Hoe meer zielen hoe meer vreugd

Preek over Matteüs 22:1-14

orde morgendienst
welkom
zingen: Psalm 42,1
stil gebed
votum en groet
zingen: Opwekking 331
zingen: Opwekking 387
gebed
Schriftlezing Jesaja 25:6-9
preek over Matteüs 22:1-14
zingen: Liedboek 281
luisteren: Rejoice in the Lamb nr. 1
gebed
inzameling gaven
zingen: Liedboek 114
lezen Efeziërs 5:1-20, Tien Geboden gebeamd
zingen: Iona 13
mededelingen (gastadres)
zingen: Opwekking 553
zegen

Er is maar weinig dat zo bij een feest hoort als gastvrijheid. Als je iets te vieren hebt haal je mensen bij elkaar, nodig je mensen uit. Bij ‘ik vier een feestje’ hoort ‘kom je ook?’, dat weten de kinderen al. En dit is één van de dingen die niet overgaan als je ouder wordt. Je kunt ervoor kiezen om dingen niet te vieren, maar als je een feest vier dan stuur je een briefje, of een email. Kom je ook? In je eentje kun je zitten kniezen, in je eentje kun je je verkneukelen of iets wat komt, maar in je eentje kun je geen feest vieren. Het is eigenlijk alleen maar triest als je zo eenzaam bent dat je je verjaardag alleen moet vieren. Stel het je voor, iemand alleen met een taartje aan een tafel, een slinger aan het plafond, en meer niet. De tranen schieten je in de ogen. — Het kan gewoon niet anders. Als je blij bent ga je dat niet in je eentje zitten zijn. Daar horen mensen bij, verhalen, felicitaties, liederen, samen blij zijn. Hoe meer zielen hoe meer vreugd.

En het grappige is dat je die regel ook kunt omkeren: hoe meer vreugd, hoe meer zielen. Vanzelf doet iedereen dat: hoe groter het feest is dat je te vieren hebt, des te meer mensen nodig  je uit. De speciale kroonjaren van je leven of je huwelijk wil je delen met meer dan je familie, meer dan je vrienden, dan mogen mensen uit allerlei fasen van je leven komen, en trouwens, als ze nog andere mensen meebrengen is dat ook geen punt. Nergens kom je zo makkelijk binnen als in een huis waar stevig feest gevierd wordt. Waar mensen blij zijn willen ze dat je meedoet, dat je ook blij bent, dat je aanschuift, mee eet, een glas mee drinkt.

Je hoeft niet heel veel in de bijbel gebladerd hebben om te zien dat de levende God, onze Schepper, hier helemaal in meedoet. Feesten en festivals, oogstfeesten, gedenkfeesten, blijde liederen over redding en verlossing, je vindt alle kleuren feest in het eerste deel van de bijbel. En als Jezus komt en rondtrekt door Israël en Palestina bouwt hij een stevige reputatie op van feestvierder en wijndrinker. Jezus was bepaald geen magere asceet. Het is met zoveel woorden tekenend dat Jezus zijn optreden begint met het schenken van een stuk of duizend flessen goede wijn op een bruiloft. Jezus kwam met een goede boodschap (evangelie is het woord daarvoor) en goed nieuws moet gevierd worden. En alle wegen van God door de geschiedenis komen bij elkaar in het grote feest op zijn nieuwe hemel en aarde, de bruiloft van het Lam. In de hemel is het feest al begonnen. Daar zijn volgens Hebreeën 12 al duizenden engelen in vreugde bij elkaar, met de mensen die in geloof gestorven zijn. En alles cirkelt rond Jezus, de middelaar van een nieuw verbond. Als we eredienst houden zoeken we contact met dat feest. Wij staan niet voor een rokende berg op aarde, maar voor dat feestend nieuw Jeruzalem. We zullen er straks van zingen, over die stad als middelpunt van feest, Jeruzalem, zoals het in Gods dromen vanouds moet zijn geweest.

Ja, in Gods dromen. Want feest hoort bij God, blijdschap hoort bij God, overvloed en uitbundigheid horen bij God, hoe meer zielen hoe meer vreugde hoort bij God. En hoe meer vreugde hoe meer zielen ook. In het stukje Matteüs dat we lazen zet Jezus het zelf voor ons neer. Als de levende God gaat optreden als koning op aarde, dan doet hij dat als een koning die een bruiloftsfeest geeft voor zijn zoon. Hij nodigt mensen uit, eerst een bepaalde groep, maar later iedereen die je tegenkomt. De feestzaal moet vol. En zo gaat het in werkelijkheid toch ook? In steeds wijder kringen gaat Gods uitnodiging uit over de aarde. Van Israël uit het Romeinse rijk rond, dan Europa, Noord-Afrika, het Midden-Oosten en Rusland door, later ook naar Amerika, en nu al weer een hele tijd breeduit in Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Dit moet het grootst denkbare feest worden dat de schepping ooit heeft gezien. Iedereen die je tegenkomt is welkom. Hoe meer zielen hoe meer vreugd.

Laten we dat even expres tot ons door laten dringen. Bij God hoort feest. Mensen hebben vaak niet zo’n feestelijk beeld bij God. We verwachten van hem geen uitbundigheid, niet dat hij de organisator van het grootst voorstelbare feest ter wereld zal zijn. Eerder denken veel mensen aan God als de portier of zelfs uitsmijter bij zo’n feest. Laat je kaartje van goed gedrag maar zien, anders kom je er niet in. O, jij dacht dat je het nog wel aardig gedaan had in je leven? Nou, kijk eens hier in mijn administratie: dit en dat en zus en zo. Vergeet het maar. En voor je het weet zorgen de laatste verzen van deze gelijkenis in Matteüs ervoor dat dit zwarte beeld van God weer helemaal voor je staat: Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren. Zuinig hoor, griezelig en zwart.

Maar dat zou jammer en onterecht zijn. Laten we even meer precies kijken naar wat Jezus eigenlijk vertelt hier. Hij is in een stevige discussie gewikkeld met de leiders van zijn volk. Die vinden hem maar niks. Jezus zegt steeds dat iedereen die dat maar wil Gods feest binnen mag gaan, ook al ben je slecht, ook al ben je er beroerd aan toe. Maar dat kan niet kloppen. Je moet echt goed leven, anders zal het niet gaan, vinden zij. Je moet echt bij het trouwe volk van God horen, anders is het feest niet voor jou. Maar Jezus nodigt tollenaars en hoeren uit, en ze komen nog ook, ze gaan hem volgen, vieren feest met hem. En het lukt de leiders niet om Jezus ergens op te pakken, hem gevangen nemen durven ze niet. Dat is ongeveer de achtergrond. Van daaruit kun je de gelijkenis invullen.

Jezus zet eerst nog eens zijn evangelie neer: als God als koning gaat optreden gaat het als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. En ja, inderdaad, het volk van de koning is uitgenodigd. Jezus vertelt het ook zijn tegenstanders nog een keer extra: jullie zijn uitgenodigd, jullie zijn zelfs de oorspronkelijke uitgenodigden. Maar jullie doen vreemd. Kom ik jullie uitnodigen voor een feest, en jullie negeren mij, gaan door met wat je zelf belangrijk vindt, sterker nog jullie worden agressief en nemen de dienaren van de koning gevangen en doden hen. Dat is nog eens vreemd. Wie doet nu zoiets? Jullie gaan liever door met je eigen besognes dan dat je op het feest van de koning komt. Waarom eigenlijk? Is het niet goed dan, is het niet prachtig dan, een feest? Of moet het een afrekening worden, waarin jullie gelijk krijgen, als God koning wordt? Zo. Dat wordt pijnlijk dan. Want nu je niet wilt komen voor het feest komt de koning inderdaad voor een afrekening, waarin jullie ongelijk krijgen.

Maar de koning wil nog steeds feestvieren. Zijn zoon trouwt. Dat is prachtig. Dat moet gevierd worden. Nu wordt iedereen uitgenodigd die maar te vinden is: zoveel mogelijk mensen, goede en slechte. En de bruiloftszaal wordt inderdaad vol. Let goed op: er is geen portier, geen zware jongens bij de deur, geen controle. Het is hier echt: hoe meer zielen hoe meer vreugd en bij zoveel vreugde graag zoveel mogelijk zielen. Dan komt de koning kijken hoe het gaat. En hij ziet iemand zonder bruiloftskleren. Laten we dat eerst even niet invullen, maar gewoon nemen voor wat het is. Als je naar een feest gaat en geen feestkleren aan doet betekent dat gewoon dat je het feest niet wilt meevieren. Het betekent: jullie vieren maar lekker feest, ik doe niet mee. Ik ben niet blij met jouw goedheid en ik ben niet blij met jouw zoon. Daar reageert die koning dan ook op: hoe ben je hier binnengekomen suggereert teveel dat de man eigenlijk niet toegelaten had mogen worden, maar het gaat erom wat hij zelf eigenlijk wilde: vriend, wat zoek je hier, wat wil je hier, niet feestvieren op een feest? En de man weet niets te zeggen. Logisch niet. Terecht wordt hij eruit gegooid.

Zie je, juist omdat de koning het feest van de bruiloft van zijn zoon wil vieren gaat die man eruit die demonstratief daar niet aan mee wilde doen. Het lijkt erop dat de leiders waar Jezus mee in discussie was ook dit op zichzelf betrokken hebben. Ze hadden niks met zo’n would be profeet die mensen uitnodigde voor een feest. Dit was iemand die het volk op verkeerde wegen leidde. Hij moest uit de weg geruimd worden. Dat gaan ze verder doen. Precies in dit conflict klinken Jezus’ laatste woorden hier na. Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren. Dat mag je niet invullen vanuit allerlei leerstukken, over uitverkiezing of zo. Daar gaat het hier niet over. Het gaat hier eenvoudig om de realiteit rond Jezus: hij roept velen, maar weinigen komen werkelijk en zijn dus uitgekozen om het feest mee te vieren. En er zit de vraag in opgesloten: waarom doen jullie zo vreemd? Ik ga voor hoe meer zielen hoe meer vreugd. Alles staat klaar voor het feest. Ik roep hier velen, grenzeloos velen, maar waarom komen jullie niet? Waarom niet? Waarom eigenlijk niet? Die man wist niets te zeggen. En jullie? Wat gaan jullie zeggen?

Zie je, kijk even goed en je ziet dat van het begin tot het eind bij God feest hoort. Als hij als koning gaat optreden dan wordt alles één groot feest. En iedereen is uitgenodigd, recht en slecht, geen toegangsbewijzen, geen controle bij de ingang, iedereen die mee wil doen mag mee doen. Het feest stokt pas als er mensen opduiken die niet mee willen doen. Demonstratief niet. Het zuinige en zwarte ligt echt niet bij God. Het ligt bij mensen, mensen die op een vreemde manier afhaken, hun eigen gang gaan, willen laten merken dat ze het er niet mee eens zijn, zichzelf neerzetten op een feest van een ander. Alles wat God doet draait er om dat hij het grote feest van zijn Zoon wil vieren. Hoe meer zielen hoe meer vreugd.

Met die goede boodschap heeft God ook ons bereikt. We zitten hier in de kerk als mensen die uitgenodigd zijn voor Gods feest. Ook als je vanmorgen voor het eerst in een kerk zou zijn is Gods boodschap direct voor jou: kom ook op mijn feest. Bij God hoort feest, hoort uitbundigheid, hoort bevrijding, horen liederen, hoort dans en blijdschap. En laten we dat alsjeblieft goed tot ons door laten dringen. Naarmate het ons meer in de ziel zinkt zullen we ook zelf meer gastvrij worden, zal het ook voor ons meer vanzelfsprekend worden dat natuurlijk iedereen mee kan. We zitten zo vast aan onze oude ernst en serieusheid als het over God en geloof gaat. Denk nou eens aan waar het God om gaat. Hij wil niet dat we ons leven lang peinzen over ons kwaad, maar dat we een eeuwigheid lang zijn vergeving vieren. Schuldbesef, zondebesef, andere zware dingen, het is allemaal op zijn eigen plek terecht, maar het hoort belicht te worden door werkelijk genadebesef: we zijn uitgenodigd voor het grote feest van God. Schuldbesef is dat je beseft dat je daar niets aan verdiend hebt, integendeel. Maar als dat domineert word je nooit een blijde christen. Het gaat bij God nooit om wat wij niet kunnen, maar altijd om wat hij geeft. En dat is uiteindelijk altijd feest.

Natuurlijk heeft dat een ernstige achterkant. Die is wel al te duidelijk hier in Matteüs. Er wordt een stad gesloopt en er wordt iemand de buitenste duisternis in gegooid. Maar dat is niet waar het om gaat. En dat mogen we best bedenken. Het helpt je nog gesprekken te voeren met mensen om je heen ook. Je mag mensen vertellen dat het de moeite waard is om christen te zijn omdat je op weg bent naar een feest, en omdat je nu al allerlei aan nabijheid en steun en genezing en bemoediging krijgt. Je mag mensen laten zien dat je blij bent, dat je als christen een extra hebt. Je hoeft ze niet aan te tonen hoe arm zij zijn of hoe beroerd ze er aan toe zijn. Dat communiceert helemaal niet. Je hoeft mensen niet eerst de put in te praten om hun dan het touw van het evangelie toe te werpen. Bekering is niet maar dat je breekt met allerlei slechte dingen. Bekering is in de eerste plaats dat je je omkeert en op weg gaat naar Gods feest. Dan blijkt vanzelf wel dat er allerlei dingen in je leven niet echt feestelijk zijn en dus weg moeten. Maar het doel is tenminste positief. Gods feest is waar we heen gaan en waar we iedereen voor uit mogen nodigen. Kom op, ga mee, doe mee.

Tegelijk vind ik zo’n gelijkenis — en sowieso de gang van zaken in Jezus’ leven — daarbij heel ontspannend. Het is echt onzin te denken dat als wij het evangelie maar goed en aantrekkelijk en eigentijds en nog zo wat verkondigen, dat de mensen dan wel zullen komen. Niemand heeft het evangelie zo volmaakt gebracht als Jezus zelf. Hij eindigde in volstrekte eenzaamheid aan een kruis, en hij wist het van tevoren. Ook dat blijkt wel uit zo’n gelijkenis. Mensen zijn vreemde wezens, die heel vreemde dingen doen. Dingen als niet naar een feest komen om totaal onduidelijke redenen. Als het in de kerk geen feest is, en mensen bij de kerk wel als allerlaatste aan blijdschap en vreugde denken, is dat een dik probleem voor ons. Daar kunnen we wat aan doen. Maar dat mensen ook inderdaad komen en de feestzaal binnen gaan, dat is niet in onze macht. We kunnen er om bidden, we kunnen er naar verlangen — en wie er niet meer naar verlangt is zeker geestelijk op het randje van overlijden — maar maken kunnen we het niet.

Wat we kunnen doen is blij zijn met alles wat God geeft, zijn feest vieren en tot ons door laten dringen wat voor een groot feest het wel niet is. Wat we kunnen leren is dat het juist in de kerk geldt: hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Wat we kunnen leven is juist dat: we zijn op weg naar het grootste feest dat we ons kunnen voorstellen. God zelf organiseert het. Hij wil dat iedereen die we tegenkomen ook uitgenodigd wordt. Logisch. Bij een feest hoort gastvrijheid. Wie blij is gaat dat niet in z’n eentje zitten doen. Oké. Ben jij blij met God, blij met wat hij geeft, blij met goedheid en waarheid en trouw en recht en bevrijding en vergeving en nieuw leven en genezing en nieuwe energie en noem nog maar wat op? Prima. Doe dan wat vanzelfsprekend is: anderen mee vragen, samen blij zijn. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Op weg naar dat grote feest waar wie dat ook maar wil mee viert. Wie weet ook die ene man of vrouw wel waar jij mee in gesprek bent. Hou vol. Amen.

gehouden in: Amsterdam-ZW, 7 oktober 2007
Utrecht-NW, 28 oktober 2007

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *