Voorstellen: creativiteit en kunst

Preek over Filippenzen 4:4-9

orde morgendienst
welkom
zingen: E&R 54
zingen: Psalm 87
zingen: Opwekking 475
stil gebed
votum en groet
zingen: Liedboek 95,3
gebed
Schriftlezing Psalm 48
preek over Filippenzen 4:4-9
zingen: Liedboek 483,1.4
Mattijs Middag bespreekt Free Panther en You Dreamer!
zingen: NGK 161
gebed
mededelingen
inzameling gaven
zingen: E&R 438
zegen

Ontdekken, creativiteit en de weg in je leven en door het leven vinden, daar ging het vorige week zondag over. God daagt ons uit zelf te denken, zelf te ontdekken. Hij geeft ons geen tomtom voor onderweg in ons leven, maar een kaart en een kompas en vertrouwt ons ons leven toe. Vanmorgen een andere kant van creativiteit: je iets voorstellen bij je leven, bij wat je meemaakt en even over de hulp die beeldende kunstenaars je daarbij kunnen geven. Net als bij ontdekken, denk ik dat de levende God ons uitdaagt ons bij ons leven en onze ervaringen echt iets voor te stellen, ons er bepaalde beelden van te vormen. Hoe actiever je daarin bent, des te meer diepgang ontstaat er in je leven.

Misschien nog wel meer dan bij creativiteit als wijsheid, als niet maar leven aan de hand van geboden, maar zelf, ontdekkend, is dat iets wat we in eerste instantie in de kerk zomaar niet verwachten. Zeker protestantse kerken hebben een heel moeilijke geschiedenis met beelden en beeldende kunst. De kale betonnen muren van dit kerkgebouw getuigen er nog van. Er zwerven ook nog allerlei diepe misverstanden rond. Veel mensen denken tenminste dat als God ons verbiedt godenbeelden te maken, dat hij dan bedoelt dat we ons eigenlijk helemaal geen beeld van hem mogen vormen. Intussen leeft de bijbel zelf al van de beelden van God. Geen godenbeelden maken en die vereren betekent dat God niet gemanipuleerd wil worden met allerlei beelden die je rond kunt dragen of beeldjes die je in je zak kunt steken. Niemand dacht in het oude Oosten dat godenbeelden de god zouden afbeelden. Ze wilden via een of ander symbool gewoon grip hebben op die onvoorspelbare goden-types. Iets als denken dat je God zelf in je zak hebt als je je bijbeltje bij je hebt.

Intussen is je iets voorstellen bij wat en wie je tegenkomt en wat er allemaal in je leven gebeurt iets wat we allemaal doen. Het hoort op een heel diepe manier bij ons menszijn. De God die mensen maakte verbiedt nooit iets wat bij mensen hoort, hij daagt ons juist uit meer mens bij hem te worden. Daar hoort het vormen van voorstellingen en beelden bij. Hoe saai en weinig creatief je jezelf misschien ook vindt, ieder mens heeft beelden van zichzelf en va zijn leven. We zijn erdoor gevormd. Herinneringen zijn gemaakt van verhalen die we voor ons zien. Denk even terug aan iets als ‘thuis’, en wat je krijgt zijn beelden, de een levendiger dan de ander, soms voorzien van geluid en geur, maar in ieder geval beelden. Ze zijn heel eigen, echt van jou. Als je het eens uitprobeert met broers of zussen of je ouders merk je dat zij andere dingen voor zich zien, ook bij dezelfde gebeurtenissen. Bij sommige herinneringen heb je een haarscherpe film in je hoofd, andere bestaan uit losse beelden, zijn schimmig of vertekend, maar beelden zijn het altijd, en jij hebt ze gevormd.

Sterker nog is dat bij verlangens. Niemand verlangt naar ideeën of naar woorden en dat is het dan. Wie verlangt naar vrijheid, los uit de dagelijkse tredmolen van het bestaan, heeft daar beelden bij. Zit je plotseling te dagdromen achter een saai bureau. Wat zie je dan? Als je gaat trouwen maak je je allerlei voorstellingen van hoe het zal zijn samen. Kan best zijn dat het op wilde fantasieën uitdraait die in het echt zo niet gaan, maar als je je nooit afvraagt hoe het zal zijn straks is de kans groot dat je dat huwelijk beter kunt afblazen. Dan verlang je er niet naar. Zo werkt het gewoon bij mensen. Als je ’s morgens naar je werk gaat stel je je daar iets bij voor. Een afspraak denk je je in, en niet maar met woorden, je stelt ze je voor.

Al dit soort dingen, herinneringen en verlangens, verwachtingen en angsten, waar we zoal druk mee zijn, ze leven in beelden en voorstellingen in mensen. De een heeft dat meer uitgesproken dan de ander, de een kan er ook beter over vertellen dan de ander, maar niemand ontsnapt eraan. Ons beeld van onszelf en van ons leven is zelf weer opgebouwd uit allerlei kleine beelden, soms bleek, soms heel sterk. Juist wat je voor je ziet als je bang bent kan soms zo levend voor je staan dat je lichaam erop reageert: angstzweet en vluchtreflexen.

Goed, even een pauze. Want de kans is groot dat ik een levend voorbeeld kan geven van een ander misverstand dat juist in protestantse kerken rondhangt. Er zouden hier best eens wat mensen kunnen zijn die vinden dat ik maar wat in de ruimte sta te praten. Zij kunnen zich er niks bij voorstellen. Laat die man toch eens concreet worden en iets zeggen waar ik wat aan heb… Dat zal best ook aan mij liggen en aan de voorbeelden die ik noemde (let op dat woord: voor-beelden). Ik heb tot nu toe steeds verondersteld dat jullie in staat zijn naar jezelf te kijken en te zien hoe dingen bij je werken. Sommige mensen doen dat niet zo. Voor hen ben ik tot nu toe moeilijk. Maar er zit ook iets in dat niet direct met mij te maken heeft. Woorden zijn eigenlijk altijd heel abstract. Ze duiden iets aan dat voor ons allemaal verschillend uitpakt. Denk maar aan dat ‘thuis’ van daarnet. Dat is voor ons allemaal anders. Woorden willen beelden oproepen, maar bij de een werkt dat makkelijker dan bij de ander. Voor sommige mensen is een preek (allemaal woorden) eigenlijk altijd moeilijk. Ze hebben meer aan een film of aan een kring of aan gewoon iemand die het je voordoet, of een beeld, een voorstelling. Woorden zijn niet alles.

Toch hangt er in protestantse kerken iets rond dat beweert dat het eigenlijk om woorden moet gaan. Beelden, voorstellingen zijn hoogstens illustraties en ze leiden vooral af van waar het om gaat. Niet door stomme beelden, maar door de levende verkondiging van zijn Woord wil God ons bereiken, staat er dan in de catechismus. Logisch in de tijd rond 1563 waarin kerken bevolkt werden met heiligenbeelden die niets zeiden en allerlei schilderijen waar geen uitleg bij gegeven werd. Maar het zou dom zijn daar een algemene regel van te maken. Woord en beeld zijn verschillende media, die verschillend werken, maar allebei nodig zijn. Om het maar in een beeld te zeggen. Met woorden proberen we elkaar glazen water door te geven. Basis van alles, hartstikke belangrijk. De een maakt er thee van, de ander soep, nog een ander koffie. Maar met beelden geven we heel iets anders door: een mandje geurend brood, of een kop olijfolie, een zak suiker. Dat heeft een eigen kracht.

Jim Janknegt, Father Forgive Us, 1990

Direct maar even een praktisch voorbeeld. In de reeks over gastvrijheid heb ik een aantal keren gezegd dat het belangrijk is om naar de mensen om je heen in de stad te kijken als naar mensen waar Jezus om geeft, die hij ook wil roepen en tot zich trekken. Als je rondkijkt, als je je een voorstelling maakt van je leven in de stad, denk er Jezus dan bij. Woorden. Misschien hebt u er soep of koffie van kunnen maken, misschien ook wel niet en herinnert u zich wel de beelden op de powerpoint, maar de preek niet meer. Je kunt precies datzelfde ook in één beeld zeggen, kijk maar [Jim Janknegt, Father Forgive Us]. Misschien denkt u nu: geef mij maar aardappels en jus en geen olijfolie, ik vind het maar niks. Zou kunnen. Maar voor hetzelfde geld is dit een beeld dat beter zegt wat ik bedoelde dan ik het in twintig preken kan. Maar waar het mij, en waar het, denk ik, ook deze kunstenaar om gaat, is dat mensen zich iets voorstellen bij hun leven, bij hun geloof, bij wat ze doen en meemaken. Daarbij hebben we als mensen alle media nodig.

Oké, ik ga naar Paulus en naar wat hij aan de gemeente in Filippi schrijft. Ik ga ervan uit dat hij ons aanspreekt als mensen die echt mens zijn en die zich dus iets voorstellen bij onszelf en bij ons leven. Zoals altijd neemt Paulus zijn uitgangspunt in Jezus Christus. Laat de Heer uw vreugde blijven — de Heer, dat is bij Paulus vrijwel altijd Jezus, koning Jezus. Hij heeft ons gered en hij is nabij. Ga maar alvast goed leven, zoals we straks voor altijd zullen leven in liefde en vrede en trouw en recht, ik kom zo — zoiets is altijd de boodschap van Jezus. Daarbij zal de levende God voor je zorgen, vraag maar wat je nodig hebt en dank hem. Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, je hart en gedachten bewaren in Christus Jezus. Sinds hij Jezus heeft leren kennen ziet voor Paulus alles er anders uit. Zijn beeld van zichzelf en van zijn leven is grondig veranderd. Hij leeft een gekregen leven en hoeft zich niet meer te bewijzen voor God of mensen. Hij mag leven in de vrede van God: dat onbegrijpelijke dat iemand voor je zorgt en je leven draagt en je in de ruimte zet.

In die ruimte mag je je volgens Paulus van je leven opnieuw een beeld te vormen vanuit goede dingen. Als je nadenkt over je leven, over wat je meemaakt, over je ervaring en je verlangen, doe dat dan vanuit wat waar is en edel en rechtvaardig, vanuit wat zuiver is en lieflijk en eervol, kortom vanuit alles wat deugdzaam is en lof verdient. In een leven met God mag je je overal nu al bij indenken dat alles weer mooi wordt en goed en dat God dit soort dingen aan het uitdelen is. Schenk aandacht aan die dingen staat er in de NBV. Mij een beetje te bleek. Alsof je niet moet vergeten ook aan die dingen te denken. Het gaat juist om het je echt indenken van die goede dingen en je je er het nodige bij voorstellen ook. Want de Heer is nabij en de God die houdt van schoonheid en waarheid en goedheid gaat alles zeker weer mooi en waar en goed maken. Dat daagt je uit om je van je leven echt iets voor te stellen wat de moeite waard is.

Paulus daagt als het ware uit: stel je wat voor bij wat waar is, edel, zuiver, rechtvaardig, zuiver, lieflijk, eervol. Laat dat geen passieve, abstracte woorden blijven, maar ga er eens actief mee aan de gang. Zie het eens voor je, wat er zou gebeuren als waarheid de dienst ging uitmaken in je leven. Alle leugens weg, alle slechte geheimen weg. Niet meer op je hoede zijn of je niet iets verraadt of anders vertelt dan eerst, niet meer op je hoede zijn dat anderen je een loer draaien. Mensen die transparant voor elkaar worden, die echt hun leven met elkaar kunnen delen, zonder toch weer weg te glippen in iets verborgens. Zou je niet fantastisch vrij zijn? Zoiets is wel wat God wil geven, eens helemaal, maar nu ook al. Stel je jezelf en je leven eens voor vanuit wat God wil geven…

Zie het eens voor je, wat er zou gebeuren als rechtvaardigheid heerste op aarde. Jij zou eerlijk omgaan met de mensen om je heen en zij met jou. Rechters zouden uitspraken doen die klopten, verhoudingen zouden hersteld worden, we zouden leren delen. Je zou je kwetsbaar kunnen opstellen, je geven en anderen ontvangen, zonder bang te hoeven zijn. Zou je niet fantastisch vrij zijn? God wil het geven, denk je leven je van daaruit eens in.

Zie het eens voor je, wat er zou gebeuren als alles mooi werd, echt mooi, om van te houden. Dat is wat Paulus bedoeld met dat ‘lieflijk’. Voor ons een beetje een lievig woord. Een lieflijk beeld is bijna altijd kitsch. Maar als je iets wat echt mooi is voor je ziet, laat het je verlangen naar het moment waarop alles wat mooi is ook mooi blijft, ja nog veel mooier wordt. Niemand houdt meer van wat mooi is dan God. Eens zal hij weer van heel zijn schepping zeggen: wat mooi, prachtig. Nu al geeft hij er van alles van. Zie het maar voor je, denk je leven je van daaruit in.

Intussen botst dat op onze gebroken werkelijkheid. Midden in een wereld waar de leugen regeert, waar lage krachten werken, waar onrecht niet weg te krijgen is, waar onreinheid en vunzigheid je van alle kanten aanstaren, waar lelijkheid je pijn kan doen en schandalige dingen je schaamte oproepen — aan zulke dingen denken en ze je echt voorstellen is spannend. Je wordt er veel gevoeliger van dan als je het niet doet. Juist zo ontstaat er een spannend creatief proces. Want hoe kun je dan toch je weg vinden in die wereld? Als God jou waarheid geeft, maar je de leugen nog in jezelf treft en in anderen, hoe zou je leven er dan uit kunnen zien? En zo door.

Paulus daagt uit: denk het je in, stel je je er wat bij voor. Start bij Jezus en zijn werk voor jou en doe het dan nog eens. Je mag leren dingen uit te houden vanuit het perspectief van God. Wat waar is, is dat God toch van jou houdt. Wat edel is, is dat Jezus jouw leven deelt. Wat rechtvaardig is, is dat koning Jezus alles recht zet. Wat zuiver is, is dat Jezus grote schoonmaak in jouw leven houdt. Wat lieflijk is, is het moois wat God ons geven wil. Wat eervol is, is dat God jou de moeite waard vindt. Wat betekent dat allemaal? Wat stel jij je daarbij voor?

Doe het, het is eindeloos belangrijk. We zijn mensen, echt mensen die ons leven voor ons zien. Waar we ons niets bij voorstellen betekent niets voor ons. Stel je bij je leven met God niets bijzonders meer voor, en het loopt uit je bestaan weg. Schakel je verbeelding uit en je leven wordt saai. Een christen die zich niet meer actief iets voorstelt bij zijn leven is bezig te sterven. Een kerk zonder verbeelding is een dode kerk. Laat je er door alles en iedereen maar bij bepalen. Alle media zijn belangrijk in je leven, ook in je christenleven.

Je hebt mensen die communiceren met woorden, sprekers, schrijvers, prekers. Je hebt mensen die communiceren met muziek — dat is voor volgende week. Je hebt ook mensen die communiceren met beelden, met voorstellingen. Ze zijn belangrijk, net zo goed als alle anderen. Ze spreken je aan als mens die altijd een beeld hebt van je leven en die je ervaringen in beelden verwerkt. Juist omdat we allemaal zo zijn spreken voorstellingen ons zo aan, dwingen ze bij ons af dat we zelf weer verder ons iets voorstellen bij ons leven. Zo helpen ze ons te leven in de vrede van God die alle verstand te boven gaat, actief, levendig.

Jim Janknegt, Easter

Hoe dat gaat? Luister en kijk zo meteen maar naar Mattijs en zijn werk. Mensen als hij zijn belangrijk in een gemeente. Maar laat ik zelf ook maar afsluiten met een voorbeeld. Stel je je leven eens voor vanuit wat God in Jezus Christus geeft, zei ik net. Paulus noemt er allerlei goede dingen bij die daarbij helpen. Het kan ook weer in één beeld, van dezelfde Amerikaanse kunstenaar [Jim Janknegt, Easter]. Zie ik maak alle dingen nieuw, echt alle dingen, ook je schommel en je poes, je gitaar en je grasmaaier. Hij zegt er zelf bij: tot en met je bbq-stel, wat zou de hemel tenslotte zijn zonder bbq? Opnieuw denk ik: volgens mij zegt hij niet veel anders dan ik wilde zeggen, maar hij zegt het anders. Samen leren we van Paulus en van God zelf: hij daagt ons uit ons iets voor te stellen bij ons leven, actief, levend, en juist zo echt als mensen, gericht op Christus, de Heer die onze vreugde is. Laten we hem bezingen. Amen.

gehouden in: Amsterdam-ZW, 18 november 2007

3 gedachten over “Voorstellen: creativiteit en kunst

  1. Ik heb een vraagje over power point.
    Wat nu als de beelden je juist afleiden van het verhaal?
    Ik ben visueel ingesteld en leer beter door aanschouwelijk onderwijs. Het nadeel hiervan: een verkeerd plaatje leidt me zodanig af dat ik de draad van het verhaal kwijt raak en het plaatje een eigen leven gaat leiden. Bv een plaatje vd Alpen, terwijl de preek (denk ik) ging over rust of vakantie, oid.
    Ik houd nu geregeld mijn ogen dicht tijdens de preek, zodat ik het verhaal beter kan vasthouden. Ik ga niet naar uw kerk, maar kerk in Utrecht, maar ik was op zoek naar informatie over beelden en powerpoint, vandaar dat ik hier tercht kwam.
    Mijn vraag:Hoe ga ik hier mee om en ben ik een grote uitzondering, of zijn er meer mensen die zo snel worden afgeleid?

    • Dag Elfriede,
      dank voor je goede vraag.
      Ik denk niet dat je een uitzondering bent, veel mensen zijn visueel ingesteld; nog meer mensen worden sowieso snel afgeleid. Ik denk ook dat je een prima oplossing gevonden hebt door met je ogen dicht te luisteren.
      Het lijkt me eerder dat je visuele gevoeligheid het jou veel eerder laat merken dat een plaatje dat geprojecteerd wordt inderdaad ‘verkeerd’ is, dan anderen dat merken. In de preek hierboven vergelijk ik woorden met water doorgeven waar iedereen voor zichzelf iets van brouwt, terwijl beelden meer lijken op het doorgeven van een mandje geurend brood, een kop olijfolie etc. Bij de meeste preken/onderdelen van preken zijn beelden gewoon veel te ver uitgewerkt. Als je het over rust of vakantie zou hebben zou ik daar sowieso niet zo snel een beeld bij projecteren. Dat is nooit meer dan een stukje beeld dat sommige mensen bij vakantie hebben (terwijl anderen alleen Alpen zien). In feite vul je dan voor je hoorders in en laat je hen geen ruimte. Veel mensen hebben zich aangewend zich daar niets van aan te trekken. Jou lukt dat kennelijk niet en je moet je ervoor afsluiten.
      Met je gevoeligheid heb je trouwens ook iets te bieden. Ik zou in ieder geval je graag inschakelen bij het maken en testen van presentaties en je kritiek erg op prijs stellen. Ik zou bijna zeggen: als een beeld jou afleidt is het niet goed gekozen of niet terecht gekozen. De verbeteringen die dat oplevert komen iedereen ten goede.
      In de preek gaat het overigens niet zo zeer over beelden als (gelukte of mislukte) illustratie, maar over beelden die zelf weer beelden oproepen, gelaagde kunstwerken, die je dwingen je zelf ergens iets bij voor te stellen. Ik heb de indruk dat daar onder protestanten vrij weinig gebruik van wordt gemaakt, terwijl intussen veel illustratieve visuele vervuiling wordt toegevoegd aan presentaties.
      Groet! Wim

      • Dankjewel: je hebt precies verwoord wat ik vaag dacht/aanvoelde, maar ik kon de woorden niet vinden. Nu kan ik het ook aan anderen uitleggen en weet ik voor mezelf ook beter hoe het ‘werkt’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *