We worden kampioen

Preek over Romeinen 8:31-39


orde morgendienst
welkom
zingen: Psalm 121
zingen: Psalm 8,1.3.5.6
stil gebed
votum en groet
zingen: Opwekking 488
gebed
Schriftlezing Romeinen 8:31-39
preek over Romeinen 8:31-39
zingen: Opwekking 454
openbare geloofsbelijdenis van Rianne de Wildt en Cees den Uyl
zingen: Opwekking 461
gebed
mededelingen
inzameling gaven
zingen: Opwekking 347
zegen

Het is al weer ruim een maand geleden, maar nu heb ik eindelijk een kans om hier op terug te komen.

We zijn kampioen

Waar alleen de echte gelovigen nog op rekenden is toch gebeurd: Ajax landskampioen. De hele stad in rep en roer. Gezien de zoveel dagen opruimen die nodig waren was iedereen erg blij. Dat zie je hier wel. Je kunt er ook makkelijk over praten met woorden die bij geloof en religie horen. Ik deed het net al: alleen de echte gelovigen rekenden er nog op. Ze rekenden erop dat de ‘godenzonen’ het voor de dertigste keer zouden doen: kampioen worden. Zo werden ze op het Museumplein ook binnengehaald.

Je kunt daar van alles van denken. Toen we hier nog wat langer geleden ’s middags een keer op zoek waren naar typische Amsterdamse afgoden, werd Ajax ook genoemd. Maar om dat soort dingen gaat het me nu even niet. Je kunt het ook omdraaien: als het om geloven gaat, kun je er dan ook wat van leren? Ik denk het wel, en daarom leek ‘We worden kampioen’ me een goed thema voor deze dienst. Het lijkt me ook een aardige samenvatting van Gods goede boodschap en een al even aardige samenvatting van wat christelijk geloven is. Nu eens kijken of ik er voor kan zorgen dat jullie dat aan het eind van de preek allemaal ook vinden.

Eerst maar eens even terug naar die huldiging. Alleen al op het Museumplein stonden meer dan 80.000 mensen feest te vieren. Wij zijn kampioen, zongen ze, we are the champions. Maar eigenlijk is dat gek. Er is hier vast wel iemand die weet hoe groot de selectie van Ajax is. Geen 80.000 man, lijkt me. Toch zijn al die 80.000 mensen kampioen geworden, vinden ze. En al die anderen ook, in en buiten Amsterdam. Er is hier ook vast wel iemand die een vermoeden heeft van hoeveel Ajax-fans er ongeveer zijn. Dat gaat allemaal echt niet in een spelersbus. En toch vinden ze allemaal ook dat zij kampioen zijn. Een aantal van die vele duizenden kunnen voetballen, of hebben ooit kunnen voetballen. Het grootste deel bakt er weinig van. En toch zijn ze allemaal kampioen. Wat Ajax doet op het veld, telt ook voor hen.

En dat is niet alleen bij Ajax zo. Als het Nederlands elftal speelt telt dat voor ons allemaal in Nederland. Zelfs als één sporter, een zwemmer of een wielrenner of een snowboardster of noem nog maar een andere sporter m/v die voor Nederland uitkomt, ergens kampioen wordt, worden ‘wij’ kampioen. Net als de koningin namens ons spreekt of dingen doet, komen dat soort sporters uit ‘voor ons’, voor ons als stad of voor ons als land, voor ons als dorp of voor ons als groep fans. Zij doen iets, bereiken iets, en wij genieten er allemaal van mee.

Zeg dit soort dingen even met iets andere woorden en we zitten in één keer in het hart van het christelijk geloof. Wij zijn niet zo goed in echt goed leven. Wij slagen er al zo ongeveer sinds het begin van de mensheid niet in om van onze aarde een goede werkelijkheid te maken. Soms bereiken we wat in ons leven, maar vaak ook niet. Of we nu uit of thuis spelen, tenslotte verliezen we allemaal van de dood. Maar gelukkig is er iemand die wel heel goed is in echt goed leven, iemand die 100% liefde is, iemand die sterker is dan de dood, iemand die alle wedstrijden tegen tegenspoed, ellende, vervolging, honger, armoede, gevaar en slachtpartijen wèl gewonnen heeft. Iemand die absoluut wereldkampioen leven is. Als de hele competitie is afgelopen brengt hij een werkelijk goede wereld met zich mee, eigenhandig veroverd, gewonnen, gemaakt. Zeker weten, want van de dood heeft hij al gewonnen.

In de kerk hier zijn we fan van hem. Want hij heeft gezegd dat hij ook voor ons uitkomt. Wat hij doet, bereikt, maakt, wint, dat telt allemaal ook voor ons. We vertrouwen erop dat hij de overwinnaar is van duivel en dood, kwaad en graf, ook van ons kwaad en ons graf. Zoals een fan van Ajax erop vertrouwt dat die elf daar op het veld zullen winnen, zo vertrouwen we in de kerk erop dat Jezus, de enige echte godenzoon, het leven zal winnen. Dat is geloven: vertrouwen dat een ander, dat Jezus, voor jou uitkomt en wint. We worden kampioen, dat is zeker. Als hij voor ons is, wie zal dan nog tegen ons zijn? We verheugen ons alvast op de grote huldiging, als we allemaal wereldkampioen goed leven zijn geworden.

Dat is net zo gek, en ook net zo gewoon, als dat al die duizenden fans kampioen worden als hun club wint, terwijl ze zelf niet eens kunnen voetballen. Wij zijn hier ook allemaal maar gewoon volk, met een leven dat bestaat uit buffelen, werken, studeren, en weet ik veel wat nog meer. We hebben vrienden, geliefden, soms kinderen en kleinkinderen, allerlei mensen om ons heen met wie we lief en leed delen. Soms bereiken we wat, vaak ook niet. Soms lukt het om goed te leven, in liefde en vrede, vaak genoeg ook niet. Aan christenen is niets bijzonders. Jezus is bijzonder. God is de grootste, en wij zijn niet meer dan fans, die erop vertrouwen dat hij echt wereldkampioen leven is. Hoe klem we ook in ons alledaagse leven kunnen zitten, net als ieder ander mens, wij vertrouwen erop dat hij voor ons uitkomt en wint. En daarom beginnen we iedere week in ons clubhuis met alvast feest vieren: we worden kampioen.

Wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij hem die ons heeft liefgehad. Midden in ons echte leven, met alle vreugde en alle verdriet, in de ruimte of in het nauw, in dit alles zegevieren we glansrijk. Dankzij die ene die werkelijk prachtig, groots, 100% liefde en trouw, vrede en recht, goedheid en glorie is, die de dood al achter zich heeft en nu bezig is een werkelijk goede wereld te maken — we worden kampioen, werkelijk wereldkampioen leven met en door hem. Want hij komt voor ons uit.

Klinkt te simpel? Moet het allemaal toch wel een stuk ingewikkelder zijn als het om God, Jezus, geloof, kerk en christen zijn gaat? Waarom dan? Het leven is al ingewikkeld genoeg, zou ik zeggen. En wij zijn er ook nog eens niet zo goed in. We maken van alles kapot, we zijn eindeloos bezig met onszelf, met wat wij allemaal wel niet willen bereiken en doen. We investeren in onszelf, want we willen wel iemand worden. We maken ruzie, kwetsen elkaar, worden ziek, hompelen door het leven als in allerlei opzichten gehandicapte mensen. Je kunt doof zijn, en je kunt ook niet kunnen luisteren, ik weet niet wat een grotere handicap is. En zo door. Je hoeft niet zoveel journaals te kijken om te merken dat wij met elkaar nu niet bepaald wereldkampioen leven zijn. Dat is allemaal waar. Maar waarom zou de verlossing van al die ingewikkeldheden dan zelf ook ingewikkeld moeten zijn?

O, je bedoelt dat wij het toch ook echt wel wat beter moeten gaan doen? Als je christen wordt moet je allerlei dingen doen en laten en zo. Maar dat komt er al snel op neer dat je toch echt wel een verdienstelijk amateur-voetballer moet zijn wil je kunnen zeggen dat ‘we’ kampioen geworden zijn als Ajax de titel pakt. Dat is wreed. Denk maar aan die rolstoelers vooraan het podium bij de huldiging. Die zijn nu ook kampioen, zonder überhaupt te kunnen voetballen. Het is juist het punt dat we zo slecht in leven zijn dat er echt iemand anders voor ons moet uitkomen wil er nog iets van terecht komen. Een beetje verbetering helpt niks. Van de dood verlies je toch. We worden alleen kampioen omdat Jezus voor ons wilde uitkomen en hij echt wereldkampioen goed leven is, sterker dan de dood. Of je vertrouwt op hem en je laat je door hem vertegenwoordigen, of het wordt allemaal niks, degradatie, devaluatie, vergankelijkheid, aanmodderen tot de dood er op volgt.

Of misschien nog wel wat anders, je bedoelt: maar het ziet er hier helemaal niet uit alsof Jezus kampioen is, en al helemaal niet alsof ‘wij’ kampioen zijn. Ja, dat klopt, maar dat heb ik, dacht ik, ook nog niet gezegd. Het is wel het lastige met zo’n foto van de huldiging, terwijl wij nog niet aan de huldiging toe zijn. Geloven in Jezus is niet zien dat we kampioen zijn, met zo’n schaal en zo, maar halverwege de competitie geloven = erop vertrouwen dat we kampioen worden omdat Jezus de beslissende wedstrijden gewonnen heeft: als je van duivel, dood en ziekte gewonnen hebt kan het niet anders dan dat je wereldkampioen leven gaat worden. Het evangelie is niet ‘we zijn kampioen’, maar ‘we worden kampioen’. Nog steeds niet heel ingewikkeld, dacht ik.

Wat je hier verder van kan zeggen kun je ook mooi zien op zo’n foto van de huldiging van Ajax. Je ziet er allerlei mensen met van die Ajax-shirtjes aan. Die hebben ze in veel gevallen niet nu pas aangetrokken. Ze liepen er het hele seizoen al in, ook toen het kampioenschap ver weg was. Ze zijn geen speler, maar dragen wel een spelers-shirt. Dat betekent: ze identificeren zich met een club en met een speler die zij heel goed vinden. Niemand met een Ajax-shirt zal zeggen: Ajax is slecht en voetbal is geen sport, ik vind er niks aan. Zoiets heb je ook met christenen.

Je zou kunnen zeggen: voor je vertrouwen op Jezus uitkomen, zoals Cees en Rianne hier zometeen doen, dat betekent hetzelfde als een shirtje aantrekken met ‘Jezus 1’ en een kruis erop — trouwens, ik weet dat nr. 1 de keeper is, tenminste bij voetbal, misschien betekent dat wel wat. — Maar goed, met zo’n shirtje zeg je niet: ik ben goed, ik weet alles, ik ben een levenskunstenaar, ik ben Jezus. Het betekent: verlangen, zoals hij zou ik willen zijn. Denk ook maar aan die gastjes hier bij de kerk, die eindeloos voetballen in een shirt met ‘Messi’ erop, ook als ze nog geen bal laag kunnen houden. Zo’n shirt dragen betekent: verlangen, zoals hij zou ik willen zijn. En het is ook nogal logisch dat het betekent: Jezus is prachtig en echt 100% leven in liefde, trouw, goedheid, recht, vrede, zorgzaamheid en eerlijkheid, dat is het einde. Dan ga je vervolgens niet zeggen: Jezus is saai, en dat ik aan mijn trekken kom is het enige wat telt, ruzie maken, uit de band springen, je suf neuken en de boel slopen, en al die andere Oh Oh nog wat dingen, dat is het einde. Als je Jezus bewondert bewonder je ook waar hij voor staat. De rest is wat je niet wilt. Lijkt me.

Wie vertrouwt op Jezus wordt zeker een keer wereldkampioen leven. Hij wil uitkomen voor jou in de grote sport van echt goed leven. En hij deelt er zijn eigen shirtjes bij uit. Dezelfde Paulus van wie we net wat gelezen hebben schrijft ergens anders: als je in Christus gedoopt bent, ben je ook met hem bekleed. Trek dus vooral zo’n shirtje aan: ‘Jezus 1’ en een kruis erop. Identificeer je ook met Jezus: zoals hij zou ik willen zijn. Wat voor kreupelende amateur je verder ook bent: je kunt alvast beginnen met oefenen voor die 100% echt leven in liefde, trouw, goedheid, recht, vrede, zorgzaamheid en eerlijkheid. Als je dat toch het einde vindt is er niets vanzelfsprekender dat je er ook vóór het einde alvast mee begint. Als je dat niet wilt is de simpele vraag alleen maar: wat wil je nu eigenlijk? Van wie ben jij nu werkelijk een fan?

Daar wordt het echt niet plotseling toch weer ingewikkeld van. Waarom? Wanneer is een mens tenslotte echt helemaal gelukkig? Ja, als het leven echt goed geworden is, jij kunt serieus en niet maar voor even en in goede voornemens van de mensen om jou heen houden en zij doen dat bij jou, niet maar voor even en in goede voornemens. God weet maar al te goed dat ons dat niet lukt, dat wij niet goed zijn in die hoogste sport van alles: leven. Daarom juist gaf hij zijn Zoon om voor ons uit te komen, de werkelijke kampioen. Dus als het niet helemaal lukt of zelfs eens helemaal niet, is dat niet het probleem. Juist bij God wordt je zelfs als rolstoeler kampioen. Alleen zeggen: echt leven is ook niet interessant, ik heb geen zin in liefde, geen zin in trouw, geen zin in eerlijkheid, geen zin in vrede, geen zin in een goede wereld — dat kan echt niet. Maar wie zou daar nu geen zin in hebben? Goed, het kan, het gebeurt, het komt voor. Maar dat is pas echt gek, het raadsel van het kwaad. Als je dat wilt word je ook geen kampioen. Kies voor het kwaad en je wordt voor eeuwig verliezer.

Gods bedoeling is dat we allemaal, wie we ook zijn, wat we ook kunnen en niet kunnen, hoe zwaar het leven ook is en hoe mislukt je bestaan kan zijn, toch eens wereldkampioen leven worden. Hij geeft het je in Jezus en met Jezus. Alle reden om fan van hem te worden, om met zo’n soort van ‘Jezus 1’ shirtje door het leven te gaan, en je alvast zondag in zondag uit, dag in dag uit, te verheugen op de dag van de grote huldiging. Wat er ook gebeurt, ‘in dit alles’ glansrijk zegevieren. Deftige bijbelwoorden, maar laten we het vooral niet ingewikkelder maken: We worden kampioen, niet omdat wij goed zijn, maar omdat God goed is en Jezus wereldkampioen leven. Laten we er van zingen. Dat past het beste.

gehouden in: Amsterdam-ZW, 19 juni 2011

Een gedachte over “We worden kampioen

  1. Altijd mooi om te zien de vreugde van overwinning en de verbazing ervan soms van sporters, Yes!!! ik heb het gehaald.

    en dan te bedenken dat we meer dan overwinnaar zijn!!!
    Stemt mij bij die beelden tot nadenken over mijn / ons enthousiasme.

    En natuurlijk nog gefeliciteerd met de overwinning :-)!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *