Van afstand of van dichtbij

Preek over 1 Johannes 4,7-12

orde avonddienst
Johann Pachelbel, Canon in D
welkom
gebed
zingen: Bless the Lord
Schriftlezing Prediker 8
Schriftlezing 1 Johannes 4:7-12
zingen: Opwekking 355
preek over 1 Johannes 4:7-12
gebed
Astor Piazzolla, Oblivion
huwelijksbevestiging Reinier en Renée
zingen: The Lord bless you and keep you
gebed en zegen
inzameling gaven
zingen: Opwekking 574
zegen
Samuel Clarke, Trumpet Voluntary

Renée en Reinier, familie, vrienden, gemeenteleden, wie hier ook verder is, mensen geliefd door Jezus,

Van afstand of van dichtbij, dat maakt verschil, nietwaar? Dichtbij hier zie ik Renée, zie ik Reinier, een mooie vrouw, een mooie man, mensen om van te houden. Maar neem je wat meer afstand, dan zie je een van de vele bruidsparen die in deze prachtige kerk willen trouwen, zie je twee van de vele mensen. Mensen om mee te rekenen, maar niet meer direct om van te houden. Neem je nog meer afstand, dan zie je een paar kleine wezentjes op een blauwe planeet in een onmetelijk heelal. Mensen, nou ja, om je zorgen over te maken?

Zo is het met zoveel, dingen, mensen, gebeurtenissen: er is verschil tussen van dichtbij en van ver af. Soms blijken dingen dan echt anders te zijn: het griezelige wezen in die donkere hoek op zolder blijkt van dichtbij een gordijn over een oude stoel. Maar meestal vullen de perspectieven elkaar aan: die fascinerende yuppie-job blijkt in werkelijkheid ook hard ploeteren. Meneer de directeur blijkt, als je hem leert kennen, een achter- en een voornaam te hebben, een gezin en hobby’s. Sinterklaas blijkt oom Jan. Oud worden, uit de verte lijkt het aftakeling en verval, maar het blijkt vaak ook rust vinden, en kunnen genieten. Nou ja, de voorbeelden zijn vast te verbeteren, en met talloze andere te vermenigvuldigen.

Twee dingen vallen me hierbij op. Het eerste is, dat je meestal niet kunt kiezen tussen van dichtbij of van ver af, alsof het een waar zou zijn en het andere maar inbeelding. Zelfs bij Sinterklaas die van dichtbij oom Jan blijkt, blijft gelden dat oom Jan toch die dag maar Sinterklaas is. En al helemaal geldt dit voor waar ik mee begon: Renée en Reinier zijn echt die mensen om van te houden en tegelijk één van die vele bruidsparen en kleine wezentjes in een uitdijend heelal. Daar is niks geen inbeelding bij.

Maar het tweede dat me opvalt is, dat wij als mensen alleen maar kunnen houden van wat, van wie dichtbij ons is. Wanneer we afstand van elkaar houden, kunnen we elkaar wel waarderen, en welwillend benaderen, maar niet van elkaar houden. Je kunt niet van ‘vrouwen’ houden, of van ‘mannen’. Pas als er een echte vrouw is, als een levende man voor je staat en je die echt ziet, kun je ook van die ander gaan houden. Echte liefde veronderstelt altijd dat je een ander heel dichtbij hebt laten komen, dichtbij je zelf. Echte haat veronderstelt dat trouwens ook. Je kunt geen ‘mensen’ haten, alleen maar bepaalde mensen.

Van afstand en van dichtbij. Waarom vertel ik dit? Nou ja, omdat het precies dit is wat opvalt in de combinatie van Prediker en Johannes. Beide hebben het over God, maar Prediker kijkt naar God van afstand, en Johannes van dichtbij.

Prediker is het boek in de bijbel van het eerlijke rondkijken in de werkelijkheid. Het registreert, maar: van afstand. Prediker laat zich geen oor aannaaien. Allerlei kortzichtigheden, daar trapt hij niet in. Wees vroom en het zal je goed gaan – het blijkt lang niet altijd zo te zijn. Neem maar even wat afstand en overzie de gang van het leven. Die afstand typeert Prediker. Namen komen in het boek niet voor, het gaat over ‘de mens’ en het gaat over ‘de godheid’. Vrijwel overal waar in Prediker met ‘God’ vertaald is, kun je beter ‘de godheid’ lezen. Die godheid is onnavolgbaar. Hij doet wat hij doet. Niemand weet hoe het zal gaan, en het handelen van de godheid hier op aarde is niet te begrijpen. De mens is niet in staat de zin ervan te vinden.

En net als zopas: je kunt niet zeggen dat dit maar inbeelding is, een gordijn over een stoel in plaats van dat enge, dat enge daar. Nee, als je afstand neemt en kijkt naar Gods handelen in mensenlevens, in de geschiedenis, dan gaat het ons allemaal ver boven de pet. Hij is bezig met van alles tegelijk, houdt met alle factoren rekening, neemt alle mensen even serieus, in goed èn kwaad, hoort naar mens en dier en reageert daar op. Daar is Hij God voor. Natuurlijk. Maar het ontglipt ons, en alle gladde formules stuiten er op af. En vaak genoeg verbijstert het ons, en blijven we zitten met iets van Predikers: wat is hiervan de zin?

De grote wijde wereld waarin wij geboren worden is geen wereld van alleen maar zin en betekenis. Het is ook de wereld van onzin en van de absurditeit van kwaad en ellende, van domheid en onverschilligheid. En daarin gaat God rond, en doet zijn verborgen werk, te snel om te volgen voor mensenogen, op teveel terreinen tegelijk om te overzien. En niemand van ons weet hoe het uit zal komen. Geen mens kan de wind tegenhouden en niemand kan zijn dood uitstellen. Of het betekenis heeft wat wij doen? Misschien wel niet. Hoe vaak kiezen wij zelf ook niet voor de onzinnigheid van het kwaad? Er zit een geheim in ons leven dat onze macht te boven gaat, en waar God ons geen uitsluitsel over geeft.

Tegelijk, als ik het zo wat op een rijtje zet, moet ik denken aan dat tweede wat ik noemde: wij houden alleen maar van wat dichtbij ons komt. Want zo houden wij niet van God, van de godheid. Het zijn van die dingen die bij God horen. Daar is Hij God voor, en geen uitvergroot mens. Het dwingt ook op een bepaalde manier respect af, ontzag, misschien protest, maar geen liefde. Misschien moet je wel zeggen: ja, wij kunnen ook niet van ‘God’ houden in zijn goddelijkheid.

Johannes heet de apostel van de liefde, en dat is hij, lijkt me, omdat hij de leerling van de intimiteit is geweest. Hij heeft God leren kennen in zijn Zoon, de redder van de wereld. En hij heeft Jezus heel dichtbij laten komen, dichtbij zijn hart: wij hebben de liefde leren kennen die God voor ons heeft, zegt hij, en wij geloven erin. Leren kennen: ook Johannes heeft gezien, alleen het is bij hem gevuld met: heel dichtbij, heel concreet. Zo dichtbij en concreet, dat hij er geen vlot verhaal over kan vertellen. Woorden schieten te kort. Alles wordt tot aanduiding van iets wat té groot, té indrukwekkend, té dichtbij is om uit te spreken. Johannes heeft niet rondgekeken, maar aangekeken, en geproefd en getast, en hij heeft lief gekregen.

Van afstand en van dichtbij. Moeten we nu kiezen? Zullen wij nu gaan zeggen: die God van dichtbij is de ware God, die andere, die onnavolgbare, die daar in de verte in apocalyptische taferelen over de aarde trekt, die is maar een inbeelding, een projectie van menselijke willekeur en wraakzucht? Of juist andersom: die God van ver is de ware God, die andere, die zachte, die zijn arm om ons heen slaat in Jezus, zijn Zoon, die is niet echt, alleen maar de God die wij wensen zouden?

Ik denk niet dat wij zo moeten kiezen. Ik denk dat wij het moeten wagen met de complete God van de bijbel en niet met een door ons gemaakt aftreksel van Hem. Wat we misschien wel moeten kiezen is, waar we beginnen met over Hem na te denken. En juist vanavond zou ik willen zeggen: laten we beginnen met God heel dicht bij ons te laten komen en Hem aan te zien zoals Hij zich van dichtbij aan ons geeft. We hebben tenslotte God niet alleen maar van afstand zien werken. Hij is ons onvergelijkelijk dichtbij op de huid gekomen.

Laten we Johannes maar volgen, naar Jezus: Liefde betekent niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad en dat hij zijn Zoon heeft gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden. God heel dicht bij, dat is Jezus zien en Hem horen zeggen: Ik houd van jou, Ik heb voor jou geleefd en ben voor jou gestorven en opgestaan. Ik heb jou gezien in jouw geluk en in jouw bloei, maar ook in jouw egoïsme en jouw in jezelf gekeerd zijn, Ik heb gezien wat er in jouw leven kapot gegaan is, kapot gemaakt is. Ik heb dat allemaal heel goed tot me door laten dringen, en Ik houd van je. Laten we er wat aan gaan doen. Kijk maar naar Mij, richt je maar op Mij.

En als wij dan voorzichtig vragen: Maar, Heer, wat gaat er dan gebeuren? Hoe gaat dat? — dan antwoordt Hij: Nou, dat zei Ik toch: kijk maar naar Mij, richt je maar op Mij, volg Mij. Kijk maar naar hoe ik het land doortrok, mensen aansprak, mensen genas, mensen bevrijdde. Was dat goed of niet? Als je dat dan aanspreekt, doe jij dat dan ook. Ik ben Gods liefde in vlees en bloed, en die liefde wordt ten volle werkelijkheid in jou als jullie elkaar liefhebben, niet maar met woorden, maar metterdaad.

Nou ja, dat wordt dus een heel project, dat gaat je een heel leven lang bezig houden. We hebben het hier niet over een romantische love-story, die afgelopen is als de geliefden elkaar gevonden hebben. Juist niet. Renée en Reinier hebben elkaar gevonden, en nu gaat het juist verder. Nu begint het verhaal van hun huwelijk, van hun liefde die wil blijven en wil groeien. En dat betekent ook heel gewoon elkaar scherp houden, dingen bij leren, andere dingen afleren, met elkaar in gesprek blijven, zo nu en dan eens flink ruzie maken. Het betekent ook met elkaar leren leven, dingen in elkaar leren dragen, ontdekken dat je met elkaar rijker bent ook in verschillen. Het betekent kwetsbaar zijn en steeds weer opnieuw beginnen. Het betekent steeds weer opnieuw van heel dichtbij naar elkaar kijken en elkaar echt zien.

Ergens ook zoiets krijg je bij Jezus, als je Johannes volgt en Hem dichtbij je laat komen, als je Hem lief krijgt en je leven met Hem gaat delen. Meer nog: je vindt iemand die je altijd weer opnieuw voor is en dieper aanspreekt in zijn liefde voor jou, iemand die jou leert liefhebben. Want liefhebben, van iemand houden, leer je van anderen die jou liefhebben. Je kwetsbaar opstellen en anderen dichtbij laten komen, leer je van anderen die jou welkom heten in hun leven en zich kwetsbaar opstellen naar jou toe. Gods liefde voor ons is hieraan duidelijk geworden: Hij heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden om ons door Hem het leven te geven. God is al lang begonnen met ons lief te hebben. En zo leert Hij het ook ons: wij hebben lief omdat God ons eerst heeft liefgehad.

En Hij wil dat wij het leren op precies dezelfde manier. Het gaat God in zijn liefde niet stiekem toch om zichzelf. Hij houdt van mensen eenvoudig om wie ze zijn, en geeft, zonder iets terug te verwachten. Johannes past het meteen toe: als God ons op die manier heeft liefgehad, vrienden, moeten ook wij elkaar liefhebben. Niet maar God, volgens dat oude model van: wij houden van wie van ons houdt, maar elkaar, volgens Jezus’ model van: ik houd ook van wie van Mij niet houdt.

Juist daarom is het zo belangrijk dat wij God eerst in Jezus heel dicht bij onszelf laten komen, dat wij Hem goed aanzien. Niemand van ons heeft zich ooit zo kwetsbaar opgesteld als God. De geschiedenis is van het paradijs af vol met Gods beschaamde vertrouwen. Goed en open of niet, Jezus zelf is opgehangen aan het kruis. En toch geeft Hij ons zijn vertrouwen weer. Toch geeft Hij ook Renée en Reinier vandaag weer zijn vertrouwen, stelt Hij zich ook bij hen weer kwetsbaar op. Tot in de verste eeuwigheid klinkt het, persoonlijk tot hen: Ik houd van jullie, het gaat Me om jullie, kom, we gaan iets moois van je leven maken. Dat is Gods eerste woord, en het zal zijn laatste woord blijken. Hij spreekt het vóóraf, ongeacht alle teleurstelling die ook deze twee mensen Hem zullen opleveren. Zo heeft God lief. En zó wil Hij het ons leren.

Dat is God van dichtbij. En Hij is niet een lievige God, die ons daarbij alleen maar over ons bolletje aait. Juist omdat Hij van ons houdt als de mensen die we zijn begint Hij een ingrijpend project dat heel ons leven op z’n kop zet. We realiseren ons, denk ik, veel te weinig, hoeveel lef je moet hebben om tegen mensen zoals wij te zeggen: kom op, ik ga jullie leren liefhebben. Tegen ons, met ons ingebakken egoïsme, met die diepe hardheid in onszelf, diep verborgen achter een dikke schil beschaving en vriendelijkheid, tegen ons, met al die irritante trekjes juist van ons, tegen ons zeggen: ik ga jou nieuw maken, jou vormen, jou leren liefhebben, ja, jou tot iemand maken die van anderen houdt, dat is uiteindelijk zeggen: ik ga van doden levenden maken.

Toch is dát Gods project met ons, bij iedereen die gedoopt is in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest over ons uitgeroepen. En als we iets zien van de omvang van dát project, kunnen we er misschien ook wat begrip voor opbrengen dat God alles uit de kast haalt om het ook te voltooien. In heel de volheid van zijn godheid gaat Hij met ons aan het werk. Wij krijgen een eigen plaats in zijn wereldbestuur. Hij denkt ook aan ons als Hij bezig is met alles tegelijk en de hand heeft, op de een of andere manier, in alles wat gebeurt. En voor Hèm worden we dan toch niet een nummer, geval nummer zoveel, die helaas de pech heeft op de route van dit ongeluk of deze groep kankercellen te staan. God is niet de bron van het kwaad. Hij is de God die zó inventief is dat Hij ook met dat soort onbegrijpelijkheden nog iets kan. En die dat de moeite waard vindt omdat Hij van ons houdt.

Hoe dichtbij we God ook laten komen, daarmee hebben we het handelen van God hier op aarde echt nog niet begrepen. God leren kennen ís niet Hem begrijpen. Weten waar Hij aan bezig is, betekent niet begrijpen waar dit of dat goed voor is. Hij is God, en laat zich niet tot een storm in ons glas water reduceren. Maar God leren kennen is wel houvast aan Hem krijgen, in Jezus Christus, zijn Zoon, voor altijd te weten komen wat we aan Hèm hebben. Hier gaat Johannes spreken over God is: God is liefde. Dat zie je niet van afstand. Dat zie je alleen van heel dichtbij, van daar, waar je handen en voeten kunt zien en tasten in een zijde.

Het lijkt me zo, vanavond, dat het voor ons er op aankomt om God zó heel dicht bij ons hart te laten komen. Zó heeft God lief ook wie van Hem (nog) niet houdt. Zó stelt God zich kwetsbaar op. God is al zo lang nederig en kwetsbaar. Hoe zit het met ons?

Johannes zou zeggen: Vrienden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Hij heeft ons liefgehad en zijn Zoon gezonden om verzoening te brengen voor onze zonden. Laten wij liefhebben, omdat God ons het eerst heeft liefgehad, dan is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden. Amen.

gehouden in: Amsterdam-ZW, 5 juni 2009

eerdere versies in: Gouda, 21 oktober 2001
Loenen-Abcoude, 28 oktober 2001
Hilversum, 28 oktober 2001
Amsterdam-C, 21 november 1999
Gouda

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *