Op het randje

Aan Johan Trip
via internet

Amsterdam, 10 maart 2013

Beste Johan,

Via een verwijzing in de statistiek van deze webhome heb ik ooit ontdekt dat jij een website runt die je ‘werken aan eenheid’ genoemd hebt. Via een zelfde verwijzing heb ik nu je reactie gevonden op ‘Ook verschillende speelborden vragen een gelijk speelveld’. Er zit reden genoeg in om er even op te reageren.

 

Je voelt je kennelijk voldoende aangesproken door mijn opmerking over het grote lastercircuit op internet om er even op in te gaan. Je schrijft dat je aanneemt dat ik daarmee niet doel op jouw site omdat ik je tot nu toe niet heb aangesproken, en dat jij in ieder geval de bedoeling niet hebt of hebt gehad om mij te belasteren.

Wat dat laatste betreft: ik ben daar ook nooit vanuit gegaan. Sterker nog, ik ga er zelfs vanuit dat niemand onder de schrijvers op internet of in de bladen dit soort lage bedoelingen heeft. Toch ontkom ik niet aan de conclusie dat er wel degelijk een lastercircuit speelt. Het is wat dit betreft online net als in het echte leven: vind maar eens mensen die zichzelf ervan bewust zijn dat ze onderdeel uitmaken van een roddelcircuit, waarin allerlei halve waarheden en suggesties de dienst uitmaken. Ze roddelen zeker niet, maar bespreken onderwerpen, en de waarheid mag toch zeker gezegd worden, etc.

 

Ik zal proberen je van dienst te zijn met een paar typische trekken die me intussen zijn opgevallen, en die ervoor zorgen dat een circuit van bladen en/of internetsites tot een lastercircuit verwordt. Ik ga niet je site doorwerken op zoek naar voorbeelden bij jou. Je kunt zelf zien wat je ermee doet.

De belangrijkste trek is waarschijnlijk dat er een vorm optreedt van wat tegenwoordig meestal ‘framing’ wordt genoemd. Teksten van anderen krijgen een nieuw kader in een andere setting dan waarin ze zelf staan. In de setting van verontrusting over ontwikkelingen in kerk, staat of maatschappij, krijgen teksten die niet in dat kader geschreven zijn vanzelf een nieuw kader van voorbeeld van slechte ontwikkelingen.

Die ‘framing’ heeft doorgaans nog een ander effect: teksten worden niet compleet weergegeven, maar alleen op die punten die in de nieuwe setting het meest aanspreken. De aandacht richt zich niet meer op de eigen redenering van een tekst, er komen alleen nog losse citaten aan de orde, die de nieuwe setting bevestigen: de verontrusting is terecht, kijk maar wat hier gezegd wordt.

Daarmee raak ik een tweede belangrijke trek: de eigen setting, eigen overtuigingen en ideeën van de weergever staan niet ter discussie, ze zijn een gegeven dat over alles beslist. Anderen worden hierin ingepast. Hier hoort bij dat er weinig of geen besef is dat je als je iemand weergeeft je een verantwoordingsplicht hebt tegen over degene die je weergeeft. Of je iemand goed hebt weergegeven kan alleen die ander aangeven.

Er is een lange traditie van gereformeerde polemiek die precies omgekeerd opereert. Eerst wordt iemand selectief, suggestief en in een heel ander kader weergegeven. Wanneer diegene vervolgens laat merken zich niet in de weergave, de suggesties of het kader te herkennen, wordt de bewijslast omgekeerd: bewijs jij maar dat ik je niet goed heb weergegeven. Dat is een typisch signaal van een lastercircuit. Ook bij laster en roddel wordt altijd de bewijslast omgedraaid.

Wat ook onder deze tweede trek hoort is de neiging om te werken met kwalificaties die binnen de eigen groep een bepaalde kleurende betekenis hebben. Er is een serie ‘hokjes’ met een eigen label, waar teksten van anderen een plek in krijgen, ongeacht de vraag of ze daarin passen of niet. Op het terrein waar ik me nu het meest mee bezig houd, het kerkrecht, is ‘independentisme’ een mooi voorbeeld van zo’n label. Voor de ‘in-group’ van de weergever is dat een term waarmee je iemand wegzet in een hoek waar je niet moet wezen. Of er werkelijk sprake is van independentisme (dat is een nogal wel-omschreven term) wordt niet meer onder ogen gezien.

Het wordt ook niet meer gecheckt bij degene die wordt weergegeven. Daarmee ben ik bij een derde trek, spiegelbeeld van de tweede: er is geen belangstelling voor de ander, voor zijn of haar mening, maar uitsluitend voor het eigen gelijk. Je merkt het aan typerende discussievormen als doorredeneren op een losse stelling en daar conclusies aan verbinden (als je dat zegt dan moet je ook wel dit zeggen of er zo eentje zijn…), geregeld gebruik van de drogreden van het uitgaan van dat wat juist bewezen moet worden, van weinig of geen aandacht voor de setting van uitspraken, van teksten uit verschillende contexten met elkaar in één weergave onderbrengen, etc.

Een vierde en laatste trek die ik hier wil noemen is de neiging om gemeenschappelijke documenten te claimen voor het eigen gelijk. Van anderen wordt geschreven of gesuggereerd dat ze in strijd komen met Schrift, belijdenis of kerkorde terwijl er in werkelijkheid alleen sprake is van strijd met de eigen visies van de weergever op Schrift, belijdenis of kerkorde. Traditionele interpretaties worden gelijk gesteld met ‘de’ betekenis van die teksten en anderen worden daaraan gemeten, zonder dat mensen in de gaten lijken te hebben dat ze niet opkomen voor Schrift, belijdenis of kerkorde, maar voor een discutabele interpretatie ervan.

Ik beperk me hier bewust tot trekken die op tekst-niveau uitkomen. Het effect van alles bij elkaar is het zaaien van wantrouwen en het ‘plaatsen’ van mensen daar waar ze niet horen of tenminste zelf niet willen zijn.

 

Je wilt daar ongetwijfeld allemaal niet aan meedoen. Laat ik het daarom voorzichtig proberen: volgens mij opereer je in ieder geval op het randje. Je reactie geeft genoeg aanleiding voor die mening, denk ik. Je kadert een aantal citaten uit mijn tekst opnieuw in onder het kopje van het ‘neutraliseren’ van een thema. Dat neutraliseren betekent dan het suggereren dat Schrift en belijdenis over een thema niets zeggen, zodat wij vrij zijn in ons aanpassen aan de huidige cultuur. Je noemt dat ook het onttrekken van zaken aan het licht van Schrift en belijdenis en het nemen van de huidige praktijk als uitgangspunt. Ik zou dat ook bepleiten, als onderdeel van de GKv waar dit al jarenlang steeds meer gebeurt.

Intussen voel ik helemaal niets voor een dergelijke ‘neutralisering’ en geloof ik er niets van dat zoiets in onze kerken praktijk zou zijn. Wat ik bepleit is ophouden met simplistische redeneringen waarmee op bepaalde thema’s op een willekeurige manier bijbelplaatsen algemeen geldig worden verklaard. Daarmee worden die thema’s niet losgemaakt van de Schrift, maar blijkt alleen de relatie tussen de bijbel en die thema’s ingewikkelder dan die van het uitleggen van een tekst of wat en het toepassen daarvan. Dat is op zichzelf niet bijzonders. Het wemelt van de onderwerpen waar we veel werk hebben om in lijn met de Schrift tot standpunten te komen.

Veranderingen van standpunt in onze kerken hebben niet te maken met een ‘vrij’ verklaren van thema’s maar met groeiend inzicht dat dingen ingewikkelder liggen dan we vroeger dachten. Binnen dat ‘ingewikkelder’ wordt de bijbel het zwijgen niet opgelegd, maar blijven allerlei lijnen van bijbelberoep in stand en worden er nieuwe gelegd. Alleen als je de traditionele benadering heilig verklaart kun je beweren dat in de GKv zaken onttrokken worden aan het licht van Schrift en belijdenis. Dat soort heilig verklaren vind ik voor een gereformeerde een minderwaardige positie.

In ieder geval is wat je suggereert niet wat ik beweer, en dat had je kunnen lezen ook, in de alinea die begint met ‘Ik heb al eerder aangegeven dat’ en waar je alleen de eerste zin van citeert. Nu draagt je reactie er aan bij dat andere mensen denken dat ik iets bepleit (jouw ‘neutralisering’) waar ik niets voor voel. En dat is uiteindelijk toch precies wat ik bedoel met opgenomen worden in een lastercircuit.

Omdat ik je geloof als je zegt dat je dat niet wilt laat ik je dat voor deze keer weten. Reken er niet op dat ik dat in voorkomende gevallen vaker ga doen. Daar is, gegeven wat er zoal op internet gepubliceerd wordt, geen beginnen aan. Bovendien blijft het een omkering van de verhoudingen. Ik ben er niet verantwoordelijk voor jou te melden dat jij mij niet correct weergeeft, jij bent zelf verantwoordelijk voor je weergaven. En als je er belang aan hecht dat wat je weergeeft klopt, kun je iets wat je wilt publiceren van te voren opsturen. Zo ingewikkeld is dat nu ook weer niet.

 

Intussen hoop ik dat je een goede zondag (gehad) hebt en wens ik je alle goeds!

Wim van der Schee

Een gedachte over “Op het randje

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *