Welkom in de wereld van God

preek over Lucas 6: 27-38

orde morgendienst
welkom
zingen Lb 67, vers 1 en 2
stil gebed
votum en groet
zingen Lb 910, vers 1 en 2
kyrie-gebed
zingen Lof aan Gods Zoon, die als het Lam, 1.2 (mel. LvdK 259)
Schriftlezing OT Genesis 45:3-11.15
zingen Lb 103a, vers 1 en 2
Schriftlezing Ev Lucas 6,27-38
preek
zingen Lb 537, vers 3 en 4
gebed van dank en voorbede, stil gebed, Onze Vader
inzameling gaven
zingen Lb 841, vers 1 en 2
zegen

Geliefden in Jezus,

Welkom in de wereld van God. Als het allemaal vreemd en dwars op je leven voelt, wat we Jezus hier in Lucas hoorden zeggen, dat klopt. We leven ons leven in een andere wereld. Daar heeft Jezus het ook even over. Het is de wereld van aardig zijn voor mensen die aardig voor jou zijn. Van geven en terug verwachten, een cadeau geven aan wie jou ook een cadeau gegeven heeft. Het is de wereld van ‘voor wat hoort wat’, en van ‘wie mij iets afpakt moet dat vergelden en gestraft worden’. De gewone wereld is de wereld waarin de grote wet van de wederkerigheid geldt. Ik geef jou iets en dan heb ik er recht op dat jij mij iets terug geeft. Ik werk voor jou en jij betaalt mij loon naar werken. Of andersom: jij doet mij iets aan of jij doet mij tekort, en nu moet dat weer recht getrokken, vergolden worden. Straf en boete brengen die wereld dan weer in balans. Wederkerigheid, heen en weer, over en weer.

In die gewone wereld is zo ongeveer alles wat Jezus hier zegt wereldvreemd. Geven als iemand vraagt, uitlenen zonder terug te verwachten, goed doen aan je vijanden — het is zomaar een ticket naar armoede, erom vragen dat er misbruik van je gemaakt wordt. Als je veracht wordt en vernederd je nog eens laten verachten en vernederen — na de ene wang ook de andere — je wordt er een loser in het kwadraat van. Geen weerstand bieden, medelijden hebben, niet oordelen en niet veroordelen, het lijkt wel een soort van omgekeerde assertiviteitscursus die Jezus hier geeft. Als je voor je zou kunnen zien wat Jezus hier zegt in een soort van reclame-filmpje, verwacht je in onze gewone dagelijkse wereld vanzelf dat vervolgens die beroemde twee aanvink-blokjes met ‘geschikt’ en ‘ongeschikt’ in beeld komen, en het vinkje komt bij ‘ongeschikt’.

Als je naar de lezing hebt zitten luisteren als een serie geboden van Jezus, een lijst met dingen die je als christen toch wel zou moeten doen, dan verwacht ik dat je er weinig zin in hebt. Tegenover dit soort dingen mag zeker wel een rijke beloning staan, een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat die je gegeven wordt. Want voor die tijd is het vooral iets van ‘’t is rot maar het mot’, praktisch onmogelijk en een garantie voor flink wat pijn, teleurstelling en voor gek staan. Mocht je vanmorgen naar de kerk gekomen zijn in de hoop wat goed advies te krijgen voor de route naar een succesvol leven, vergeet het mooi. Haast vanzelf komt de gedachte boven: met die Jezus, die dit soort dingen zei, is het toch zelf ook niet bepaald prettig afgelopen…?

Daarom moeten we eerst maar eens anders luisteren naar wat Jezus hier zegt. Hij reikt in ieder geval op een gegeven moment een andere sleutel aan. Als je dit soort dingen doet, zegt hij, zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is. Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is. Alles wat Jezus hier zegt gaat in de eerste plaats over God zelf, over zijn Vader die ook onze Vader wil zijn, — en over Jezus zelf, die zijn hele leven lang precies dit allemaal gedaan heeft. Maar laten we eerst in Jezus’ spoor maar bij zijn Vader blijven. Wat we lazen is in de eerste plaats goed nieuws over God. Daarom opende ik net met: welkom in de wereld van God.

De God die Jezus zijn Vader noemt, en op wie hij lijkt zoals een Zoon die op zijn Vader lijkt, is iemand die zijn vijanden lief heeft, die zegent wie hem vervloeken en die het goede geeft aan wie hem slecht behandelen. Kijk maar om je heen, de wereld rond. Het leeft van de mensen die zich van God niets aantrekken, die religie iets verachtelijks vinden gemene grappen maken over God (of zo). Maar er slaat geen bliksem in, er worden geen legioenen engelen op pad gestuurd om de aarde in het gareel te slaan. Integendeel, zoals  gezegd, God is goed voor wie ondankbaar en zelfs voor wie kwaadwillig is. Hij geeft zelfs aan mensen die niets van hem vragen en eist zijn aarde niet terug als mensen die zijn wereld van hem afnemen en uitwonen. Hij heeft mensen lief die alles op en kapot maken. Met een voor ons werkelijk onvoorstelbare taaiheid houdt hij het vol: mensen liefhebben en het goede geven. Barmhartig zijn, niet oordelen, niet veroordelen, vergeven, geven in overvloed, de hele geschiedenis hangt ervan aan elkaar. Alle macht hebben en niet ingrijpen. Alle invloed hebben en niet manipuleren. De allerhoogste zijn en je een geschiedenis lang naar beneden laten halen. Veracht en bespot worden en onverstoorbaar blijven geven wat goed is, eenvoudigweg en zonder verwijt. Dat is de werkelijkheid van God.

Misschien moet ik het hier preciezer zeggen: dat is de werkelijkheid van het koninkrijk van God dat Jezus op aarde begint. Het woord valt hier niet, maar de zaak is er helemaal. Als God in Jezus op aarde als koning gaat optreden doet hij het zo als Jezus hier zegt. Eerder heeft God ook wel andere dingen geprobeerd. Een zondvloed, tien plagen in Egypte, een ballingschap. Maar dat heeft allemaal niet geholpen. Nu legt God zich in zijn zoon Jezus vast op het diepste dat in hem leeft, zijn liefde, zijn geven in overvloed. Zoals hij eens hemel en aarde en al wat er in is uit liefde heeft geschapen, gevend in een onvoorstelbare overvloed, zo zal hij koning zijn, in dat teken staat de rest van de geschiedenis. Na al die knechten die de eigenaar van de wijngaard gestuurd heeft om van zijn pachters erkenning te krijgen en wat hem toekomt, stuurt hij nu zijn zoon, komt hij nu zelf in zijn zoon.

En hij doet tot het laatste detail toe precies wat Jezus hier schetst. In Paulus’ woorden: hij komt het kwade overwinnen door het goede, en door niets anders dan het goede. Hij toont zijn goddelijke inventiviteit niet in het straffen van zijn vijanden, en het blokkeren van het kwaad, maar in het wonder dat hij het kwade laat meewerken ten goede. We lazen erover uit het verhaal van Jozef. God gelooft werkelijk dat liefde sterker is dan haat en goedheid sterker dan slechtheid. Hij doet principieel niet mee met dat grote systeem van wederkerigheid, van voor wat hoort wat en van vergelding van wat beschadigd is. Liefde, geven, zonder meer geven, zorgen, nog meer zorgen, en dat alles eindeloos volhouden is het enige dat echt leven, licht, vrijheid, ruimte, recht en vrede geeft. Hij noemt het zijn koninkrijk als een onderstreping daarvan: alleen Gods eeuwige liefde blijft werkelijk tot in eeuwigheid. Al de rest vergaat, verkruimelt en verdwijnt de buitenste duisternis in.

En wij, wij zijn door die liefde gevonden. Zoals zo vaak levert Paulus het beste commentaar op Jezus’ diepste woorden. God heeft zijn liefde voor ons getoond door zijn Zoon te geven als een verzoening voor onze zonden toen wij nog zondaars waren. Je vijanden liefhebben, dat God dat doet, daar leven we van. Ons leven lang leven we op de adem van zijn stem, die zegt: ik houd van je. Alles wat we hebben is door God aan ons geleend, want de hele aarde is van hem, tenslotte. Zelfs dat we kunnen leven alsof er geen God bestaat danken we aan Gods liefde, laat staan ons leven met hem. Hij is aardig voor mensen die niet aardig zijn, zoals wij geregeld ook. Hij is barmhartig, hij oordeelt niet, veroordeelt evenmin, hij vergeeft en deelt uit, zolang de geschiedenis duurt. Hij is de gevende God, hartslag voor hartslag en adem voor adem. Dat is het goede nieuws waarin we leven, allemaal, recht en slecht, christen en niet-christen, wie we ook zijn.

Goed, en dan nog een keer lezen wat Jezus hier allemaal zegt. Hoe meer je er God zelf in herkent, des te meer klinkt het als een uitnodiging. Welkom in de wereld van God. Doe je mee? Er kruipt zomaar zelfs iets totaal vanzelfsprekends in Jezus’ woorden hier. Wie leeft van de liefde van God die geeft zonder terug te vragen, zonder voor wat hoort wat, zonder wederkerigheid en evenredigheid, die staat toch lelijk voor schut als-ie zelf op een voor wat hoort wat manier leeft, niet barmhartig is, oordeelt en veroordeelt en mensen alleen maar loon naar werken geeft, in plaats van loon naar mensen, zoals God. Wie werkelijk gevonden is door Gods diepe liefde, wie in de Gevende leeft en beweegt en is, die krijgt deel aan een eindeloze blijdschap. Ik ben al geliefd, er wordt voor me gezorgd, er zijn eeuwige armen onder me, en die gaan nooit meer weg. Misschien is die blijdschap wel de sleutel, trouwens. Denk er vandaag nog maar eens op je gemak over na. Als je echt blij bent, gelukkig, heel blij, hoe reageer je dan op anderen? Hoe blijer je bent, des te makkelijker gaan al die dingen die Jezus noemt. Zelfs je vijanden lief hebben, goed zijn, weg geven, bidden voor wie je slecht behandelt, aardig zijn voor onaardige mensen, noem maar op, het komt als vanzelfsprekend mee met echte diepe blijdschap.

Trouwens, inderdaad, dat blijft wereldvreemd in de gewone wereld. En met Jezus is het daar ook niet al te jofel afgelopen. Maar ja, die gewone wereld leeft dan ook aan de liefde van God voorbij. En dan wordt het hard en voor wat hoort wat, want je moet overleven onder andere goden. Dat wordt dus kiezen. In welke wereld wil je leven? Durf je het aan om er op te vertrouwen dat Jezus toch gelijk heeft en dat Gods wereld echt de enige is die blijft? Dat liefde sterker is dan haat, dat goedheid sterker is dan slechtheid? Ik kan  die keus niet voor u, voor jullie maken. Ik heb vanmorgen alleen maar dit goede nieuws voor jullie allemaal: welkom in de wereld  van God. Hij houdt wèl van je, in de naam van de Vader, van de Zoon en de heilige Geest, amen.

gehouden in de Vredeskerk, Katwijk aan Zee, 24 februari 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *