Open voor ontmoeting

Preek over Johannes 1:19-28

orde morgendienst
welkom
moment van stilte
aansteken van de kaarsen
votum
gebed van toenadering
openingspsalm Lb 72,1.6.7
gebed om ontferming
zingen Lb 299e (alleen Kyrie)
aansteken van de adventskaarsen
kindermoment
gebed bij de opening van de Schriften
lezing van Jesaja 62:8-63:4
zingen Lb 145,1.6
lezing van Johannes 1:19-28
zingen Lb 339a
preek
zingen Lb 444
dankgebed en voorbeden
inzameling gaven
zingen Lb 439
zegen

Geliefden in Jezus,

Nog net even een zondagmorgen, op het randje van Kerst. Nog één keer laat de bijbellezing Johannes de Doper in ons leven rondlopen. Hij is nog steeds zichzelf: dwars, hoekig en tegendraads. De mensen om hem heen willen nu eindelijk wel eens weten waar ze met hem aan toe zijn. ‘Wie bent u?’, vragen ze hem. Maar Johannes werkt niet mee. Nee, hij is de messias niet. Nee, hij is Elia niet. Nee, hij is de profeet niet. En ook als hij dan zelf gaat zeggen wie hij wel is, helpt hij zijn ondervragers niet veel verder: Ik ben ‘de stem die roept in de woestijn’ waar de profeet Jesaja het over heeft. Ik kondig aan dat God zelf komt, de Heer zelf. Jullie willen weten waar je aan toe bent? De vraag alleen al is een teken dat je geen idee hebt wat er speelt. Als hij die na mij komt er is, staat hij midden tussen jullie in, maar als iemand die je niet kent. Juist als God zelf in je leven opduikt kun je onmogelijk weten waar je aan toe bent. Er is geen vakje in je bestaan waar je de Levende zelf in op kunt bergen. Alles wat je denkt te weten over een messias, over Elia, over de profeet, het is te klein, te weinig, te benauwd. Zelfs alles wat je denkt te weten over God, over de Heer die zijn volk komt redden, het is te klein, te weinig, te benepen. Hij is de Schepper, die altijd weer nieuwe dingen erbij verzint, de God van altijd meer dan je al denkt. Hij is de Ander, die altijd weer zo anders is dat je hem niet herkent al staat hij naast je. Het kan er niet om gaan dat je wel weet waar je aan toe bent. Het zal er om moeten gaan dat je jezelf zo leeg maakt, en zo open, dat je iemand kunt ontmoeten die werkelijk de Ander is, en hem de kans geeft je te verrassen.

Ik laat de weergave expres overlopen in woorden die ook ons aanspreken, die ook mij stil zetten. Nog net even. Terwijl de dag van vandaag vanzelf kantelt naar Kerst. Hebben wij enig idee van wie we vanaf vanavond de komst vieren? Ja, we hebben allemaal zo onze ideeën over hem. Misschien zijn ze vaag, misschien zijn ze wel heel precies omschreven. Jezus was een wijze man. Als we allemaal iets van hem leerden zou er meer vrede zijn op aarde. We kunnen beginnen met het samen goed hebben, iets delen en met nieuwe moed het leven weer oppakken na de feestdagen. Jezus was de redder, de middelaar tussen God en mensen, God en mens die volkomen verzoening van al onze zonden kwam brengen. Na tweeduizend jaar christendom en kerkgeschiedenis kunnen we breeduit winkelen in boeken en belijdenissen die allemaal proberen te helpen om te weten waar we aan toe zijn met die Jezus en met Johannes, de stem die hem aankondigt. Maar zijn we dan nog in staat om Jezus werkelijk te ontmoeten? Hoe open zijn we zelf? Kunnen we ons nog door hem laten verrassen?

Johannes de Doper roept die vragen op met alles wat hij is en doet. Hij is de stem die roept in de woestijn: bereid je voor op de komst van God zelf. In de woestijn klinkt zijn stem. Buiten de bewoonde wereld, ver weg van de tempel. Hij roept het volk Israël weg van alles wat ze hebben, wat ze zijn, wat ze bereikt hebben en waar ze trots op zijn. Wie naar Johannes toekomt moet alles achter zich laten, huis, leven, werk, bestaan, offers, rituelen, alles wat je identiteit als mens, als Jood, bepaalt en vorm geeft. Hij is de stem die roept om een omgekeerde intocht het beloofde land uit. Hij is de man die alles omkeert, die de film van Israëls bestaan terug draait, het land weer uit. Hij heeft zichzelf laten reduceren tot het naakte, barre bestaan in de woestijn: sprinkhanen, wilde honing. Leeg maken, alles loslaten wat je hebt, wat je denkt, wat je gewend bent, wat je vertrouwd is, dat doet Johannes en dat vraagt hij.

Waarom doop je dan, Johannes, als je niet de messias bent, niet Elia en ook niet de profeet? Omdat ik degene aankondig van wie je geen idee hebt, die werkelijk de Ander is, en bij wie alles wat je niet kunt loslaten, wat je niet kunt achterlaten, alleen maar in de weg zit. Jezus zal het later zo zeggen: wie zijn leven verliest, die zal het winnen. Wie niet wordt als een klein kind, zal mijn koninkrijk niet binnen kunnen gaan. Wie kopje onder in de Jordaan is gegaan eindigt in de woestijn met helemaal niets anders dan het naakte bestaan. Zelf leeg en open om de Ander te ontmoeten, zonder iets om hem in de passen, zonder wel te weten waar je aan toe bent, onbeschermd, zonder alles waar je jezelf mee overeind kunt houden, afdekken of anders voordoen dan je bent. Johannes roept zijn volk weg uit alles waar ze zich nog in kunnen verstoppen. Hij is de vlees geworden vraag uit het verre paradijs: Adam, waar ben je? Jij, kom tevoorschijn, alleen nog maar als wie je bent, en ontmoet die ene naast je, die je niet kent, bij wie al je woorden aanduidingen worden, al je begrippen beeldspraak, en al je uitspraken zinnen die maar wat zeggen om niet te hoeven zwijgen.

Als we dan toch een beetje zenuwachtig beginnen te worden — op de een of andere manier lijkt dat bij Johannes de Doper te horen, dat mensen zenuwachtig worden — ergens wel logisch ook: eerst weg uit de vertrouwde omgeving, weg uit de wereld waarin je je wel redt, waar je iemand bent, de woestijn in; dan ook nog eens je kleren uit, om gedoopt te worden, je status weg, alles wat je bereikt hebt en wat je van jezelf uitdrukt in je kleren, in je houding — we voelen het wel aan: wat blijft er van je over als je alleen nog maar bestaat, als een pasgeboren kind, als een stervend lichaam? — als we ons uitgekleed voelen en angst en schaamte boven komen drijven — dan is het tijd om ons te realiseren dat het zelfs bij Johannes de Doper, maar zeker bij diegene die na hem komt om iets heel anders gaat. Johannes dwingt ons alle lagen die we om ons heen dragen af te leggen omdat het die Ander die komt werkelijk om ons, om jou, om mij gaat. We gaan iemand ontmoeten die niet geïnteresseerd is in hoe we ons voordoen, niet van belang vindt wat we bereikt hebben, gemaakt, gebouwd, niet van belang hoe we mislukt zijn, gekwetst, verminkt, vervallen. We gaan iemand ontmoeten die niet van ons houdt om wat we hem opleveren, om wat we voor hem doen, om wat we bijdragen. Vandaag kantelt de dag naar de komst van die ene die een uitgesproken hekel heeft aan elke vorm van ‘voor wat hoort wat’. Hij houdt van mensen in hun pure vorm, in hun kleinste kern, volkomen gestript tot bar bestaan. Kijk maar, hij identificeert zich er zelfs mee als baby in een voederbak.

Wie had dat ooit zien aankomen, dat de luister van de Schepper onder mensen zou verschijnen in het naakte bestaan van een baby? Alle profetieën in het eerste testament over de komst van God zelf naar zijn volk en zijn tempel, over zijn knecht Israël, over verlossing en bevrijding, alles wat we in de kerk in de loop der eeuwen hebben leren lezen met het oog op Jezus Christus — dat alles bij elkaar genomen blijft minder dan de werkelijkheid van Jezus. Mens onder de mensen, iemand die je aankijkt, je vraagt naar het diepste in je leven, die verhalen vertelt die je leven open halen, die zich geeft, eerst als bebloede baby, later als bebloede gekruisigde koning der Joden. Wie had ooit wel verwacht dat Gods diepste en laatste woord: ik houd van jou, mens, onder mensen zou wonen en rondlopen en goed doen? En wie zal ooit zeggen: ja, ik heb het wel begrepen, zo moest het gaan, dit is logisch. Johannes de Doper zet ons stil en probeert ons te openen voor de grootste verrassing van ons bestaan: God zelf, zo in ons midden.

Hij is die ene Ander die altijd groter blijft, dieper reikt, van verder komt en tegelijk dichter bij komt dan welke ander onder ons. Wat je ook voor ideeën over Jezus hebt, leg ze gerust naast je neer. Ze zijn te klein, te weinig, te kort. Laat je verrassen vanavond. Hoe leger je bent, des te beter kun je ontmoeten. Hoe leger je handen zijn, des te meer kun je ontvangen. Hoe minder je jezelf overeind houdt, des te meer kun je van je laten houden. Als je in de woestijn bij Johannes gekomen bent kun je ontdekken dat Jezus daar al is, God zelf in ons barre bestaan, en je laten verrassen door de God die geeft, werkelijk geeft, alles geeft, altijd weer meer, altijd weer nieuw. Zelfs de woestijn komt tot bloei. Er is Iemand die wij niet kennen. Hij is die Ander die altijd al meer van ons houdt dan we ons kunnen voorstellen. Hij is het geheim van Kerst. En wat is het goed dat we er tenslotte geen idee van hebben wat Hij wel niet is en geeft en meebrengt. Dan blijft het leven met hem ook na Kerst een verrassing, uit te pakken tot in alle eeuwigheid.

In de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, amen.

gehouden in PKN Haarlem-Centrum, vierde adventszondag 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *