De weg van koning Jezus volgen

Preek over Kolossenzen 2:6-7

orde morgendienst
zingen: Opwekking 281
zingen: Opwekking 277
zingen: Opwekking 430
stil gebed
votum en groet
zingen: Psalm 25,2.4.6
gebed
Schriftlezing Kolossenzen 2:6-23
preek over Kolossenzen 2:6-7
zingen: NGK 164
lezen Kolossenzen 3:1-17
zingen: Psalm 119,1.65.66
gebed
mededelingen
inzameling gaven
zingen: Opwekking 618
zegen

We zijn al een paar zondagen bezig met nadenken over ons leven als christenen, christelijke ethiek zeg maar. Daar is een aanleiding voor. Het is weer helemaal in om christelijk geloof en kerk te verbinden met benauwenis en betutteling. De meeste media-herrie hecht zich wat dat betreft aan onze huidige regering, maar je merkt dat het oud sentiment is. Je kunt dus in gesprekken die jij voert zomaar gevraagd worden wat jij vindt van al die regels en je moeten verdedigen tegen de suggestie dat jij ook weinig mag en veel moet. Wat ga je dan zeggen? We hebben twee stukjes mogelijk antwoord gezien: — nee hoor, God geeft mensen juist ruimte en eigen verantwoordelijkheid, als hij iets verbiedt is dat ook echt slecht. En: — nou, als je denkt dat het God om geboden en regels en zo gaat, wat denk je dan dat het meest voorkomende gebod is? Dat is ‘wees niet bang’. Ik ga daar vanmorgen een derde stukje mogelijk antwoord aan toevoegen: — christenen gehoorzamen niet maar geboden en regels, we volgen een goede Heer die van ons houdt en van wie wij houden.

Op de achtergrond speelt er intussen nog iets. God is een bevrijder die mensen ruimte geeft. Tegelijk is hij de Schepper die weet wat goed leven is en graag wil dat mensen metterdaad goed leven en niet kapot gaan aan wat slecht voor ze is. Je vindt in de bijbel dus telkens een structuur van vrijheid en geboden, een patroon dat God mensen ruimte geeft en ze stimuleert èn hen tegelijk ook begrenst, lijnen aangeeft waar ze niet overheen mogen, richting wijst, waarschuwt, stimuleert. De ruimte waarin mensen leven is een gestructureerde ruimte. Niet een heel groot eindeloos stuk asfalt dat zich naar alle kanten uitstrekt, maar een net van wegen. Wegen hebben ook zoiets, nietwaar? Ruimte zat om te rijden, maar ook belijning en vangrails. Probeer nou niet links over die vangrails te komen, die boom gaat niet aan de kant. Nogal slim dus om je aan dat soort regels te houden. Gek dat mensen het vaak niet doen, niet alleen in het verkeer. Maar dat is niet alles. Tenslotte: als je alleen maar de lijnen volgt en binnen de vangrails blijft kom je nog nergens. Als iemand je bij je huis de weg naar de Tituskapel vraagt heeft-ie er niets aan als je zegt: netjes de weg volgen, niet over de doorgetrokken streep rijden en niet harder dan 50 in de stad.

Hoe kom je dan ergens? Nou ja, drie mogelijkheden in ieder geval: je volgt een routebeschrijving, of je volgt iemand die ook gaat naar waar jij heen wilt, of je volgt de route van iemand van wie je weet dat-ie er gekomen is. Dat zijn in ieder geval drie mogelijkheden die je in de bijbel na elkaar tegenkomt als het om de weg naar goed leven gaat. En, voor er misverstand over komt, goed leven kunnen de mensen in de bijbel zich niet voorstellen zonder dat je echt goed contact hebt met God. De routebeschrijving vinden we in de oude thora, het grote onderwijs uit het Oude Testament. Als je een echt goed, een zinvol leven wilt leiden, in vrede met God en de mensen om je heen: doe dan dit en dat en zus en zo en ook nog dat andere en daarbij niet te vergeten dit ook. Dan zul je leven. Niet maar vegeteren in een hoekje, krom geslagen overleven, lijden en huilen, maar leven en lachen en gelukkig zijn.

Wetten, regels, geboden, tips, aanwijzingen en zo voort, dus niet als dingen die zo nodig moeten of natuurlijk weer niet mogen, maar als routebeschrijving naar een vol leven, goed en gelukkig. Een goede gave van God aan zijn volk. Sterker nog, rond Jezus’ tijd zie je dat mensen gaan zeggen dat de thora, dat Gods onderwijs een verschijningsvorm van God zelf is. In dat onderwijs is de goddelijke volheid woordelijk bij mensen aanwezig. Houd je daaraan, dan hoor je erbij en komt het goed met je. Je vindt de weg. Psalm 119 is een eindeloos liefdeslied op God die zo in zijn geboden dichtbij is. Wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? Wel, houd je aan de geboden.

Toch werkte dat niet goed. Waarom niet? Twee redenen. Allebei zingen ze rond bij Paulus in Kolossenzen hier. De eerste reden is dat mensen vaak helemaal niet werkelijk goed willen leven. God wijst de goede weg: doe recht, wees eerlijk, als er dit ongeluk gebeurd is in je dorp los dat dan zo op, eet dit niet, vier feest met me met wat ik je geef, als je me een offer wilt geven doe dat dan zo, en zo voort. Maar dan komt het mensen beter uit onrecht te den, oneerlijk te zijn, de boel kapot te laten, God te vergeten, of zo. En dan wordt die routebeschrijving naar goed leven met God een enorme waslijst van voorschriften waardoor mensen worden aangeklaagd: hier de andere kant op gegaan, daar doorgelopen, ginder twee blokken omgelopen. Zolang God alleen maar woordelijk bij mensen aanwezig is, is het makkelijk je weinig van hem aan te trekken.

De tweede reden is dat mensen, met alle goede bedoelingen eerst, er van alles bij begonnen te verzinnen. Als we deze route moeten gaan naar goed leven, laten we dan hier ook nog even langs gaan voor de zekerheid. Om Gods onderwijs heen vormde zich een korst van menseninzettingen en mensengeboden. Religie, geen godsdienst, menselijke veiligheidsgordels en leuningen in plaats van vertrouwen op God. Laat je er niet door meeslepen, schrijft Paulus. Jezus heeft die hele korst opgeblazen doordat hij heeft laten zien waar het in dat alles echt om gaat, de werkelijkheid.

Daarmee zijn we gelijk bij die tweede manier die ik noemde: je kunt ook ergens komen door iemand te volgen die er ook heen gaat. Dat is wat je in de bijbel direct vindt rond Jezus zelf. Hoe kom ik bij een goed en zinvol leven met God en met de mensen om me heen? Hoe ga ik het eeuwige leven binnen? — dat heeft ook de lading van: hoe vind ik het leven dat zo de moeite waard is dat je het wel een eeuwigheid volhoudt. Wel, als het doen van al die geboden je er niet gebracht heeft, zegt Jezus: volg mij, sluit maar aan, we gaan toch die kant op. En tegen die ene bekende rijke jongeman: en in jouw geval, verkoop alles wat je hebt, word je veel gelukkiger van. Als het om echt goed leven gaat, goed met God en goed met mensen, zinvol en diep, klinkt het bij Jezus steeds: volg mij, sluit maar aan, we gaan toch die kant op. In hem is de goddelijke volheid niet maar woordelijk aanwezig, maar lichamelijk. Hij doet het voor, leeft het uit en gaat zo het eeuwige leven binnen. En voor iedereen die hem volgt, die bij hem wil horen, baant hij met zijn leven de weg.

Die weg begint hier op aarde in Palestina met een werkelijk leven in liefde en trouw. Maar ze gaat vervolgens ook door de dood heen, ja. Je komt niet bij werkelijk goed leven zonder dat je je kwaad vergeven krijgt en je zonden krijgt kwijtgescholden. Vrij. Je komt ook niet bij werkelijk goed leven als wat slecht in je is niet afsterft. We zullen straks het vervolg bij Paulus daarover weer eens lezen. Je komt niet bij echt goed leven zonder opstanding uit de dood, eens heel letterlijk en compleet, maar nu al in het voren in verbinding met Christus, omdat je vertrouwt op de kracht van de God die Jezus uit de dood heeft opgewekt. En omdat je hem mag volgen, kun jij er ook komen. Je hoeft niet meer met allerlei rituelen je angst te temmen dat je verleden je toch nog eens te grazen zal nemen. Je hoeft niet meer te vluchten in ontkenning of verdoving omdat je weet dat wat slecht is echt slecht is en niet maar een idee. Je hoeft jezelf niet aan je eigen haren uit het moeras te trekken en tot een ander mens te maken. Je mag aansluiten. Jezus is toch die kant op gegaan, vergeving, genezing, verandering, nieuw leven heeft hij zat over. De goddelijke volheid woont lichamelijk in hem, als je hem volgt, zegt Paulus, woont die volheid ook jou. Richt je maar op hem.

Wat je dan merkt is dat allerlei geboden en aanwijzingen die nog steeds langs komen een ander karakter krijgen dan je denkt. Ik zei net al dat veel Joden leefden en leven met de overtuiging dat God in zijn onderwijs zelf aanwezig is. Het zijn de aanwijzingen van de meester bij wie je als gezel in de leer bent: als je dat meubelstuk goed en mooi wilt krijgen moet je dat doen en dit zo aanpakken. Bij Jezus komt dat nog een slag reëeler dichter bij. Hij doet altijd zelf wat hij zegt, doet het voor, gaat er in voor. Geboden krijgen zo iets van: laten we hier heen gaan, laten we het zo aanpakken, laten we het toch volhouden, zo komen we ergens. Er komt ook een stuk ervaring in mee. Die typische dingen van de bergrede, als Jezus aan het begin telkens zegt: maar ik zeg u, daar zit de ervaring in van zijn eigen mensenleven. Gemerkt hebben dat je voor echt goed leven ook niet boos moet worden, schelden en spanningen laten bestaan, veel meer dan alleen niet moorden. Gemerkt hebben dat overspel begint met kijken en dat alles ophoudt tussen mensen als ja niet meer ja is en nee nee. Gemerkt dat oog om oog, tand om tand echt niet werkt. Dat zijn geen grote, verheven, en tegelijk roestvrijstalen idealen, ook geen harde geboden, afgekondigd van een hoge berg: hier hoor je de Ene die zo van ons allen houdt dat hij ons helemaal op komt halen, naast ons: laten we zo gaan, dan komen we waar we wezen willen.

Hoe vind ik een leven dat zo de moeite waard is dat ik het wel een eeuwigheid volhoud? Welke wegen door het leven moet ik dan volgen? Jezus zegt: volg mij, sluit maar aan, ik ben daarheen op weg. En dan gaat hij die weg, die van zijn leven. Dat blijft van kracht. In allerlei opzicht geldt dat allemaal nog steeds voor christenen. Als we de weg door het leven zoeken, volgen we de redder die van ons houdt en van wie wij houden. Toch moeten we daar meer van zeggen. Intussen is het zowat tweeduizend jaar geleden dat Jezus hier zo direct tussen de mensen stond en ging. Daarom is het de moeite nog eens even naar die derde manier te kijken die ik noemde. Als je wilt weten hoe je over de wegen van het leven een doel kunt bereiken kun je ook de route van iemand volgen van wie je weet dat-ie er gekomen is. Dat kan op allerlei manieren. Je kunt anderen vragen: heb je die man gezien die eergisteren hier langs kwam? Je kunt sporen volgen, of nagaan waar iemand allemaal mobiel gebeld heeft de afgelopen tijd. En als iemand een beetje beroemd of berucht is kun je zelfs de grote verhalen volgen en nog jaren later de foto’s in oude kranten opzoeken. Meer nog, als iemand zelf een beweging start, een menigte achter zich aan trekt een bepaalde route langs, dan kun je die menigte volgen en kijken wat je van hem of haar terug vindt.

Al die dingen doen mee bij Jezus volgen na tweeduizend jaar. Paulus zegt het dan ook al anders dan Jezus zelf. Als ik het maar even bij deze vertaling houd, zegt hij niet: volg koning Jezus, maar: volg de weg van koning Jezus. Dus vervolgens is het ook gewoon verder vragen bij de mensen die Jezus eergisteren langs zagen komen: bij de schrijvers van de bijbel dus. Wat deed hij, hoe liep hij, waar ging hij heen, wat denk jij dat bij hem past? Je kunt de kerkgeschiedenis langslopen op sporen van Jezus: hoe reageerden zijn volgelingen op nieuwe dingen, nieuwe situaties, wat is houdbaar gebleken, wat onzin? Je kunt de grote opwekkingen volgen, de bewegingen vol nieuw leven, je kunt gaan vragen bij de traditie van de kerk, bij de gemeenschap om je heen: wat betekent het volgen van Jezus’ leven, lijden en opstanding nu voor hoe ik mijn leven echt goed krijg? mijn leven met al die echte mensen en dingen en toestanden van dien? ook als veel inmiddels heel anders is geworden dan in de tijd van de bijbel?

Wat je vervolgens eindeloos terugkrijgt zijn voorbeelden, consequenties, motiveringen, is dat je merkt dat er met je mee gedacht wordt in de gemeenschap van de grote kerk. Als je je samen richt op het hoofd, van waaruit God het hele lichaam doet groeien, merk je dat je dan samen inderdaad de weg vindt, de weg van koning Jezus kunt volgen. Maar dat is dan ook wel het beslissende, dat duidelijk is dat we ons samen concentreren op Jezus als de Heer die zijn levensweg voor jou geleid heeft, dat we ons wortelen in en funderen op hem, dat we vasthouden aan het geloof dat ons geleerd is (dat wil zeggen het geloof dat Jezus koning is geworden in majesteit door zijn leven en lijden heen en ons daarom nu alles kan geven wat wij onderweg nodig hebben) en dat we daarom dus dankbaar zijn. Het gaat niet maar om de vraag: hoe doe jij dit in jouw leven? het gaat om de vraag: wat denk jij dat de weg van Jezus hierin is? hoe volgen we hem in zijn leven met God en naar God toe?

Allerlei geboden en aanwijzingen die rondzingen in de kerk krijgen daar hun eigen karakter van. In het gesprek in de kerk hebben ze iets van: volgens mij of volgens ons is dit de weg van koning Jezus, zie je wel, dat past bij hem, daar en daarom. Zo kunnen we leven in de geest van Jezus. Als je dan dit en dat gelooft, dan betekent dat dus in je leven dat je …. we lezen straks verder bij Paulus in Kolossenzen. Hij start er het gesprek mee op over wat goede wegen voor mensen zijn dat nog steeds door gaat in de kerk. Geeft er ook de goede maat voor aan: als je de weg van koning Jezus wilt volgen moet het ook om hem gaan, en niet om allerlei mensen en hun ideeën. Zelfbedachte godsdienst dient alleen maar tot eigen bevrediging. Dan krijg je ook weer allerlei ge- en verboden waar het om gaat draaien en waar je je aan moet houden voor je erbij hoort. Nee, Het gaat niet om geboden gehoorzamen, maar om Jezus volgen. Het gaat niet maar om wat wij (of zij) vinden, maar om de weg van koning Jezus volgen. Dus als Christus’ woorden in al hun rijkdom in ons wonen onderrichten en vermanen we elkaar in alle wijsheid en vinden we de weg, de weg van koning Jezus. Zullen we bidden?

gehouden in: Amsterdam-ZW, 1 februari 2009

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *