Jezus onthult zich aan mij

Preek over Johannes 4:1-42

orde morgendienst
welkom
zingen: Psalm 8,1.2.3
zingen: NGK 158
stil gebed
votum en groet
zingen: Opwekking 488
gebed
Schriftlezing Johannes 4:1-42
preek over Johannes 4:1-42
zingen: Psalm 139,1.2.3.14 (berijming Liedboek)
lezen 1 Petrus 4:12-16
zingen: Opwekking 642
gebed
mededelingen
inzameling gaven
zingen: NGK 107
zegen

Vanmorgen voor de derde keer met iemand mee Jezus ontmoeten. Een paar weken geleden sprak Jezus mij aan, net als hij dat Zacheüs deed. Vorige week ontmaskerde Jezus mij, net als hij dat die rijke jonge man deed. In de spiegel van ons eigen verlangen naar een goede wereld laat Jezus ons zien dat wij zuivere liefde missen maar dat hij ons die geven wil. Nu zullen we zien hoe Jezus zich ook aan mij onthult. Dat is wat hier in Johannes gebeurt: Jezus onthult zich aan deze vrouw en via haar aan haar dorpsgenoten, aan zijn leerlingen en aan ons.

De Jakobsbron

Het hele gebeuren speelt zich af in Samaria, aan de voet van de berg Gerizim, bij de zogenaamde bron van Jakob. De streek Samaria lag, grofweg, voor een beetje beeld, net zo tussen Jeruzalem en het noorden, Galilea, in, als tegenwoordig de Westelijke Jordaanoever. En de verhouding tussen Joden en Samaritanen was zeker zo slecht als die tegenwoordig tussen Joden en Palestijnen. De bron van Jakob ligt bij het huidige Nablus en is inmiddels overdekt met een Grieks orthodoxe kerk. Binnen ziet het er ongeveer zo uit. Je kunt er overigens nog steeds uit drinken en het water is ook nog diep, zomaar 35 meter.

Stapper

Wat gebeurt er? Laat ik daarvoor ook maar beginnen met een plaatje. Veel mensen zullen weten wie dit is: de doler Stapper, die in In de ban van de ring de koning, Aragorn de zoon van Arathorn gaat blijken. Nu nog incognito in de herberg in Breeg. Dat heeft veel van hoe het in Johannes 4 begint in die ontmoeting tussen Jezus en die vrouw. Jezus als een groot koning, met koninklijk postuur en koninklijke kleren aan, maar – op reis, en met een schamele, een eenvoudige reismantel omgeslagen, óver zijn koninklijke kleren heen.

Bij de bron van Jakob zit een man, moe, de kap van zijn reismantel op tegen de zon. Het is rond het middaguur, het is heet en de man is moe van een lange voettocht. Dan komt er een vrouw uit de stad om water te putten. En de man spreekt haar aan, van onder zijn mantel: Geef me wat te drinken, wil je? Hij ont-moet haar. Hier ook in de zin dat alles wat moet en hoort even niet telt. Gek genoeg. De vrouw blijft staan, verbaasd: wat gebeurt hier? Een joodse man die haar om water vraagt, haar, een Samaritaanse vrouw? En dat, terwijl Joden en Samaritanen elkaar mijden als de ziekte – als het gekund had hadden ze toen al een muur gebouwd – en dat, terwijl het sowieso nauwelijks gepast was in die tijd om als man alleen een vrouw alleen aan te spreken? Ze vraagt het hem: Hoe kunt u, een Jood, drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?

Dan is het net of die man de kap van zijn reismantel afdoet. Hij kijkt de vrouw aan, en zegt: Als je wist wat God geeft en wie het is die je om drinken vraagt, dan zou je Hem erom gevraagd hebben en Hij zou je levend, stromend water hebben gegeven. Wat een vreemde man! Wat is dat voor heerschap? Water zit in de put, oké, maar levend water? De vrouw reageert: Maar, meneer, u hebt niet eens een emmer en de put is diep. Waar wilt u dan levend water vandaan halen? U bent toch niet meer dan onze voorvader Jakob? En het wordt nog vreemder: Wie van dat water drinkt, krijgt weer dorst, zegt de man, maar wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst hebben. Want het zal een bron in hem worden waaruit water opborrelt dat eeuwig leven geeft. Nou, wat moet je daar nu mee? Kun je dat nog serieus nemen? Je merkt aan de reactie van de vrouw dat ze iets gedacht heeft als: nou, aan deze heer is kennelijk een steekje los. Ad rem, maar nauwelijks meer serieus gaat ze er op in: Meneer, geeft u mij dat water dan maar; dan krijg ik tenminste geen dorst meer, en dat scheelt me een hoop werk.

Deze vrouw wist inderdaad niet wat God geeft, en had niet het minste vermoeden van wie het was die met haar sprak. Jezus gaat op zijn woorden ook niet verder door, maar doet iets anders. In het beeld van daarnet gesproken: Hij doet nu de knopen van zijn reismantel los, en schudt hem iets van zijn schouders. — Er wordt iets zichtbaar van een koninklijke gestalte, die gebiedt: ‘Ga je man roepen en kom dan hier terug.’ – ‘Ik heb geen man.’ – ‘Ja, terecht zeg je dat. Want je hebt vijf mannen gehad, en de man die je nu hebt is je man niet. Het is waar wat je zegt.’

Het zal je maar gebeuren, dat zo je doopceel wordt gelicht door zomaar iemand die je tegenkomt. En het is nog niet eens een mooie doopceel ook. Maar goed, tot in vers 39 toe weerklinkt de volstrekte verbazing van deze vrouw: Er is een man die mij alles verteld heeft wat ik gedaan heb! Meneer, ik zie dat U een profeet bent. – Maar dan is alles nog veel vreemder. Het is al vreemd dat die man haar aanspreekt, haar, als Samaritaanse. Maar als hij nu ook nog een profeet is, heeft hij dan niet in de gaten waar hij is? De Jakobsbron ligt aan de voet van de berg Gerizim, de berg waar de Samaritanen hun eredienst houden, tegenover Jeruzalem. Die berg, die ze allebei levensgroot voor zich zien, ligt die niet als een groot obstakel tussen hen in, tussen haar, de Samaritaanse, en Hem, de Jood? En ze begint er zelf over, gelijk een wel zo veilig ander onderwerp…: hoe zit dat, u zoekt contact met mij, maar er ligt toch iets tussen ons in? Jullie zeggen toch dat Jeruzalem de plaats is waar je moet aanbidden.

Aragorn

Dan schudt Jezus zijn mantel nog verder van zich af: geloof me, er komt een tijd dat je de Vader noch hier noch in Jeruzalem zult aanbidden. Jullie aanbidden zonder te weten wat je aanbidt, maar wij aanbidden wat we kennen, want het heil komt van de Joden. Maar er komt een tijd – en die is er al – dat wie echt aanbidden, de Vader aanbidden in Geest en waarheid. – Langzaam dringt zich een gedachte aan de vrouw op: Ik weet dat de Messias zal komen, en ons alles vertellen … — En dan richt de Koning zich helemaal op en werpt zijn mantel af: Ik ben het, Ik die met je spreek. —

Op dat punt breekt ook de spanning in het verhaal. De discipelen komen terug met hun boodschappen, verbaasd, de vrouw gaat naar de stad om haar mensen op te halen en even splitst de vertelling zich in twee stromen. Ook een goed moment voor ons om stil te staan en te kijken wat er gebeurd is. We beginnen achteraan, bij het laatste: die man, Jezus blijkt de Messias te zijn, die alles zal vertellen. — Wat heeft Hij dan verteld aan deze vrouw? Nou, als laatste, dat het moment komt, ja er al is, dat wie echt aanbidden, de Vader aanbidden ‘in Geest en in waarheid’. Kennelijk heeft deze Heer dat te bieden: de mogelijkheid om God ‘in Geest en in waarheid’ te aanbidden. En Hij heeft het op dat moment al te bieden: de tijd is nu gekomen.

Nu is dat aanbidden ‘in Geest en in waarheid’ voor ons nog een cryptogram. Wat bedoelt Jezus? Eerder had Jezus gezegd: Ik heb je levend water te bieden, dat een bron in je wordt die opborrelt met eeuwig leven. En nu zegt Hij: Ik heb je ‘Geest en waarheid’ te bieden, om de Vader zó te aanbidden. Dat moet je met elkaar verbinden. Geest is levensadem, leven, bewust, energiek leven, levende bezieling, persoonlijk contact met God, die geest is, de Levende, die leven geeft. Het levende water en de Geest hier, duiden op hetzelfde: Jezus geeft deel aan het leven van God zelf, levendmakende, energie gevende kracht, bezieling door persoonlijk contact met God zelf, die de Levende is. Zo kun je als levende bidden tot de Levende, in werkelijk contact met God zelf.

En net zo moet je ook die waarheid van het bidden ‘in Geest en waarheid’ verbinden met het voorgaande. Jezus heeft deze vrouw de waarheid over haar leven gegeven: Hij heeft haar alles verteld wat ze gedaan heeft. En het is typerend voor Jezus hoe dat dan gaat. Want het is een barre waarheid die aan de dag komt. Deze vrouw heeft bepaald een losbandig leven geleid en doet dat nog steeds. Je denkt haast vanzelf aan die verhalen over mensen in roddelbladen, van wie je kunt lezen dat ze na vier keer trouwen nu maar zijn gaan samenwonen. Waarschijnlijk kwam de vrouw in de middag naar de bron om de andere vrouwen, die normaal ’s ochtends water putten, te mijden. Toch spreekt Jezus haar aan: een vrouw alleen die water komt putten, daar is toch altijd iets mee…? En dan vraagt Hij ook nog precies op de zere plek door: roep je man. Jezus geeft waarheid, ze kan er niet omheen: ik heb geen man. En Jezus legt haar leven open als een leven in losbandigheid. Eerlijk en waar, maar in liefde en zonder haar van zich weg te sturen. De waarheid die Jezus geeft is een waarheid die ruimte geeft, eerlijkheid die doet leven.

Schuif er zelf maar bij aan, hier. Jij kent zelf jouw eigen geheim. Dat waar je het meest bang van bent dat anderen het te weten zouden komen. Als dat op straat zou liggen was je leven kapot. Mensen zouden allemaal zeggen: met zo een wil ik niks te maken hebben. Jij weet zelf waarom je je schaamt, waarom je een masker nodig hebt, waarom je soms net als deze vrouw de mensen mijdt: ze zouden eens vragen. Jezus kent het. Hij wijst je er niet om af, integendeel. Hij zegt: het is de bedoeling dat je net zo open en eerlijk bidt tot God, in waarheid, zonder maskers, terughoudendheid of geheimen voor God. Kom maar met wat je gedaan hebt in het licht van Gods liefde.

Koning Jezus

Zie je hoe Jezus hier voor ons komt staan: het is de Koning die spreekt, de redder van de wereld. Dat blijkt in de loop van het gesprek. Hij ont-moet en onthult zich. En met terugwerkende kracht blijken zijn woorden vol te zijn van Geest en waarheid, van leven en eerlijkheid. Hij is het zelf, die aan deze vrouw, maar ook aan ons en aan wie dat maar wil, dát te bieden heeft: deel aan het leven van God zelf, levendmakende, energie gevende kracht, bezieling door persoonlijk contact met God zelf, die de Levende is, en waarheid, waarheid over ons leven, waarheid die alles aan het licht brengt, in alle openheid en eerlijkheid, maar die dat nooit als aanleiding neemt om ons weg te duwen, de duisternis en de prut in. Integendeel, Hij geeft het ons zo, in het leven dat Hij geeft en in de waarheid die Hij spreekt, tot God te gaan en net zo, levend, open en eerlijk, Hem te aanbidden.

Dat is Jezus ten voeten uit, de Koning die de gave uitdeelt van leven en waarheid, van levendmakende kracht voor mensen die normaal aan de waarheid over hun leven doodgaan. Want ook als je niet zo hebt geleefd als die vrouw, is de echte waarheid over je leven niet makkelijk uit te houden. Op het moment dat je ophoudt je fouten, je mislukkingen, je eenzaamheid, je haat en wat nog meer in je huist weg te stoppen, op het moment dat je alleen bent met jezelf, op het moment dat je beseft dat Iemand veel dieper bij je naar binnen kijkt dan wie dan ook, kijkt dóór hoe dingen lijken heen, kijkt in je hart, op dat moment kun je nog maar twee kanten op: alles weer dicht doen, je afsluiten, volhouden en doorbuffelen, of: terugkomen bij het hart van aanbidding en erkennen dat het allemaal om Jezus gaat, en je leven laten openen in Geest en waarheid. Niemand neemt je meer serieus dan Jezus. Werkelijk leven in volstrekte eerlijkheid en openheid, dat hoort bij de Koning, de redder van de wereld.

Hij deelt dat uit, kennelijk. Je ziet het hier gebeuren. Een vrouw die eerst alleen en mensenschuw water kwam halen gaat volkomen binnenste buiten gekeerd terug naar haar dorp. Ze heeft de Geest gekregen en schaamt zich niet meer voor haar waarheid. In de ontmoeting met Jezus heeft ze zichzelf gezien in het licht van Gods liefde en haar liederlijke leven als een vergeven en toch geliefd leven terug gekregen. Hij weet alles van me, en toch… Het leven van God zelf begint te kloppen in haar hart. De tijd is echt gekomen dat deze vrouw de Vader kan aanbidden in Geest en in waarheid. Het water van Jezus is in haar geworden tot een bron.

Kijk hoe Jezus met de waarheid van jouw leven omgaat, ervaar nog maar eens extra de opluchting: hij weet alles van me, en toch…! Wat doet dat met je. Het wil je laten tintelen van leven, goddelijk leven, echte bezieling. Waar is jouw dorp? Waar is de ander die jij kunt vertellen: moet je nou toch eens horen: hij weet alles van me, en toch…! De goddelijke bezieling van gekend zijn, helemaal gekend zijn en toch, grondig en goddelijk en voor eeuwig geliefd, die wil ook in ons leven stromen, en in dat van de mensen om ons heen, al die mensen met hun geheim, hun schaamte, hun stille strijd, hun maskers. Als Jezus zich aan je onthuld heeft ben jij zelf ook onthuld, de waarheid van je leven staat in zijn licht, gekend ben je, helemaal gekend, en tegelijk goddelijk en voor eeuwig geliefd. Dan is het tijd om te bidden, in Geest en in waarheid.

gehouden in: Amsterdam-ZW, 7 maart 2010

eerdere versies gehouden: Loenen-Abcoude, 23 februari 1997
4 januari 2004

2 gedachten over “Jezus onthult zich aan mij

  1. Wim,

    Bedankt weer.
    Ik heb al vele preken van je gelezen ter voorbereiding op een gezamenlijke bijbelstudie of op mijn vakantieadres in Frankrijk.
    Vanavond bespreken we het tweede hoofdstuk van het boekje van Tim Keller.
    Hij noemt het (ook) ontmoetingen met Jezus.
    Met een insider (Nikodemus) en een outsider (de Samaritaanse vrouw).
    Gods zegen bij je werk in Zijn koninkrijk.

    Hartelijke groet,

    Gerhard Langeler

  2. Beste Wim

    Zondagmiddag a.s. hoop ik deze preek van je te lezen in Harderwijk.

    groeten,

    Hermann Toebes (vader van Koos die jij mogelijk kent)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *