Dertiende zondag door het jaar (Sacramentsdag) – Terts

korte stilte

℣ God, kom mij te hulp,
℟ Heer, haast u mij te helpen.

Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen. Halleluja.

hymne: Nunc, Sancte, nobis, Spiritus

Kom, Geest, die zijt in ’t hemelrijk,
de Vader en de Zoon gelijk,
verwaardig u, keer tot ons in,
vervul ons hart en ziel en zin.

Mond, tong en geest en zin en kracht
belijden zingende uw macht,
laat vuur van liefde door ons gaan
en naar de naaste overslaan.

Doe ons de Vader en de Zoon
aanschouwen in de hoge troon,
o Geest van beiden uitgegaan,
wij bidden u gelovig aan.

antifoon

Uw volk hebt u gevoed met engelenspijs.

U verschafte hun brood uit de hemel, halleluja.

eerste psalm: Psalm 139:1-12 — De Heer doorschouwt alles
Wie kent de gedachten van de Heer, wie was ooit zijn raadsman? (Rom. 11:34).

HEER, u kent mij, u doorgrondt mij,
u weet het als ik zit of sta,
u doorziet van verre mijn gedachten.
Ga ik op weg of rust ik uit, u merkt het op,
met al mijn wegen bent u vertrouwd.

Geen woord ligt op mijn tong,
of u, HEER, kent het ten volle.
U omsluit mij, van achter en van voren,
u legt uw hand op mij.
Wonderlijk zoals u mij kent,
het gaat mijn begrip te boven.

Hoe zou ik aan uw aandacht ontsnappen,
hoe aan uw blikken ontkomen?
Klom ik op naar de hemel – u tref ik daar aan,
lag ik neer in het dodenrijk – u bent daar.

Al verhief ik mij op de vleugels van de dageraad,
al ging ik wonen voorbij de verste zee,
ook daar zou uw hand mij leiden,
zou uw rechterhand mij vasthouden.

Al zei ik: ‘Laat het duister mij opslokken,
het licht om mij heen veranderen in nacht,’
ook dan zou het duister voor u niet donker zijn –
de nacht zou oplichten als de dag,
het duister helder zijn als het licht.

Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

tweede psalm: Psalm 139:13-18 — De Heer doorschouwt alles
Wie kent de gedachten van de Heer, wie was ooit zijn raadsman? (Rom. 11:34).

U was het die mijn nieren vormde,
die mij weefde in de buik van mijn moeder.
Ik loof u voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan,
wonderbaarlijk is wat u gemaakt hebt.
Ik weet het, tot in het diepst van mijn ziel.

Toen ik in het verborgene gemaakt werd,
kunstig geweven in de schoot van de aarde,
was mijn wezen voor u geen geheim.
Uw ogen zagen mijn vormeloos begin,
alles werd in uw boekrol opgetekend,
aan de dagen van mijn bestaan ontbrak er niet één.

Hoe rijk zijn uw gedachten, God,
hoe eindeloos in aantal,
ontelbaar veel, meer dan er zandkorrels zijn.
Ontwaak ik, dan nog ben ik bij u.

Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

derde psalm: Psalm 119:1-8 (Alef) — Overweging van het woord van de Heer in de wet
God liefhebben houdt in dat we ons aan zijn geboden houden (1 Joh. 5:3).

Gelukkig wie de volmaakte weg gaan
en leven naar de wet van de HEER,
gelukkig wie zijn richtlijnen volgen,
hem zoeken met heel hun hart.
Zij bedrijven geen onrecht,
maar gaan de wegen die hij wijst.

Uw regels hebt u gegeven
opdat wij ons eraan houden.
Laat toch mijn wegen recht zijn,
ik wil mij houden aan uw wetten.

Ik zal nooit beschaamd staan
als ik uw geboden in acht neem.
Ik zal u loven met een oprecht hart
als ik uw rechtvaardige voorschriften leer.
Ik zal mij houden aan uw wetten –
verlaat mij dan niet voorgoed.

Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

antifoon

Uw volk hebt u gevoed met engelenspijs.

U verschafte hun brood uit de hemel, halleluja.

kapittel: 1 Korintiërs 11:23-24

Broeders en zusters, wat ik heb ontvangen en aan u heb doorgegeven, gaat terug op de Heer zelf. In de nacht waarin de Heer Jezus werd uitgeleverd nam hij een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood en zei: ‘Dit is mijn lichaam voor jullie. Doe dit, telkens opnieuw, om mij te gedenken.’

vers

℣ Hij heeft hen gevoed met de edelste tarwe, halleluja,
℟ en hen verzadigd met honing uit de rots, halleluja.

slotgebeden

℣ Heer, ontferm u over ons.
℟ Christus, ontferm u over ons.
℣ Heer, ontferm u over ons.

℣ HEER, hoor mijn gebed,
℟ laat mijn hulpkreet u bereiken.

korte stilte

Heer onze God, in mensen komt u ons tegemoet, in hun gelaat kunnen wij u herkennen. Wij bidden u dat wij aan deze uitnodiging niet voorbijgaan, maar gastvrij worden en openstaan voor ieder die uw profeet kan zijn en ons op zijn manier verhaalt van uw Zoon, Jezus Christus, die met U leeft en heerst in de eenheid van de heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.