Wie wil je worden?

lezing gehouden op de vooravond van de dies natalis van de VGSU, 7 april 2010

Amicae amicique, bijna ontketende feestgangers,

Dank voor jullie uitnodiging om vanavond te spreken, over jullie zinspreuk nog wel: God dienen is ware vrijheid. De setting van vanavond nodigt uit daarbij maar direct met de deur in huis te vallen. Ik sta hier voor een groep studenten. Jullie zijn permanent bezig met wat jullie willen worden. Misschien al heel concreet: je weet wat je wilt en je hebt bij wijze van spreken je sollicitatiebrief al in schets in je computer staan. Misschien nog heel vaag: je wilt iets met je studie, maar je weet nog niet wat. Maar ik verwacht dat het voor bijna iedereen van jullie wel op een of andere manier zal kloppen, dat je gericht bent op je toekomst. Daar doe je het allemaal voor, ook als het buffelen voor een rottig tentamen is. Dat is precies waar het ook bij God dienen om gaat: gericht zijn op je toekomst, bezig zijn met wat je wilt worden.

Nog wat dichter bij: jullie zitten hier nog net, maar je bent natuurlijk vooral op weg naar het feest straks. Het is natuurlijk ergens een risico als je een dominee vraagt je een tijdje bezig te houden over God dienen, vrijheid en ontketening, terwijl je je eigenlijk al zit te verkneukelen over een nacht boefjes en belhamels en bier voor € 1,50, maar dat is een risico dat jullie genomen hebben. In ieder geval is hier nog net zitten, maar vooral op weg zijn naar een feest straks ook een mooie beschrijving van waar het bij God dienen om gaat. Kortom, jullie zijn in wat je bent (student) en in waar je deze dagen mee bezig bent (feestganger zijn), zelf een aardige illustratie van waar ik het nu verder over ga hebben. Ik ga die illustratie schaamteloos uitbuiten.

Ontketening doet me in ieder geval zelf direct terugdenken aan mijn eigen studententijd. Ik wilde zo ongeveer alles tegelijk studeren (filosofie, geschiedenis, talen, theologie, sociale wetenschappen, desnoods zelfs statistiek) en ging dus de enige studie volgens waarbij dat in theorie allemaal kon: theologie. En ik ben in die voor tegenwoordige studenten goede oude tijd geëxplodeerd in maar liefst 8,5 jaar eindeloos lezen, discussiëren, ouwehoeren, kritische vragen stellen en ruzie maken met hoogleraren die niet tegen kritische vragen konden. Kampen destijds was achteraf gezien natuurlijk de verkeerde plaats om zoiets te doen. Het zou nu al een stuk beter gaan, trouwens. Maar afgezien daarvan — als jij de goede studie gekozen hebt zul je vast iets herkennen van het plezier om helemaal in je vak te springen, nieuwe werelden te verkennen, eindeloos te kunnen gaan, steeds meer, steeds verder, geboeid en juist daarom vrij.

Je merkt er gelijk aan dat vrijheid een lekker complex begrip is. Het betekent in ieder geval niet dat je maar kunt doen wat je wilt. Als je gaat studeren en alleen maar doet wat je wilt ga je zeker een serie tentamens verprutsen. En dat is een signaal dat je veel meer gaat verprutsen. Als vrijheid niet meer zou zijn dan ruimte voor willekeurige of spontane actie zou vrijheid niet meer opleveren dan chaos. Maak van je studie zo’n chaos en je zult vanzelf ontdekken dat je over tien jaar niet vrij bent, maar een loonslaaf op een plek ver onder je niveau. Vrijheid hebben om te studeren, zoals jullie hebben, betekent dat je de ruimte hebt om een vrolijke, weldoordachte keuze te maken een levenspad te kiezen ergens heen (je wilt iets worden), inclusief verantwoordelijkheid dat levenspad ook te gaan, met alle consequenties van dien. Inclusief concentratie op wat je te leren hebt, af te leren ook, inclusief steeds weer een ‘kill your darlings’ bij tentamens, je scriptie, en zeker bij je promotie.

Je wilt iets worden en je krijgt de mogelijkheden daarvoor, dat is vrijheid bij studeren. Die mogelijkheden niet gebruiken omdat je geen zin hebt je iets te ontzeggen of omdat onderdelen van je studie je niet aanstaan is geen vrijheid, maar gewoon dom en een signaal dat je niet beseft wat voor voorrecht je hebt gekregen. In het beste geval is het een teken dat je de verkeerde studie hebt gekozen omdat je eigenlijk helemaal niet iets wilt worden wat met die studie te maken heeft. Iets anders gaan doen is dan het beste advies.

Bij God dienen is het echt precies hetzelfde als bij studeren, in heel veel opzichten. Je wilt iets worden en je krijgt de mogelijkheden daarvoor, dat is vrijheid bij God dienen. Als je dat vooral ervaart als een moeten en weinig als vrijheid, roept dat tenminste de vraag op of je eigenlijk wel wilt worden wat God je wil maken. Daar moeten we dus eerst maar eens even bij stilstaan, bij wat God ons wil maken, bij wat we gaan worden. Als je dat dan nog steeds niet wilt kun je ook in je leven beter wat anders gaan doen. Laten we zo nuchter wel zijn. Maar ik zou het wel wat vreemd vinden. Tenslotte is het nogal de moeite waard wat we bij God gaan worden.

Bij grote zaken horen grote woorden. Als het gaat over wat God van ons wil maken kunnen we grote worden dan ook niet vermijden. Wie Jezus volgt is niet op weg naar de hemel. Dat is niet meer dan een tijdelijk tussenstation. Wie Jezus volgt is op weg naar een nieuwe werkelijkheid op een vernieuwde aarde. En dat is niet een werkelijkheid van verveling in een groot koor onder leiding van Bach, maar een werkelijkheid van altijd meer, altijd groter, altijd weer nieuw. En daarin gaan we niet een eeuwigheid van zalig nietsdoen tegemoet (dat lijkt me eerder de hel), maar gaan we volgens de eenduidige boodschap van de bijbel met Jezus Christus koningen en priesters zijn: regeren over die werkelijkheid en samen met die werkelijkheid onszelf aan God wijden in aanbidding. We komen op een nieuw en hoger niveau terug bij het paradijs: bewerken en bewaren van de tuin in liefde, trouw, eerlijkheid, recht, vrede, goedheid, bloei.

De huidige geschiedenis eindigt volgens Openbaring 22 in een nieuwe geschiedenis:

3 De troon van God en van het lam zal daar in de stad staan. Zijn dienaren zullen hem vereren 4 en hem met eigen ogen zien, en zijn naam staat op hun voorhoofd. 5 Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn. En zij zullen als koningen heersen tot in eeuwigheid.

God vereren en regeren dat is de dubbele roeping van de nieuwe mensen in de nieuwe stad. En dat staat niet alleen hier, maar ook in Openbaring 1:5-6, 3:21, 5:9-10, 20:4-6, Rom. 5:17, 8:17, 1Kor. 6:1-5, 2Tim. 2:8-13, Mat. 19:28-30 en nog vele andere plaatsen meer. De gelijkenissen van de knechten die talenten of 100 drachmen krijgen om hier handel mee te drijven eindigen ook niet voor niets met de beloning van het bestuur over steden. Zoals het God altijd al ging om leven met zijn mensen als een koninkrijk van priesters, zo gaat het aan het eind helemaal worden. Als jij Jezus volgt is wat je gaat worden zo groot: God totaal vereren en met hem als koning of koningin heersen tot in eeuwigheid: werkelijk goed bestuur over een nieuwe aarde.

Christelijke vrijheid is dat jij hier de mogelijkheden krijgt om dat straks helemaal te gaan worden. Dit leven is je studietijd, echt aan het werk gaan komt straks, maar aan stages is nu al geen gebrek. Kijk zo nog eens naar het beroemde slot van Matteüs en je ziet dat ik met de vergelijking met studeren niet iets vreemds doe:

18 Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. 19 Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, 20 en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’

Leerlingen maken leerlingen die tot aan de voltooiing van deze wereld leerlingen blijven. Niet om ze klein te houden, maar juist om ze te laten groeien. We zijn niet geroepen tot iets kleins, maar juist tot iets glorieus groots.

Dat doel is de sleutel voor christelijk leven en voor al ons nadenken daarover. Het gaat er om dat wij iets gaan worden. Daar is alles dienstbaar aan. Het gaat er dus niet maar om dat wij ons op een bepaalde manier gaan gedragen. Dan zou je aan een set regels genoeg hebben: doe dit, laat dat. Dat levert wellicht een bepaald gedrag op. Het kan ook best van alles aan goeds opleveren, zeker in een leeromgeving. De meeste dingen leer je door eerst instructies op te volgen. Van trivialiteiten als tafelmanieren en omgangsvormen tot grootheden als hoe zet je een verantwoord onderzoek op. Maar als het bij regels blijft, blijft het ook bij gedrag en word je er niet anders van. Als je christenleven niet meer is dan regels volgen, gehoorzamen en je gedragen is het nog niet veel.

Pas als waar het in die regels om gaat je eigen wordt, als je uit jezelf gaat doen wat die regels ook zeggen kom je bij waar het om gaat. Je bent pas een wellevend mens als je vanuit je hart met anderen omgaat. Je bent pas een onderzoeker als je al die do’s en don’ts die bij onderzoek horen helemaal binnen hebt zitten en er niet meer over hoeft na te denken. Net zo ben je pas een goed mens als je uit jezelf doet wat goed is. Dat is precies het doel dat God mens ons heeft: ons echt goede mensen maken, creatief en open, rechtvaardig en trouw, vrolijk en constructief. Als zo iemand ben je niet maar een gehoorzame burger, fatsoenlijk, maar saai, maar in staat om koning te zijn. Zelf te regeren. God is niet op zoek naar mensen die hem gehoorzamen, maar naar mensen die hem en elkaar liefhebben, zelf.

Je ziet het Nieuwe Testament daar permanent heen sturen. Geboden verdwijnen niet, maar komen duidelijk in dit kader te staan, het kader niet maar van gedrag, maar van karaktervorming. Waar het om gaat is dat er vruchten van de Geest groeien (Gal. 5):

22 Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, 23 zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft.

Dat zijn stuk voor stuk dingen die zich niet slechts laten gebieden. Heb lief omdat het moet, wees blij omdat het moet, verspreid vrede om je heen omdat het moet, heb geduld omdat het moet, wees vriendelijk omdat het moet, wees goed omdat het moet, vertrouw omdat het moet, wees zachtmoedig omdat het moet, beheers jezelf omdat het moet — het levert alleen maar doen alsof op. Vrucht van de Geest is dat je zo iemand wordt. Dat is de bedoeling.

En daar studeer je dus voor als christen. Het zou een tamelijk riskant misverstand zijn te denken dat dit soort vruchten vanzelf groeien in mensen. Wat vanzelf groeit in mensen is juist het omgekeerde: haat, chagrijn, oorlog, ongeduld, hardheid, slechtheid, wantrouwen, je uitleven. Iedereen, christen of niet, heeft daarmee te maken in zichzelf. Dat overwinnen is ons zelfs uiteindelijk te zwaar. Het zijn niet voor niets vruchten van de Geest van Jezus. Maar hij schakelt ons daar wel helemaal bij in. God gaat met ons altijd als met mensen om en gunt ons de eer van verantwoordelijkheid. Des te meer reden om even te kijken naar hoe je dan als christen kunt studeren om zo iemand te worden.

Er zijn twee structuren in een mensenleven die de Geest overduidelijk gebruikt om ons goede mensen te laten worden — nu even afgezien van de wolk aan geboden, tips, aanwijzingen en zo. Je komt ze allebei op het spoor aan de hand van de karaktertrekken van Galaten 5. Liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, vertrouwen, zachtmoedigheid en zelfbeheersing leren we als mensen allemaal doordat anderen het bij ons doen. Liefhebben leer je doordat iemand van jou houdt. Vertrouwen leer je doordat iemand jou vertrouwt. En zo voort. Het zijn stuk voor stuk dingen die ook in allerlei van Gods geboden aan de orde komen, maar wat uiteindelijk echt impact heeft in je hart is dat Jezus het allemaal voor mij is. Dat hij zo met mij omgaat, continu. Dat raakt me, maakt me zacht, en laat iets groeien in me van: zo wil ik ook zijn. Dat is de ene structuur: je leert goedheid doordat een ander goed voor jou is. Hij is heel gewoon en werkt bij alle mensen zo. God gebruikt haar in onze studie om een goed mens te worden.

De andere structuur is net zo gewoon: mensen willen worden zoals degene die ze bewonderen. Je kunt geen sportheld bewonderen en niet tenminste het verlangen kennen ook iets te kunnen van wat hij of zij kan, al is het maar een beetje. Je kunt geen goed mensen bewonderen zonder zelf ook maar het verlangen te kennen ook goed te zijn. Je kunt Jezus niet bewonderen zonder op hem te willen lijken. Je kunt Gods geduld met jou niet bewonderen zonder tenminste aan je ongeduld te willen werken. Het kan best zijn dat je bij dat alles veel te snel de moed opgeeft en denkt: ik kan nooit zoiets dus laat maar zitten. Maar dat blijft altijd toch je eigen diepste verlangen verloochenen. God wil juist dat je dat verlangen koestert omdat hij het eens helemaal zal vervullen. Hij gebruikt dat soort menselijke structuren om ons te vormen.

Beide dingen betekenen dat een flink deel van ons studeren voor koning en koningin op Gods nieuwe wereld bestaat uit het intensief letten op God zelf, op Jezus, op wie hij is en wat hij voor jou doet. Bij de mogelijkheden die jij krijgt hier om straks zo iets moois te worden horen alle kansen om bijbel te lezen, om naar de kerk te gaan en Jezus voor je uitgetekend te krijgen, samen voor God te zingen, uitvoerig te genieten van zijn liefde, vreugde en vrede, en hem te bewonderen, je in gebed helemaal op hem te richten. Sla het over en je zult merken dat God dienen steeds meer vreemd voor je wordt en een last die je liever aflegt. Neem er de tijd voor te vieren wie God is en te genieten van hoe hij met je omgaat en je zult merken dat het wortels krijgt helemaal in jezelf. Dat het echt iets van jou wordt om een werkelijk goed mens te willen worden, in staat om eens met Jezus God te vereren uit alle macht en zijn nieuwe wereld te beheren. Het zou zelfs zomaar kunnen gebeuren dat je je helemaal ontketend voelt om steeds meer te willen weten van God, van zijn grote daden, van Jezus’ liefde, van wat er allemaal komt, en eindeloos te gaan in die eindeloze wereld van God die je vindt in de bijbel.

Wat je dan merkt is dat je hier al mag beginnen met later. Je mag leren door alvast te oefenen. Midden in een wereld die nog in het kwaad ligt en onder de vloek, en terwijl je zelf nog helemaal niet af bent en nog helemaal verbonden met de huidige werkelijkheid. Het nieuwe is al wel begonnen in Jezus en als er iets is wat hij tegen je zegt is: je wilt naar mijn nieuwe wereld, je wilt straks samen met mij als echt goed mens regeren en je zo aan God en de anderen wijden, prima, wil ik ook, begin maar alvast. Ik vertrouw je dat wel toe, en help je er nog bij ook. Ja, dan wordt het best wel spannend, maar gelijk ook eindeloos boeiend, je leven één aaneenschakeling van mogelijkheden om te leren, te groeien en te worden wie je wilt zijn.

Spannend, want er is echt veel te leren en af te leren. Karaktervorming is niet iets dat vanzelf gaat. Als we van slaven van het kwaad vrije goede mensen moeten worden grijpt dat best diep in. Heel je mentaliteit wordt onder handen genomen. Een stukje Paulus, wel bekend, denk ik (Rom. 8):

12 Broeders en zusters, we hoeven ons niet langer te laten leiden door onze eigen wil. 13 Als u dat wel doet, zult u zeker sterven. Als u echter uw zondige wil doodt door de Geest, zult u leven. 14 Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God. 15 U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. 16 De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. 17 En nu we zijn kinderen zijn, zijn we ook zijn erfgenamen, erfgenamen van God. Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten delen in zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister.

Begin maar met leven als kind van God betekent: neem afstand van je oude slavenmentaliteit van passief zijn en je laten sturen. Begin maar met regeren over de schepping in het klein en dichtbij door je eigen lichaam en je eigen wil te vormen. Dat kost moeite, met alles wat er in je huist, maar het kan, door de Geest van God die in je woont. En bedenk maar wat het doel is. Doen wat je wilt en hele stukken van je studie overslaan omdat ze je niet aanstaan is bij je studeren ook geen ware vrijheid, maar gewoon dom. Leren afstand te nemen van het kwaad, breken met slechte gewoonten, jezelf aanpakken overslaan omdat het je niet aanstaat is ook geen christelijke vrijheid, maar gewoon dom. Daar wordt je niks goeds van.

Dat vruchten niet vanzelf groeien, ook de vruchten van de Geest niet, maar snoeien, bijhouden, water geven en nog veel meer vergen, daar laat Paulus geen misverstand over. Een ander stukje nog (Kol. 3):

Maak dus wat aards in u is dood: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht – hebzucht is afgoderij –, 6 want om deze dingen treft Gods toorn degenen die hem ongehoorzaam zijn. 7 Vroeger hebt u ook die weg gevolgd en zo geleefd, 8 maar nu moet u alles wat slecht is wegdoen: woede en drift, vloeken en schelden. 9 Bedrieg elkaar niet, nu u de oude mens en zijn leefwijze afgelegd hebt 10 en de nieuwe mens hebt aangetrokken, die steeds vernieuwd wordt naar het beeld van zijn schepper en zo tot inzicht komt. [..] 12 Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid en geduld. 13 Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. 14 En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. 15 Laat in uw hart de vrede van Christus heersen, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. Wees ook dankbaar. 16 Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing met heel uw hart psalmen en hymnen voor God en liederen die de Geest u vol genade ingeeft. 17 Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door hem.

Dat is, in alle concreetheid, wat christenen te doen hebben, juist omdat ze door Gods goedheid en genade gered worden. Je kunt er zo in je leven mee aan de gang. Doe maar alvast. Hoe reageer jij straks? Radicaal genoeg: dood maken, wegdoen, je kleden in, bewust kiezen om aan te trekken. Dit gaat echt om veel meer dan om regels voor gedrag, het gaat om bewust werken aan het worden van iets: het worden van echt goede mensen. Bewust al leven gericht op Christus, die boven is en hier beneden komt, al vast beginnen met worden wie je eens helemaal zult zijn.

Dat doel blijft de sleutel voor alles. Wie wil jij straks worden? is de vraag die alles open haalt en beweging in je leven wil brengen. Als het voelt als alleen maar veel moeten en alleen maar een last, als iets dat niets met vrijheid te maken heeft, heb je dan dat doel nog wel scherp? Je studie kost ook wel eens moeite, en jezelf aanpakken en dingen ontzeggen, waarvoor doe je dat? Nou, hier zit net zoiets: je doet het ergens vóór. Christelijke vrijheid is dat jij de mogelijkheden krijgt te worden wie God jou wil maken. Ook de mogelijkheden af te leren, kwijt te raken.

Een ander, praktisch, voorbeeld. In het kerkgebouw waar ik vaak zit te werken oefent de laatste maanden een paar keer per week een drummer. Hij drumt al heel lang, maar met rechts, terwijl hij links is. Dat zorgde ervoor dat hij op een gegeven moment niet verder kon groeien als drummer. Juist bij improvisaties en snelle reacties ging het fout omdat links de leiding wilde nemen. Dus is hij nu eindeloos aan het oefenen om andersom te leren drummen, met links als leidende hand. Ik zie hem steeds vrolijker worden. Het werkt. Hij gaat zijn doel bereiken. Dat motiveerde hem om veel moeite te doen. Maar het loont. Veel in ons christelijk leven werkt net zo. Ik zie niet in waarom je daar anders mee om zou gaan.

Kijk zo eens in je leven rond en je zult van alles anders gaan zien. Die gemeente met ook die irritante mensen is bedoeld om jou te leren liefhebben. Dat is geen kunst met alleen maar aardige mensen die ook van jou houden. Nu zijn er ook anderen, van wie het heel moeilijk houden is. Mooi. Waarom moet jij dat nu weer hebben, net die ene treincoupé treffen met die eindeloos luidruchtige en vervelende gasten? Geduld leren? Zachtmoedigheid? Natuurlijk krijg jij straks weer vijf bier aangeboden, terwijl je met jezelf had afgesproken het bij zeven te houden. Wat ga je doen? Zelfbeheersing leren? Jezus zet jullie ook als vereniging bij elkaar om samen alvast te oefenen. Begin maar alvast met goed met elkaar om te gaan. Het hele Nieuwe Testament leeft van de opmerkingen daarover. Allemaal mogelijkheden om te leren worden wie je wilt worden: goed genoeg om koning en koningin te worden, ja het nu al een beetje te zijn.

Tegelijk blijven we hier tegen grenzen aan lopen, in onszelf, bij anderen, in de werkelijkheid. Je leert dingen af, maar ander kwaad duikt op in je leven. Je kiest voor het goede en mensen om je heen vinden je een loser, of gebruiken je. Je bouwt een weeshuis op in Marokko en je wordt het land uit gezet. Je geef je beste jaren voor arme mensen in een ver land en je eindigt hier in Nederland zonder pensioen in armoede. Je gaat voor God, maar een ziekte sloopt je leven. Des te belangrijker om vast te houden aan Gods doel. Al die dingen laten je des te meer verlangen: was er maar een goede wereld, waar het goed toeven is, eerlijk aan toegaat en waar niet de dood alles sloopt. Daarom heb ik het belangrijkste voor het laatst bewaard.

Hier al beginnen met het goede leven waar we heen op weg zijn leeft van gebed. Ik ga nog even terug naar Romeinen 8:

22 Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. 23 En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan. 24 In deze hoop zijn we gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? 25 Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden. 26 De Geest helpt ons in onze zwakheid; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten. 27 God, die ons doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen. Hij weet dat de Geest volgens zijn wil pleit voor allen die hem toebehoren. 28 En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede. 29 Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters. 30 Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister.

Precies als wij zuchten, met de hele schepping mee, om alles wat niet lukt en kapot gaat en kapot blijft, en verlangen naar de dag dat God alles recht zet en het allemaal in gebed bij God brengen, schiet de Geest ons te hulp in onze zwakheid. Sterker nog: God zegt dat hij ons nu al heeft laten delen in zijn luister. Wat is die luister dan? Het lijkt me dat die ligt in onze roeping als priesters. Mensen zijn altijd bedoeld geweest om voor God te staan namens de schepping en uit te spreken dat we samen leven voor hem. Planten en dieren en dingen zijn er en zeggen uit dat God groot is, alleen al door er te zijn. Maar mensen voegen verhaal toe, redenen, omdat’s. Dat is beeld van God zijn naar God toe: namens alles te verwoorden wat op ons hart ligt. Die eer, daar delen mensen werkelijk in, ook als ze het lijden en kreunen van de schepping, en zij daarin, voor God brengen in gebed. Als de bijbel eindigt met een Ja, kom, Heer Jezus! komt daarin alles samen. Juist als we ons uitstrekken in gebed naar God en naar zijn grote doel komt alles in ons leven in het goede perspectief te staan. Als je je ogen weer open doet, mag je dan ontdekken dat alles bijdraagt aan het goede. Dat God toch bezig is met je en je vormt tot de mens die je eens helemaal mag zijn.

Goed, lang genoeg gepraat, we zijn hier tenslotte maar even en op weg naar een feest. Wees er maar diep blij mee dat God ook jullie aan elkaar gegeven heeft in de vereniging, extra mogelijkheden om te leren worden wie hij je wil hebben en wie je zelf steeds meer wilt zijn. Veel plezier bij je studie en met alles wat je worden wilt. En denk er vooral aan terug, als je aan het werk bent: je leven met God is net zo’n studie, karaktervorming voor koningen in spe. Dan zul je merken dat God dienen ware vrijheid is en je veel verder ontketent dan je je nu nog voor kunt stellen. Eindeloze mogelijkheden om te worden wie God je maken zal. Creativiteit, openheid, eerlijkheid, trouw, en al die andere mooie en goede dingen, je mag er alvast mee beginnen, vanavond.

 

N.T. Wright, After You BelieveWil je wat ik vanavond gezegd heb bijna allemaal nog eens veel welsprekender en completer verwoord nalezen, en daarbij nog veel meer dat de moeite waard is, dat kan. Bestel dan dit boek: N.T. Wright, After You Believe. Why Christian Character Matters. Net uit. Gaaf studiemateriaal in de school van Jezus. Geeft je zin in dat andere feest.

Ik dank jullie wel.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *