Hij heeft de wijsheid en het inzicht om de beproevingen van de duivel te kunnen weerstaan. Ja, logisch, want Hij is God en veegt wel de vloer aan met duivels en zo. Ziekten en handicaps tovert hij wel weg en met tegenstand weet hij wel raad, want hij is God. En dan is er niets meer aan.

Maar in de werkelijkheid die de evangeliën beschrijven draagt Jezus de last van Gods toorn niet eenvoudig uit kracht van zijn godheid, maar door de kracht van de heilige Geest, die hij op een unieke manier ontvangen heeft. Daarin is hij veel herkenbaarder voor ons, die door hem ook dragers van de Geest zijn geworden. Het is de moeite waard om de evangeliën nog eens te lezen en je af te vragen waar je bij ons bekende gaven van de Geest gewoon in actie bij Jezus zelf terug ziet. Dan kan opvallen dat de overeenkomsten tussen hem en ons veel groter zijn dan de verschillen en dat zelfs de verschillen nog een appèl op je doen.

Jezus Zoon van God zijn komt tenslotte niet uit in zijn kracht, maar in zijn openheid voor God en voor zijn Geest in zijn zwakheid. Hij is uniek omdat hij, zoals Johannes ergens zegt, de Geest zonder maat ontvangen heeft (3:34) en voor die mateloze overvloed als Zoon van God ruimte heeft en ruimte geeft. Dát is anders dan bij ons. Jezus werpt geen blokkades op naar zijn Vader en naar zijn Geest. En zelfs dat appelleert op ons om ook geen blokkades op te werpen, maar ruimte te maken voor de overvloed van Geest die Jezus uitgestort heeft. In ieder geval komt in die open gerichtheid op God voor Jezus zijn geliefde Zoon van God zijn uit. Hij is de unieke drager van de heilige Geest. En juist daarom degene naar wie wij moeten luisteren. Dat valt me nu nog eens extra op in dat vers van Johannes dat ik net aanhaalde, 3:34: Hij die door God gezonden is, spreekt de woorden van God, want God heeft hem de Geest in overvloed geschonken. Jezus is de Zoon, maar wordt eerst aangewezen als de grote drager van de heilige Geest, dé drager van de Geest voor mensen die uit zichzelf die Geest niet verdragen. Nou, luisteren dan naar Hem. Dan word je gered. Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven.

En dan wordt Jezus nog een keer aangewezen als Zoon van God, door zijn opstanding uit de doden. Weer is daar de heilige Geest bij betrokken. Hij bekleedt Jezus met kracht. Hij is het uiteindelijk die effectief levend maakt, die ook ons eens opwekken zal, volgens Romeinen 8:11. We belijden hem straks niet voor niets als de Heer die levend maakt. Maar nu, bij de opstanding, wordt Jezus dus aangewezen als Zoon van God in heerlijkheid. Er is iets gebeurd met zijn Zoon van God zijn. Paulus noemt dat in 1Kor. 15, dat Jezus als de laatste Adam een levendmakende geest werd. Daarin trekt hij samen wat je op de grens van de evangeliën en Handelingen en vooral op Pinksteren ziet gebeuren: nu Jezus uit de doden is opgewekt heeft hij uitgestort wat jullie zien en horen. Hij is de unieke gever van de Geest geworden.

Zo komen we weer terug bij Marcus, bij wat Johannes de Doper zei. Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de heilige Geest. Hij maakt ons tot dragers van de Geest, ergens net als hij zelf bij zijn leven is geweest. Hij is niet maar zelf onze wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en volkomen verlossing, dat ook, maar hij geeft ons er ook effectief deel aan door ons dragers te maken van de Geest van wijsheid, die rechtvaardig laat leven, toegewijd aan God als onze Vader. Als die Geest in ons woont, zal hij ook onze sterfelijke lichamen eens opwekken en zo Gods verlossing volkomen maken. Van Jezus als Gods Zoon ontvang je zijn Geest om in zijn geest te kunnen leven, metterdaad. En net als bij Jezus begint dat met afhankelijkheid, met een biddend leven, met permanente afstemming op Jezus en op zijn Vader. Jezus’ Geest laat je net als hij een open leven leiden, open naar God, en open naar de mensen naast je. En net als bij Jezus gaat dat verder met een leven niet door kracht, niet door geweld, maar door de Geest van liefde en trouw, van geduld en zachtmoedigheid, van taaie goedheid, midden in een wereld die leeft van kracht, geweld en geld, en als onderdeel van een kosmos die vergankelijk is, in zwakheid dus. Maar het is, net als bij Jezus, een leven door de Geest van het kindschap, de Geest die je Vader tegen God laat zeggen, en het is nog waar ook. Als je de Geest van de Zoon van God ontvangt blijk je zelf kind van God te zijn, niet alleen in naam, maar ook in daden, woorden en gedachten.

Dat kan ook nog weer verder worden uitgewerkt, maar ik heb het gevoel dat ik al heel veel bijbel overhoop heb gehaald vanmiddag. Ik wil even terug naar de kern. Als je met zo’n vraag als waarmee zondag 5 begint, met die vraag: maar hoe kan ik dan gered worden? naar de bijbel gaat, dan hoor je Koning Jezus zeggen: volg mij! En dan hoor je bij Jezus je toeroepen: Hij is mijn geliefde Zoon, naar hem moet je luisteren. Zo word je gered. En als je dan luistert, dan hoor je Jezus als unieke drager en gever van de heilige Geest ook tegen jou zeggen: joh, ontvang mijn Geest, heilige Geest. Hij leert jou Vader tegen God zeggen en werkelijk kind van God zijn. En als je zo gedoopt bent met de heilige Geest mag je ook op een nieuwe manier verder lezen in Marcus. Die stem uit de hemel richt zich dan ook tot jou: jij bent mijn geliefde zoon, mijn geliefde dochter, in jou vind ik vreugde. Dat is nog eens gered worden, zo eenvoudig als wat, maar eindeloos diep. Amen.

gehouden in: Amsterdam-ZW i.c.m. CGK/NGK De Bron, 18 juli 2010
in een eerdere versie gehouden in: Loenen-Abcoude, 24 april 2005
Beverwijk, 2 maart 2008
Bussum-Huizen, 16 maart 2008

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *