Ketting van redding

Preek over Romeinen 8:28-30

orde morgendienst
welkom
votum en groet
gebed
zingen: Psalm 139,1.2.7.8 (berijming Liedboek)
zingen: Opwekking 616
zingen: Opwekking 333
Schriftlezing Johannes 17
preek over Romeinen 8:28-30
zingen: Liedboek 75,7-9
lezen Romeinen 12
zingen: Psalm 33,2.7.8 (berijming Liedboek)
gebed
mededelingen
inzameling gaven
zingen: NGK 141
zegen

Dit stukje Romeinen is één van de bekendere passages uit de bijbel. Het is ook een stukje dat een naam gekregen heeft. Het heet de gulden keten van het heil, de gouden ketting van de redding. De woorden rijgen zich inderdaad als een ketting: tevoren uitgekozen, tevoren bestemd, geroepen, vrijgesproken, verheerlijkt, het zijn als schakels die in elkaar grijpen. Tegelijk zijn het ook best moeilijke woorden. Je kunt vermoeden dat er heel wat in zit, zonder te weten wat. En de situatie waar Paulus bij aanknoopt is ook niet makkelijk. Dat God alle dingen laat bijdragen aan het goede voor wie Hem liefhebben, dat kun je moeten geloven zonder er meteen van alles bij te zien.

Om te helpen bij het ons iets voorstellen bij deze woorden, en dus om te helpen om er echt iets aan te hebben, heb ik daarom die papiertjes uitgedeeld met twee plaatjes erop. Het zijn twee afbeeldingen van beelden in steen aan de buitenkant van de grote kathedraal in de Franse stad Chartres. Mocht iemand daar de komende weken in de buurt komen, neem dan vooral de tijd om die kerk eens goed te bekijken. Dit zijn maar twee details van de buitenste rand van de midden-ingang aan de noord-kant (dat is als je voor de kerk staat links, de kant van de hoge toren). De schepping van Adam zit daar boven in, in de punt links, Christus en Adam iets naar beneden links, tussen talloos veel andere afbeeldingen van situaties uit de bijbel en de kerkgeschiedenis. Ze dateren uit 1200-zoveel.

Chartres – schepping van Adam

Hoe dat ook zij, ik heb deze twee beelden uitgezocht en gelukkig op foto kunnen vinden. Waarom deze? Laten we beginnen met die eerste, dat beeld van de schepping van Adam, naast de dieren, tam en wild, die je rechts nog ziet. God is bezig met het boetseren van de mens. Dat is in Genesis al een ontroerend gegeven. Maar de beeldhouwer hier heeft het extra indrukwekkend weergegeven. Een boetseren niet op afstand, op de grond of zo, maar heel intiem, op schoot, met het hoofd tussen de handen, vol aandacht en liefde. Het beeld drukt een enorme tederheid uit. En kennelijk ervaart Adam dat ook zo, want hij glimlacht een zalige glimlach. Intimiteit, tederheid, een intense aandacht en liefde. God is helemaal aanwezig bij deze mens. Zo ga je om met het kostbaarste dat je aan het scheppen bent.

Zo maak je wie je van te voren uitgekozen hebt en wie je bestemd hebt tot iets goeds, iets moois. En dan zijn we gelijk bij Romeinen. Dat God ons van te voren uitgekozen en bestemd heeft, wat moeten we ons daarbij voorstellen? Ja, Hij wist wie wij zouden worden en zouden moeten worden, Hij wilde iets met ons, iets moois. God had een idee van ons, een plan met ons. En dat is allemaal mooi gezegd, maar tegelijk ook zo vaag. Het kan dan ook zomaar iets worden van God daar, heel ver weg, die iets denkt, iets verzint en het dan, op afstand, ziet gebeuren of laat gebeuren. God heeft ons gekend en bestemd, maar is Hij er ook werkelijk bij betrokken? En ervaren wij die betrokkenheid?

Als je dan kijkt naar dat beeld hier, dan zie je wat het betekent dat God een idee van ons heeft en een doel met ons heeft; kijk Hem maar bezig, heel intiem en betrokken: zo moet het worden, zo moet hij worden, zo moet zij zijn. Van te voren uitgekozen, van te voren bestemd, het zijn woorden vol van de intieme liefde die je hier uitgebeeld ziet. Juist omdat God van jou, van mij, een idee had, met ons een doel had, heeft Hij ons allemaal zo gemaakt, zo als Adam hier. Adam heet niet voor niets zo: mens. Je mag jezelf verplaatsen in die figuur die hier met zoveel toegewijde tederheid uit de klei getrokken wordt. Hij proeft die tederheid, die liefde. Kijk hem maar glimlachen. Het is de glimlach van de mens die geboren en geborgen is in Gods liefde. Het mag jouw glimlach zijn en het zal die steeds meer zijn, naarmate je meer beseft dat God inderdaad zo is, zo denkt, zo doet, zo intiem, zo vol aandacht en liefde, zo teer. Zo heeft Hij ons gekend voor er iets van ons was. Zo heeft Hij ons bestemd, bestemd voor iets echt moois.

Er is hier trouwens nog iets om over door te denken. Als je apart let op de figuur van God in dit beeld, zie je dat het eigenlijk niet een beeld van God is, maar een afbeelding van Jezus. Het is dezelfde figuur die we in dat andere beeld tegenkomen, en telkens weer in deze rij. God de schepper wordt afgebeeld in de persoon van zijn Zoon. Dat is een hele diepe. Hoe diep, zie je in wat Johannes doorgeeft van dat grote gebed van Jezus. De mensen die de Vader uitgekozen en bestemd heeft, dat zijn daar de mensen ‘die U Mij gegeven hebt’. In Jezus wordt God concreet voor ons, maar het is dezelfde levende God, dezelfde aandacht en liefde, zo intiem, zo teer. Wie door de Vader aan zijn Zoon gegeven wordt komt net zo terecht als in dit beeld, in de zaligheid van de liefde. Daarom kan de Een afgebeeld worden als de Ander.

Maar daarom kunnen we ons ook blijven herkennen in dit beeld. Dat er hier in Romeinen een ketting van redding is, is dankzij Jezus. Zonder Jezus is dit ketting gebroken en het leven kapot. Wat heb je er op zich aan dat God je eens goed en mooi gemaakt heeft als je nu beschadigd en alleen bent? Als je om je heen kijkt in de wereld en misschien ook wel in je eigen leven, kan zo’n beeld als dit zomaar ver van je af staan, misschien hoogstens als een verbeelding van diep verlangen. Ja, als het toch eens zo zou kunnen zijn dat ik met al mijn sores zo het hoofd op schoot zou kunnen leggen bij iemand die echt van me houdt en me nooit in de steek laat. Kijk dan nog maar eens extra hier. Zo wil Jezus zelf voor je zijn en blijven tot in eeuwigheid, je tranen van je ogen vegen en je weer zo laten glimlachen als Adam hier.

Chartres – Christus en Adam

Want je bent bestemd voor iets echt moois, zei ik net. Wat is dan dat moois? Daarmee kom ik bij dat tweede beeld. Er staat in Romeinen dat wij bestemd zijn om het evenbeeld te worden van Gods Zoon, die de eerstgeborene, de oudste moest zijn van talloze broers en zussen. Ik kon me bij dat evenbeeld van Christus vaak eigenlijk niet zo heel veel voorstellen. Tot ik dit beeld tot me door liet dringen. Je ziet Adam — de mens, jij en ik — schouder aan schouder staan met Christus, de jongere broer iets achter de oudste. Het gezicht van de mens heeft een aantal dezelfde trekken gekregen als dat van Christus. En vooral: ze kijken in dezelfde richting, samen bezig met hetzelfde. Iemand moet eens gezegd hebben dat liefhebben iets is als samen in dezelfde richting kijken. Door de liefde tussen Jezus en ons ontstaat een eenheid die je hier zo kunt zien: de linkerfiguur is het evenbeeld aan het worden van de rechter. De rechter-, de Christusfiguur is de dominante, Hij is de oudste; maar de linker, de mens, lijkt onmiskenbaar op Hem. Ze vormen een eenheid.

Opnieuw valt op dat dit beeld onmiskenbaar intimiteit uitdrukt. De hoofden zo vlak bij elkaar, een beetje naar elkaar toegedraaid. Het evenbeeld worden van Gods Zoon is niet maar in bepaalde opzichten op iemand gaan lijken die er helemaal niet bij is. We zijn niet maar bestemd om hier op aarde in betrekkelijke eenzaamheid een soort van kleine kopie van Jezus te vormen, broers, maar niet samen; we zijn bestemd om juist samen met Hem te leven. Hij verheerlijkt, ja, maar wij delend in zijn heerlijkheid.

Vanzelf vraag je je af: waar kijken ze naar? Nou is hier op dit beeldenportaal niets toevallig. Deze twee kijken naar het licht, ze keken vroeger, vóór er hogere huizen gebouwd werden, van zo’n dertig meter hoogte wijduit over het vlakke land de hemel in. En de Christus-figuur laat het zien: kijk maar, daar zijn we thuis, daar is mijn Vader. Samen leven ze onder een open hemel voor God in het geluk van zijn licht. De ruimte is de ruimte van de schepping, weids tot achter de horizon. Waar je ook heen gaat de komende tijd, wie je ook gaat ontmoeten, je kunt er samen met Jezus heen en samen met hem naar die mensen kijken. Wat we zien is echt typerend voor Jezus: Hij komt van de Vader naar de mensen om met die mensen naar de Vader terug te gaan. Die liefde legt Hij in ons hart. Zo als hier zijn evenbeeld zijn we als we ons met Hem, samen met Hem, richten op zijn Vader, de bron van alle licht en leven.

Daartoe heeft God ons dus uitgekozen en bestemd. Daartoe heeft Hij ons ook geroepen. En roept Hij ons vanmorgen nog een keer, ook door deze preek. Het is dus bepaald niet iets saais waar we toe geroepen worden. Zoals Adam op dat eerste beeld onmiskenbaar gelukkig is, zo is hij het hier. Samen leven met Jezus, met Hem dezelfde kant op kijken, naar zijn Vader en via zijn Vader naar zoveel meer mensen, naar de hele schepping, dat is niet iets saais. Kijk in je eigen kamer maar naar buiten en besef dat Jezus met je mee kijkt. Wat zie je dan? Wie zie je dan? Hoe zien mensen er dan uit? Wat mag jij dan wel niet doen? Je leven wordt er een open uitdaging van. Ga gerust op weg, op vakantie, op reis, kijk goed, kijk samen.

We mogen trouwens best bedenken dat het enige echte alternatief hier de eenzaamheid is van Adam na de zondeval — daar is ook zo’n beeld van in dit portaal van de kerk, maar daar heb ik geen foto van te pakken gekregen — Adam, alleen, met het hoofd in zijn handen. De intimiteit met God gebroken, die met Eva kapot. De mens uiteindelijk ten diepste alleen met zichzelf. We kunnen er op allerlei manieren voor wegvluchten, in werk en ontspanning, in uitgaan en roes of in onthouding van van alles. Maar zo samen als hier wordt het alleen weer als God je roept en je vrijspreekt: als Hij het weer goed maakt door Jezus en de band weer legt.

Dan is er hier al iets van heerlijkheid. Paulus gaat aan het slot in dezelfde adem door met: die Hij vrijgesproken heeft, heeft Hij nu al laten delen in zijn luister. En al snel denken we dan: nou, nou, Paulus, ik kan me voorstellen dat je enthousiast bent, maar met die luister valt het nog wel wat tegen. Je zult wel bedoelen: God zál ons ook zeker laten delen in die luister, eens. Eerder had je het toch ook over de heerlijkheid die over ons geopenbaard zál worden? Maar ik denk dat we Paulus dan toch niet goed zouden begrijpen. En Jezus zelf ook niet. Ik heb Johannes 17 vanmorgen vooral ook laten lezen omdat Jezus daar zelf zegt dat Hij de grootheid die zijn Vader Hem gegeven heeft zelf weer gegeven heeft aan zijn leerlingen en aan allen die door hun woord in Hem geloven. Die grootheid waar Jezus het over heeft is nu juist dat God in ons is en wij in God zijn; dat ook zij in Ons zijn, zegt Jezus, en later: Ik in hen en U in mij. De grootheid, de luister waar het Jezus en zijn apostel Paulus hier ten slotte om gaat is nu juist dat heel intieme samen zijn dat we hier op beide beelden voor ogen zien. De beeldhouwer hier heeft ook dat goed getroffen. Christus en Adam samen is duidelijk een beeld van vreugde, van heerlijkheid, van geluk. De glans van de liefde ligt over hun leven.

Het lijkt me dat voor Paulus die luister echt niet alleen maar komt, maar er ook nu al is. En dat dit bijvoorbeeld uitkomt in dat merkwaardige waar hij in vers 28 mee begon, dat God namelijk alle dingen doet meewerken voor hen die Hem liefhebben. Als God ons zo het evenbeeld van zijn Zoon maakt als we in dat beeld van Christus en Adam zien, zo samen, zo intiem bezig met hetzelfde – kun je dan niet ook zo samen met Christus kijken naar wat je mee moet maken? En maakt dat niet alles anders? Komt dan ook over op zich heel moeilijke dingen niet die glans van Gods liefde voor jou te liggen? Het diepste van de grootheid, de luister waar het om gaat is dat wij zonen en dochters van God zijn geworden door de liefde van Jezus Christus. Het eeuwige leven is dat wij God kennen en Jezus Christus zijn Zoon. We wachten nog op het helemaal openbaar worden daarvan, maar intussen is het al wel werkelijkheid, een werkelijkheid die zich laat beleven als we zo samen met Christus leven en kijken.

Daarom geef ik vanmorgen deze twee beelden maar mee. Het is een klein briefje. Het past in het kleinste bijbeltje dat meegaat op vakantie. Kijk er vooral nog eens naar en denk er over na. Laat vooral die liefde, die tederheid, die intimiteit tot je doordringen. Ze spreken van de God met wie wij leven, die ons heeft uitgekozen, bestemd, geroepen, vrijgesproken en laten delen in zijn luister, zo als Hij is. Kijk maar. En leef er maar uit. De glans van Gods, van Jezus’ liefde over je leven. Amen.

gehouden in: Amsterdam-ZW, 15 juli 2007
eerdere versie gehouden in: Loenen-Abcoude, 4 juli 2004
Mijdrecht, 24 oktober 2004

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *