Hij geeft ons een nieuw lied in de mond

Preek over Efeziërs 5:18-20

orde morgendienst
welkom
zingen: Opwekking 489
zingen: Liedboek 434,1.2
stil gebed
votum en groet
zingen: Liedboek 301,1.2.5
gebed
Schriftlezing 1 Kronieken 16:1-36
preek over Efeziërs 5:18-20
zingen: Psalmen voor Nu 145
avondmaalsviering
intro en uitnodiging
zingen: NGK 156
opstellen in kring, viering
zingen: NGK 125
gebed
mededelingen
zingen: NGK 165
zegen

We gaan vanmorgen verder met de serie preken over onderdelen van de eredienst. In januari was het zogenaamde votum het eerste, dat we aan het begin van de dienst samen zeggen: onze hulp is in de naam van de Heer, etc. Het betekent onder meer: Heer, wij hebben alles achtergelaten om U te volgen. Vorige week gingen we verder met de groet van God: Genade en vrede voor u. En het betekende onder meer: Kom maar bij mij jullie allen die moe en belast zijn, ik geef je rust en eindeloos veel meer. Wat dan volgt is dat we samen zingen. Dat begon zelfs al eerder, maar het krijgt nu een eigen lading, die uitstraalt over elk lied dat we samen zingen in de kerk. En daar ga ik toch maar iets van zeggen, ook al moet je niet zoveel praten over zingen, maar het gewoon doen.

Net als die twee eerdere onderdelen van de kerkdienst is ook dit niet vanzelfsprekend, iets wat logisch en algemeen is. Veel mensen die niet gewend zijn naar de kerk te gaan valt het op: ze zingen samen. Dat doen we in Nederland verder niet zo vaak. Samen in het stadion, om onze ploeg aan te moedigen: wij staan achter jullie. En buiten het stadion als de cup gewonnen is of er andere reden is voor een groot feest. Je denkt vanzelf aan de schreeuwende, dansende en zingende menigte in Egypte eergisteren. Meezingen op concerten doen we ook, desnoods met een vol Gelredome op Symfonica in rosso. En samen ‘lang zal ze leven’ zingen op een verjaardagsfeest. Heel veel meer is het niet. Zelfs alleen zingen is zeldzaam geworden, zoals Herman van Veen bezingt in ‘Hilversum 3 bestond nog niet’. Er is al zoveel geluid, muzak en muziek om ons heen, dat we stil vallen als er niet een hele goede reden is om te zingen.

Zoals je aan de voorbeelden merkt is die goede reden meestal dat je samen blij bent ergens mee. Hoe meer je blij bent, des te groter de kans dat je vanzelf gaat zingen, fluiten, neuriën, dansen. Zelfs als je zo muzikaal bent als een deur komt er muziek bij je boven als je eindeloos gelukkig bent, als het leven prachtig is omdat hij ook van jou houdt, omdat je een kind gekregen hebt, omdat je eindelijk vrij bent, omdat het gelukt is, ja, gelukt!

En dat is precies waar het ook in de kerk om gaat. Wij zingen samen omdat we blij zijn met God, met Jezus, helemaal van binnen uit door zijn Geest. Er zit echt een diepe logica in een kerkdienst. Wij zijn hier gekomen, niet maar voor onszelf, nee, onze hulp is in de naam van de Heer: Heer we komen hier voor U. En de levende God zelf zegt ons: welkom, je bent bij mij aan het goede adres, ik ga je geven, eindeloos veel geven, genade en vrede. Als daar iets van tot je doordringt komt er ook iets boven van ‘yes!’, dit wordt gaaf, dit wordt prachtig, dit wordt eindeloos goed leven. Als we gezegd hebben: Heer, wij hebben alles achtergelaten om U te volgen, en we gehoord hebben: Kom maar bij mij, jullie allemaal die moe en beladen zijn, dan volgt er: mijn Heer en mijn God, wat bent U groot en goed en gaaf en vol liefde, eindeloos. En dan wordt er ‘dus’ gezongen, gevierd en zelfs in een Nederlandse kerk bijna gedanst. Hoe lekkerder je zingt hoe meer je in beweging komt. Om het maar met een psalmvers te zeggen: Heer, U geeft ons een nieuw lied in de mond.

Zingen om God, door God en daarom van God, dat hoort al van het Oude Testament af bij de gelovigen. Het heeft ook van het eerste begin af aan bij de kerk gehoord. We hebben er net van gelezen uit Paulus’ brief aan de gelovigen in Efeze, in het spoor van wat we lazen uit Kronieken. De vroegste kerkvaders schrijven al over het zingen in de kerk. Hoe heerlijk het was om heel anders te kunnen zingen dan de mensen toen om hen heen. Niet meer te hoeven zingen om de goden te bezweren je niet te beschadigen, om de goden in beweging te brengen om aandacht aan jou te geven. De godsdiensten van de oude wereld zongen en speelden de muziek van de slangenbezweerder. Maar in de kerk kon je zingen van een God die al lang in beweging gekomen was voor jou, zelfs echt gekomen in Jezus, en die jou nu in beweging brengt voor Hem. Heerlijk, vrij van angst, van veel moeite doen, van gedoe, van allerlei precieze rituelen, vrij van de goden die jij eindeloos moet geven voor zij over de brug komen bij de God die zelf eindeloos geeft en in Jezus al lang over de brug gekomen is met genade en vrede voor jou. Heer, U geeft ons een nieuw lied in de mond.

Niet dat het leven nu al één feest is. Je komt bij God altijd ook als mensen die zich moe en belast kunnen voelen en het uiteindelijk altijd ook wel wat zijn. Bij de liederen in de kerk heeft altijd ook het ‘Heer, ontferm U over ons’ gehoord, en niet alleen maar het ‘glorie aan God in de hoogste hemelen’. Maar het eindigt wel altijd met lof, omdat bij deze God het leven wel één feest wórdt, dat kan niet anders. Wij moeten Gode zingen, hoe ons leven er ook uitziet, om God en om wat hij geeft: genade en vrede, vandaag en morgen en voor altijd. Dat straalt over elk lied in de kerkdienst uit. We zingen niet omdat ons leven altijd goed is, maar omdat God goed is. Hij geeft het ons te zingen, bezielt ons tot een lied. Vol worden van zijn Geest betekent dat je ogen geopend worden voor wie God is, en Jezus. De Geest is altijd degene die ons laat houden van anderen, van andere mensen, maar van God zelf in de eerste plaats. Wat Paulus schreef begint niet voor niets met ‘laat de Geest u vervullen’. Door zijn Geest geeft God zelf ons te zingen.

En daarmee doet hij gelijk meer. Hij brengt ons vrij letterlijk in beweging. Zingen is altijd actie, je doet het. Net als straks bij het avondmaal, als hij ons in beweging brengt: staan, lopen, eten, drinken. Zingen is zelfs niet alleen maar actie op zichzelf. Natuurlijk, zelfs als je blijft zitten doe je het, je gebruikt spieren en stembanden op een manier zoals je verder niet vaak doet. Maar zingen is ook actie die meer actie oproept, die een beweging in gang zet. Het kan je raken, emotioneel, of door woorden die door de muziek veel meer tot je doordringen dan als je ze hoort of zegt. Als je zingt omdat je blij bent versterkt de muziek en het lied je blijdschap en ga je vrolijk verder je leven in. Het laatste lied in de kerkdienst hoort echt altijd een loflied te zijn, een lied van vreugde. Dat wil verlengd worden in je leven. God zelf geeft je er zijn zegen bij mee: ik blijf bij je, ook verder vandaag en morgen en overmorgen en alle dagen van je leven geef ik je reden om te blijven zingen, blij verder te gaan, meer actie, meer leven.

Laat ik het zo eens zeggen: de dynamiek van zingen maakt je meer mens, maakt je vrij mens, maakt je mens zoals God je bedoeld heeft. Meer nog dan woorden alleen kunnen doen. Laat het zingen, het vieren, het samen blij zijn met God uit de dienst weg en je krijgt zomaar de grootste misverstanden. Als God tegen je zegt: je zonden zijn je vergeven, ik geef je redding, genezing, vrede, en dan blijft het stil en ga je naar huis, zou je zomaar kunnen denken: zo, nu ben ik aan de beurt, nu moet ik gaan leven zoals daarbij past, nu moet ik mijn leven heiligen, toewijden aan God. En dan wordt alles een vermoeiende last. In jargon gezegd: als tussen rechtvaardiging en heiliging geen viering zit, geen liederen zitten, dan wordt je heiliging vanzelf jouw opdracht. En dat is niet de bedoeling. Als God goed is en je blij maakt geeft hij je daarmee echt een nieuw lied in de mond, hij versterkt je blijdschap, je emoties van dank en overgave, en brengt je in beweging met een extra dynamiek: zo nu ook verder, gedragen door Hem in Jezus’ naam, bezield door zijn Geest. In de oude kerk was God geeft me een nieuw lied in de mond ook een typering voor God geeft me een nieuw leven te leiden. Zo is het maar net.

En zo is het ook heel lichamelijk. Als je zingt blijft je blijdschap niet maar in je hoofd of in je hart, met brengt je hele lichaam in beweging. Zingen vraagt om dansen. En zoals gezegd dat merk je zelfs als stijve Nederlandse gereformeerde. Ook wat dat betreft is zingen net als avondmaal vieren. Je voelt jezelf lopen, inclusief die ene spier die trekt, je been dat niet helemaal goed mee wil, inclusief je spieren die je die verende tred geven en het bloed dat tintelt in je lijf. Je voelt en proeft het brood, de wijn. Zo hoort het en zo is het ook bij zingen. Je voelt jezelf in beweging komen, je ademhaling is anders, je stem klinkt anders, hoe meer je je overgeeft aan het lied, des te meer komt er beweging in je lijf. Zo wil God zelf je in beweging brengen, met huid en haar. Zo is hij tenslotte eerst zelf ook in beweging gekomen in Jezus Christus, met huid en haar.

Je leven als christen dat God zelf in beweging zet door je een nieuw lied in de mond te geven kan geen leven blijven van goede voornemens, van dingen vinden, van een nieuwe kijk op het leven. Het mag niet in je hoofd blijven hangen, zelfs niet in je hart of je gevoel. Het wil lijfelijk worden, lopen naar anderen, een arm om de schouder, helpen, iets voor een ander doen. De grote actie Nederland Doet komt er aan, 18 en 19 maart. De handen uit de mouwen. Laten veel christenen meedoen, jij ook. Je kringleider heeft er al een berichtje over ontvangen, vraag er maar naar komende week. Klussen is ook lichamelijk, net als eten koken, een rolstoel rijden, samen voetballen. En als je dat allemaal niet kunt omdat je lijf niet meer wil, hinken is ook lichamelijk, zelfs liggen is het en bidden en een goed gesprek voeren. Zingen zit heel diep in mensen. Er zijn mensen die niet kunnen praten, maar wel zingen. Zelfs mensen die niet kunnen lopen, maar wel dansen op muziek. Er is muziektherapie, maar iedereen heeft wel wat ervaring dat muziek zelf therapie is. In ieder geval, als je al zingend actief wordt gemaakt door God zelf wil die beweging ook lichamelijk blijven. Zoals je zingt met huid en haar, zo geeft God nieuw leven met huid en haar.

En hij geeft je dat niet maar alleen, als individu. We zingen samen het lied dat God ons geeft omdat hij het ons samen geeft, verbindend, samenbindend. Weer net als bij het avondmaal straks: als je samen eet en drinkt hoor je bij elkaar. Als je samen zingt hoor je bij elkaar. Als we samen vol worden voor Gods Geest bezielt dat tot met elkaar psalmen, hymnen en liederen die de Geest u ingeeft te zingen, zoals Paulus schreef. En met elkaar betekent dan ook voor elkaar en elkaar toezingen. Zingen vraagt altijd om meezingen. Net als blije en gelukkige mensen zien je zelf ook blij maakt en je vanzelf moet lachen om lachende mensen. Gods Geest wil altijd besmettelijk zijn, zich aan anderen mee-delen. Zingen is één van de grote middelen die hij daarvoor gebruikt.

Denk maar aan die keer dat je moe of verdrietig in de kerk kwam en je door een lied boven jezelf uit getild werd. Denk aan die keer dat een lied je weer moed gaf. Denk ook maar weer aan Egypte deze week. Ik heb deze week uren lang zitten luisteren naar een pianobewerking van een Zuid-Amerikaans lied: The people united will never be defeated. Een volk dat één is zal nooit verslagen worden. En dat gebeurde vrijdag niet alleen, zelfs de kreten van blijdschap op het Tahrirplein hadden het ritme van dat lied: The people united wil never be defeated. Dat begrijpt iedereen, al versta je geen woord Arabisch. Het is maar al te waar: ook een kerkelijke gemeente die één is, die één lied zingt, zal nooit verslagen worden.

Ik weet het wel, je kunt die dynamiek van de Geest die je samen liederen laat zingen ook tegenstaan en blokkeren. Je kunt chagrijnig niet meezingen, omdat je een lied niet kent, omdat je het slecht vind, omdat je, nou ja, verzin een reden. Je kunt er ook geen ruimte voor hebben omdat je te verdrietig bent of je te ongelukkig voelen om mee te zingen. Laat je dan toezingen of laat voor je zingen, probeer toch te genieten van de blijdschap van anderen. Het is een boodschap van God voor jou, hoe jij ook eens weer blij zult zijn en nooit meer chagrijnig.

Gods liefde zelf geeft ons, om Christus’ genade eenheid met zijn heilige Geest in een nieuw lied, hoe oud ook, telkens weer nieuw. Zo brengt hij ons samen in beweging, met huid en haar, om zo samen verder te leven, gedragen door hem. Ik heb het vanmorgen eens een paar keer over de oude kerk gehad, in de oude wereld van het Romeinse rijk. Laat ik daarom eens afsluiten met een citaat van Augustinus, de grote kerkvader op de grens van de vijfde eeuw. Hij zegt: Wil je psalmen zingen en spelen? Dan moet niet alleen je stem Gods lof zingen, maar je daden moeten afgestemd worden op je stem. Nadat je met je stem gezongen hebt, moet je een tijdje stil zijn, en dan is het tijd om te zingen met je leven zonder ooit stil te vallen. Zo is het. Laten we daarom zingen. Amen.

gehouden in: Amsterdam-ZW, 13 februari 2011

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *