Variaties op een synode 7

De Reformatie 89 (2013-2014) 18,380-381 (30 mei 2014)

Anders dan we vroeger wel dachten blijkt steeds weer dat het woord ‛nadenken’ een accentje op ‛ná’ verdient. Eerst is er het leven, dan wordt er na-gedacht. Als dat ergens voor geldt, is het voor gedachten over de kerk.

Op een synode komt dat extra uit. Zowel bij de relaties met buitenlandse als met binnenlandse kerken blijkt dat we er anders in staan dan vroeger. Daar is niet voor gekozen, dat is gebeurd. Ook bij andere onderwerpen duikt het op. Op zaterdag 10 mei bijvoorbeeld bij diaconale zaken: de kerk is diaconaal of zij is niet. Eerder al bij zending, hulpverlening en training: de kerk is missionair of zij is niet. Je proeft er de ervaring in van hoe in de kerken het accent is verlegd van instellingen, instituties en structuren naar activiteiten en samen doen. Ook daar is niet voor gekozen, dat is gebeurd.

Vergadering Als je er vervolgens over na-denkt, is het eerste wat kan opvallen dat dit eigenlijk altijd al zo geweest is. Een van de grootste overgangen in het denken over de kerk zie je na de Reformatie in de 16e eeuw. Vijftien eeuwen lang was kerk-zijn vooral onder woorden gebracht met het woord ‛communie’: deelname aan het avondmaal was de kern van alles. In de kerk laten christenen zich invoegen in de (avondmaals)gemeenschap van Christus. Na de Reformatie is het kernwoord ‛congregatie’ geworden: de kerk vind je daar waar Christus door Woord en Geest mensen bij elkaar brengt en waar christenen zich bij die vergadering rond het evangelie voegen. Over de wereld van verschil die deze overgang van gemeenschap naar vergadering inhoudt zijn we na vijf eeuwen nog steeds niet uitgedacht. Maar waar het me nu om gaat: het leven was eerst. Het was de ervaring van het ontstaan van nieuw kerkelijk leven rond het evangelie van genade, de ervaring van nieuwe zich vormende vergaderingen rond het herontdekte goede nieuws, die mensen bij hun na-denken andere accenten liet leggen.

Kerkverband Net zo ging het in de 19e eeuw. Langzaam maar zeker kwamen kerken na Afscheiding en Doleantie tot nieuw leven in de nieuwe vereniging-achtige structuren van kerkverbanden. Die boden de ervaring van nieuwe eenheid en geloofsverbondenheid. Wat echt kerk was, werd niet meer beleefd in direct verbinding met je woonplaats, streek of vaderland, maar met verwante geloofsgenoten. Geen wonder dat het kerkverband een grote rol ging spelen in het na-denken over de kerk.
Eén van de typische trekken van het oudere vrijgemaakte denken over de kerk vindt hier zijn oorsprong, concreet vooral in een bepaalde stroming binnen de afgescheiden kerken: het wettig gevormde kerkverband kreeg praktisch de rol van een vierde kenmerk van de echte kerk. Andere christenen buiten dat kerkverband hadden nog veel te leren. Je kunt daar van alles van vinden, maar waar het me hier nog steeds om gaat: het leven was eerst, het denken volgde op afstand.

Nieuwe eenheid Intussen is dat leven weer verder gegaan. Verreweg de meeste mensen verbinden kerk-zijn niet meer aan kerkverbanden of eigen tradities. Stimulerende ervaringen van nieuwe eenheid en geloofsverbondenheid vinden we samen met anderen uit vele kerkverbanden of -groepen in ontmoetingen, op conferenties, in het samen als christenen iets goeds doen in de samenleving: missionair, diaconaal, of nog weer anders. Het werken aan kerkelijke eenheid vanuit kerkverband is allang rechts ingehaald door allerlei vormen van samenwerking die zich door bemoeienis vanuit kerkverband vooral gehinderd voelen. Of kerken zich organisatorisch verbinden tot een nieuw kerkverband is nauwelijks interessant. Het zou mooi zijn als die bijzaken ook goed geregeld konden worden, maar ze zijn niet waar het om gaat. Dit soort dingen en nog heel wat meer zijn allang gebeurd. Niemand heeft ervoor gekozen. Je kunt er hoogstens over na-denken.

Creativiteit Je kunt intussen in geval beslist niet doen alsof er niets gebeurd is. Het heeft geen enkele zin om te doen alsof dat ook maar toevallig uit een eigen ervaring dominant geworden kerkverband nog altijd je van het is. Je als Gereformeerde Kerken vrijgemaakt nog eens extra profileren met zoveel mogelijk eigen structuren, instellingen en instituties betekent tegenover de huidige levenservaring van christenen jezelf diskwalificeren als kerk. Er zullen nieuwe vormen gezocht moeten worden, open vormen, die eenheid en geloofsverbondenheid stimuleren. Veranderingen vragen om creativiteit.

Natuurlijk is dat wat anders dan dat veranderingen om naïviteit vragen. Het is juist tijd om ná te denken. ‛Netwerken’ kan een mooi woord voor een mooie zaak zijn in de kerk. Ik heb het in een vorig artikel hier ook zo gebruikt. Maar je ziet intussen dat mensen een gemeente ook gebruiken als een soort religieus wifi-netwerk, waar je even in- en uit kunt loggen op weg naar het volgende. Waar ben je dan nog echt bij betrokken? Hoe leer je nog liefhebben als je alle mensen die anders zijn dan jij vermijdt? Is er niet toch een echte communie nodig van mensen die elkaar lijfelijk ontmoeten bij brood en wijn?

Wie denkt dat we wel klaar zijn met de Reformatie, of met de 19e eeuw, heeft het in ieder geval niet begrepen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *