God laat zien hoe hij aan ons bezig is

Preek over zondag 41 Heidelbergse Catechismus

orde morgendienst
votum en groet
zingen: Liedboek 1,1-2
gebod
zingen: Liedboek 1,3-4
gebed
Schriftlezing Genesis 2:4-25
zingen: Psalm 136,1(a).2(m).3(k).20(v).21(a)
Schriftlezing Matteüs 1:18-25
zingen: Psalm 73:9
Schriftlezing 1 Korintiërs 6:12-20
zingen: Psalm 73,10-11
preek over Zondag 41
zingen: Liedboek 481,1.4
gebed
inzameling gaven
zingen: Liedboek 488b
zegen

Hoe probeert God te bereiken dat wij uit onszelf gaan willen wat Hij ons in dit gebod gebiedt? Dat is de grote vraag deze keer, bij de tien geboden. Dit gebod heeft een eigen antwoord op die vraag. God geeft ons een aantal keren een kijkje op wat Hij zelf doet. Hij laat ons zien hoe Hij aan ons bezig is. Wie dat tot zich door laat dringen is al een heel eind op weg met dit gebod. Laten we maar eens kijken. Ik volg de drie bijbelgedeelten die we gelezen hebben.

We beginnen bij het begin. Toen boetseerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus. En even later zien we God opnieuw aan het werk. De rib die Hij uit de mens genomen had bouwde Hij uit tot een vrouw en gaf die aan de mens. Daar begint alles voor ons mee, met God die eigenhandig mensen maakt. De grote, de eeuwige God met z’n vingers in de klei, bezig een mens te boetseren. Hij kust hem wakker met zijn eigen Geest. En omdat de mens alleen nog niet af is bouwt God hem eigenhandig verder uit, tot man en vrouw. Dan pas is de mens klaar en is er iets van Gods beeld tot stand gekomen.

Dat is allemaal maar geen verhaal over hoe het begon en over hoe het toen allemaal ging. Integendeel. De mens is hier echt ‘de mens’. Wat hier als het ware in filmbeelden getekend wordt is nog altijd zo. Als je groeit in de buik van je moeder is dat niet maar een kwestie van celdeling, van natuurwetten en natuurlijke processen. In heel dat groeiproces, wat je volgen kunt op echo’s en wat je voor een klein stukje na kunt doen in een laboratorium, is de Here God zelf bezig met zijn mensen. Nog steeds maakt Hij ons eigenhandig, al ziet niemand zijn handen en horen mensen zijn stem niet.

Als je groot genoeg bent en gelovig genoeg om zijn stem te horen is het vroeg genoeg. Dan mag je het horen: Ik maakte jou in de buik van je moeder. Mijn handen zijn over jouw lichaam gegaan en hebben het gevormd. Toen je je longen volzoog na je geboorte en je eerste geluid gaf, toen was daar mijn Geest. Alleen dankzij Hem werd je een levend wezen. Je bent helemaal, met huid en haar, door Mij geboetseerd, je bent wie je bent door Mij.

Dat is een heel belangrijk begin voor ons allemaal. Je mag er telkens weer aan terug denken als je naar jezelf kijkt. Als je je handen over je eigen lichaam laat gaan, denk er dan maar aan: over ditzelfde lichaam zijn Gods handen gegaan. Zijn vingerafdrukken staan in jouw handen. De lijnen in je huid zijn door Hem aangebracht. Jouw spieren en jouw borsten zijn door Hem vorm gegeven en hebben precies daar hun plek gekregen waar ze zitten. Jij bent Gods gave aan jou.

En jij bent dus niet iets om te gebruiken of te laten gebruiken. Jij bent kostbaar, iemand die zich eerbiedig kan geven, maar die zich door niemand hoeft te laten nemen. Je bent geen gebruiksvoorwerp, geen wegwerp-bekertje, maar een potje dat door God zelf geboetseerd is, en waar Hij dus eindeloos zuinig op is. Ik laat het maar even zien. Dat helpt onthouden. Geen wegwerp-zooi, maar zelf gemaakt.

En dat geldt dus niet maar voor jou, maar voor alle mensen. Wat denk je dat God vindt van flauwe seksistisch praatjes, gore moppen en vieze liedjes? Dat meisje of die knul die langs komt en die jij met de ogen uitkleedt is ook zo door Hem gemaakt. Jouw ogen volgen zijn handen. Als je ‘s avonds laat zit te kijken naar een film waar je niet naar zou moeten kijken, met mensen die zich laten bekijken: de lijnen van het lichaam van zo’n porno-ster zijn ook door God zelf aangebracht. En niet om zich te laten gebruiken door een zoveel-koppig publiek. Mensen zijn te duur om zich te grabbel te gooien. Ze zijn Gods gave aan zichzelf, bestemd om zich eerbiedig te geven, maar niet om zich te laten nemen.

Eigengemaakt door God. Zo’n potje. Zo’n potje waar je zuinig op bent juist omdat je het zelf gemaakt hebt. Zo mag je zuinig zijn op jezelf en op anderen omdat God ons zelf gemaakt heeft. Daarom geef je jezelf niet aan een ander voordat je die eerbied voor God hebt getoond in een huwelijk. Daarom gebruik je elkaar niet voor je eigen doelen, ook niet als je getrouwd bent. Daarom zorg je voor jezelf. Dat allemaal niet doen betekent jezelf beschadigen en anderen.

Dat brengt me trouwens bij het tweede bijbelgedeelte dat we gelezen hebben. Dat is wat willekeuriger gekozen. Ik had ook Lucas kunnen nemen of een stukje uit één van de brieven. Maar waar het om gaat is dat we even stil staan bij het aparte en indrukwekkende feit dat de Zoon van God zelf, dat Jezus, zo’n mens is geworden als wij. Dat wij geen wegwerp-bekertjes zijn, maar echt kostbare eigen gemaakte potjes, heeft God niet maar laten zien aan het begin. Hij heeft het nog veel indrukwekkender getoond op het hoogtepunt van de geschiedenis. Hij heeft zelf zo’n potje willen worden.

Laten we daar maar goed aan denken. Want heel vaak voelen wij ons zo’n kapot potje. En dan denken we: we zijn toch al stuk, wat maakt het nog uit? We hebben toch al ruzie, we hebben toch al zoveel keren geflirt, zo vaak een ander gebruikt bij gebrek aan eigen fantasie. We hebben toch niks aan elkaar en wat maakt het dan nog uit wat we zien, wat we doen? Wat scheelt het, als we ieder ons eigen leven leiden. Wie doen we kwaad met ons masturberen en wat maakt het eigenlijk uit dat we de nodige schuine moppen en vieze verhalen vertellen?

Ja, we zijn toch al stuk. Dat is waar. De een meer dan de ander, maar allemaal toch ergens. Wat zou het dan nog? Laat God ons ook die zonde maar vergeven. Maar ja. Dat is niet de bedoeling van God. Hij ziet ook wel dat we kapotte potjes zijn, maar dat zorgt er niet voor dat Hij nu ook zegt: wat maakt het nog uit? Hij komt juist zelf als zo’n compleet potje op de wereld om zich met ons te identificeren. Het gaat Hem aan het hart dat wij kapot zijn en Hij wil ons weer heel maken.

Denk er maar aan als je naar jezelf kijkt, of naar een ander. Als je je handen over je eigen lichaam laat gaan volg je niet alleen de handen van God de Vader, die jou gemaakt heeft, je volgt ook de lijnen van het lichaam van Jezus Christus onze Heer. Hij vindt ons kennelijk echt kostbaar. Niemand mag ooit zeggen: wat maakt het nog uit, ik ben toch al gebruikt en beschadigd en heb anderen gebruikt en beschadigd. God zegt niet: wat maakt het uit? Hij zegt: het maakt alles uit, en daarom word Ik mens.

Dat gaat heel ver, als je Jezus’ leven erbij betrekt. We hebben toch al ruzie, we leven toch al langs elkaar heen. Ja, misschien is dat wel zo. En midden in die ruzie komt Jezus staan en Hij legt contact met jou en met je partner, en Hij vergeeft jou en je partner, en geeft je elkaar terug. Ja, wij praten niet meer. Dat wordt toch niets. Nee, misschien niet. Maar als je nu zelf eens met Jezus gaat praten, en die ander ook? Waar alle menselijke relaties afbreken, midden in de dood, daar legt Jezus contact. En wat betekent dat?

Toch al kapot zijn, ja, misschien is dat wel zo bij mensen. Maar Gods eigen Zoon is het levende bewijs dat God het daar in ieder geval niet bij laat zitten. Hij wil ons weer een echt heel mens maken. En dat merk je ook als je Hem volgt in zijn leven. Is het u wel eens opgevallen hoe mensen, mannen en vrouwen, maar vooral ook vrouwen, zich gerespecteerd en aangesproken voelen door Jezus? Hij is niet zo iemand bij wie je je als je slecht ben geweest, als je je zo’n kapot potje weet, je nog veel slechter gaat voelen. Hij is niet zo iemand die je je al je tekortkomingen nog eens extra inpepert. Hij is zo iemand bij wie je terecht kunt als hoer, bij wie je je kunt laten genezen als overspelige. Hij is iemand die weet wat kapot zijn, wat gebruikt zijn, wat smerig en vies zijn is, en die nooit zegt: wat maakt het nog uit? Hij is de Zoon van zijn Vader, die weet dat jij Gods gave aan jezelf bent, en wat dat waard is. Hij is liever zelf dood gegaan voor jou, dan je nog eens duizend doden te laten sterven in afwijzing, kritiek en commentaar.

Jij bent zo’n potje, eigenhandig gemaakt door God, kostbaar voor Hem. En als je kapot gegaan bent, zoals dit potje, dan komt Hij zelf, in Christus, en geeft al die kapotte potjes samen een nieuwe plek in zijn lichaam. Nergens zie je Gods grootheid beter dan in het geheel van de kerk. Al die mensen, met hun eigen geschiedenis en hun eigen beschadigingen, krijgen hun eigen plek bij Jezus. En vervolgens gebeurt er nog iets extra’s. Dat is het laatste waar ik nu even aandacht voor wil vragen.

1 Korintiërs 6. Als je het in beeld wil hebben, kijk maar: kapot potje of niet, God zelf zet zijn eigen bloem in ons: we mogen tempel van zijn eigen Geest zijn. We moeten echt kijken naar wat God doet. Dat is het echte geheim achter dit gebod. Dan zien we God niet alleen met zijn handen in de klei, de God die ons boetseert. Dan zien we God niet alleen naast ons, met net zo’n lichaam als wij, de God die zich met ons identificeert. Maar dan zien we God ook als de God die in ons wonen wil, kapot of niet, hoe we er ook aan toe zijn. In ons potje steekt Hij de bloem die Hij zelf is, alsof Hij nog eens extra zeggen wil: het gaat Me om jou.

Denk er maar aan als je naar jezelf kijkt, of naar een ander. Als je je handen over je eigen lichaam laat gaan volg je niet maar de handen van God, volg je niet maar de lijnen van het lichaam van Jezus, je volgt ook de lijnen van de mens in wie God wonen wil. Dat is geen wegwerp-troep, dat is geen spul waarvan het niet uitmaakt wat je ermee doet, dat is allemaal kostbaar voor God, en het wil kostbaar voor ons zijn. Ja, ook die ander, ook die andere man of vrouw die je langs ziet komen, zelfs die porno-ster op SBS6: mensen zijn bestemd om, kapot of niet, de bloem van Gods eigen Geest te dragen.

Oké, laten we daar nu eens goed op letten, op wat God zelf, de levende God, doet met ons. Hoe meer je er op let, des te meer schiet zo’n gebod als dit wortel in je ziel. Hoe minder je er op let, des te minder begrijp je ervan. En misschien houd je dan je nog in bij de daad, maar alles wat daar voor ligt, praatjes, grappen, tv-kijken en noem maar wat, het staat groot in je leven. Het wordt pas kleiner als we God zien, en Jezus, en zijn Geest. Willen wat God wil begint bij kijken naar wat God doet. Ontdek jezelf dan maar, als zo’n kostbaar zelfgemaakt potje, en de anderen net zo, kapot of niet, dat maakt niet uit: iedereen open en bestemd om de bloem van Gods Geest zelf te dragen. Amen.

gehouden in: Loenen-Abcoude, 9 februari 2003
Mijdrecht, 12 februari 2006

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *