Zuchten

Preek over Romeinen 8:18-30

orde middagdienst
votum en groet
zingen: Liedboek 397
zingen: NGK 135
gebed
Schriftlezing Romeinen 8
zingen: Liedboek 90,1-3
preek over Romeinen 8:18-30
zingen: Psalm 27,3.4.7
geloofsbelijdenis
zingen: Psalm 72,10
gebed met Liedboek 13b en Onze Vader
inzameling gaven
zingen: Liedboek 288
zegen

2004 was al het jaar van angst en terreur, van mensen die elkaar de vreselijkste dingen aandoen, het jaar van zinloos geweld op internationale schaal, Madrid, Beslan, Irak, Darfur, het jaar van haat die tot moord leidde, ook in Nederland, het jaar ook dat we langzaam ontdekten dat we in Amerika te maken hebben met een reëel bestaande democratie die over de hele wereld de democratie minstens zo beschadigt als destijds het reëel bestaande socialisme in het Oosten het socialisme, het jaar van huiver om wat mensen doen en laten.

En dan blijkt tenslotte in de laatste week dat de aarde er ook nog is en in zinloos geweld voor de mens niet onderdoet. Het jaar van angst en terreur eindigt in afgrijzen. Iedere dag meer doden in de regio rond de Indische Oceaan, inmiddels onvoorstelbaar veel. En zo wreed en willekeurig, mensen weggerukt uit hun gezin. Ontluisterd vergaan de doden, verbijsterd staan de overlevenden, zo vaak ook nog met lege handen, ook het laatste verloren wat ze nog hadden. Het gaat ons ver te boven. Je zit voor je televisie of bladert door de krant en je zucht vanzelf: wat een ellende.

Natuurlijk nemen we de beelden en de verhalen met ons mee, ook vanavond naar de kerk. En dat moet ook. Samen onder Gods ogen in de ruimte van de kerk, dat is de enige plaats waar er werkelijk iets mee kan gebeuren. Ik zou niet weten waar je anders terecht kon met de afschuwelijk­heden van het leven. Zonder God is alles inderdaad zo zinloos als het op ons af komt. Geen mens geeft er betekenis aan, ook die vele miljoenen euro’s die de verzamelde mensheid nu geeft, geven die talloze mensen hun geliefden niet terug, de verminkten hun lichaam niet, de gebrokenen hun leven niet. Troost en hoop zijn er alleen bij God. Bij Hem willen we die dan ook zoeken vanavond.

Wanneer je alleen zucht van ellende en medelijden voor je televisie, of wanneer je alleen zucht om je eigen verdriet en pijn in 2004, is dat zomaar een machteloos en eenzaam gebeuren. Maar wanneer je dat samen in de kerk doet hoor je uit de bijbel reactie komen, merk je dat je niet alleen bent, merk je dat je onderdeel uitmaakt van een groter geheel, gedragen door de levende God. Zucht in de ruimte van de bijbel en je hoort je zuchten terugkomen als het zuchten van de schepping, als het zuchten van Gods kinderen, als het zuchten van de Heilige Geest zelf. En dat zuchten is geen machteloos en passief verzuchten, maar het is een zuchten van verlangen, van hoop. Het wil ons meenemen en helpen ook onze ervaringen van angst, van ellende en van pijn te gebruiken om ons verlangen intenser te maken.

Je hoort je zuchten terug in het zuchten van de schepping. Dat is het eerste hier in dit deel van Romeinen 8. En laten we het op een goede manier verbinden met de gebeurtenissen. Want het was geen zucht van de zee die de bevolking van een grote stad als Amsterdam weg raapte. Dat was de zinloosheid waaraan de schepping ten prooi is, de slavernij van de vergankelijkheid. Het was ook het lijden van de schepping. De zucht hoor je als je goed luistert naar de beelden van verwoesting en de littekens in het landschap. Hoe ver is onze werkelijkheid af komen te staan van hoe ze begon, toen God zag hoe goed het was. Niet als chaos schiep God de aarde, maar om te bewonen heeft Hij haar gevormd, zegt Jesaja. Hoe tegen-natuurlijk gedraagt zich dan nu de natuur.

Het is, zegt Paulus, door hem die haar aan die zinloosheid onderworpen heeft. Adam, het hoofd van de mensheid, was ook het hoofd van de schepping. De mensheid verloor haar hoofd, eerst in de dwaasheid van de zonde, toen in de dood, en zo ook de schepping. Zonder hoofd blijft alleen een ontzielde romp over. En sindsdien vergaat het lichaam van de mensheid en vergaat het lichaam van de schepping: alles ontbindt, valt uit elkaar, verteert en verrot. De beelden uit het Oosten zetten ons er hard bij stil. De zucht en de pijn zijn niet alleen van de mensen. Alles doet mee.

En toch heeft Paulus het over een zuchten in hoop, in reikhalzend verlangen. Er is nieuwe hoop gekomen toen de mensheid een nieuw Hoofd kreeg in Jezus Christus. En nu gaat door hem eens openbaar worden wie Gods kinderen zijn. Wie bij Jezus hoort is met Hem erfgenaam van God. We moeten delen in zijn lijden om met Hem te kunnen delen in Gods luister. En dat geldt kennelijk ook voor de schepping. Ze zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken worden. Veel meer nog dan dat ene hoofd van de mensheid dat alles kapot maakte, is dat andere Hoofd van de mensheid dat alles bezig is te herstellen. De pijn van nu maakt het verlangen naar dat herstel intenser, maakt het een reikhalzend verlangen. De zekerheid van dat herstel maakt de pijn van nu tot barensweeën, tot pijn die voorbij gaat en dan iets prachtigs oplevert.

Daarin zuchten Gods kinderen mee, zuchten in afwachting, in hoop. Voor die verwachting en die hoop hebben ze een eigen reden. Paulus zegt: wij hebben als voorschot de Geest ontvangen. Er is in ons leven al iets van de toekomst actief. De levende God geeft een voorschot op de erfenis van zijn luister, zijn Geest, de Geest van Christus, de Geest van Hem die Jezus uit de dood heeft opgewekt. Hij brengt nu al leven en vrede en dat maakt het des te zekerder dat Hij ook ons sterfelijk bestaan zal verlossen. God zal ons levend maken door zijn Geest die in ons leeft. Die Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. En wie kind is, is erfgenaam, erfgenaam met Christus. Hij is ons nieuwe Hoofd. Het zuchten en het lijden van vandaag zijn echt een delen in het lijden van Christus om met Hem te kunnen delen in Gods luister.

Juist als onze aandacht gevangen wordt door ellende, door lijden, pijn en zuchten, is het belangrijk om ook te kijken naar dat voorschot van de Geest. Kijk terug op 2004 en zoek eens in je eigen leven naar zijn leven in jou. Sta stil bij je zin om te doen wat goed is. De Geest die je bezielde om met God te leven. Sta stil bij je overgave, je laten leiden door de Geest. Herinner je zijn stem die je Vader tegen God liet zeggen, en bij zijn creativiteit die je als kind van God liet leven. Let op de vrede die Hij je gaf midden in de ontreddering. Vergeet het niet, het is allemaal voorschot, vooruitbetaling van je grote erfenis; het is allemaal een begin van wat komt, de toekomst vandaag en daarmee bemoediging en reden om je verlangen intenser te maken.

Intussen heeft Paulus het hier over de verlossing van ons lichaam, van ons sterfelijk bestaan, van ons leven dat zo met alle vezels verbonden is met de schepping. Pijn heb je in je lichaam, het verval zit in je lijf, bang ben je voor wat mensen je heel concreet aandoen en we zuchten bij het zien van wat rampen aanrichten aan echte mensen en dieren en dingen. Je mist niet maar de geest van je geliefde die gestorven is, maar zijn of haar aanwezigheid, echt; eenzaamheid is fysiek alleen zijn en moe ben je helemaal. Als je hier zucht, zucht je daarom mee in het grote koor van de kerk. Op aarde zuchten we samen omdat het pas af is als we helemaal openbaar zijn als kinderen van God, met ziel en lichaam. In de hemel zuchten ze en roepen ze: hoelang wreekt U ons bloed niet, heilige en rechtvaardige heerser? We zijn gered in hoop, maar we hopen op wat we nog niet zien. We volharden omdat we daar alle reden voor hebben, maar het blijft hopen op wat we nog niet zien.

In die volharding gaat het dus wel om een echt zuchten, om echte pijn, om van alles wat hier niet over gaat, wat ook in 2005 niet over gaat als de kinderen van God tenminste niet openbaar worden. Paulus is er van overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard. Maar dat betekent niet dat we de werkelijkheid van nu niet meer serieus hoeven te nemen. Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, kan ik zo in de bijbel niet vinden. Eerder iets als roep maar, zucht maar, schreeuw maar, maar hoop, want alles wordt nieuw. Christus heeft ook echt geleden, en is niet stil geweest. In zijn lijden delen we even echt om eens net zo echt in Gods luister te delen met Hem.

Er is werkelijke angst en terreur, echte ontreddering, diep afgrijzen, en ook als dat grote allemaal bij ons uit de buurt blijft, we leven in een onoverzichtelijke en zinloze werkelijkheid, waarin het kwaad goede mensen treft, en waarin wij werkelijk niet weten wat we onszelf, wat onze omgeving te wachten staat. We leven op de grens van deze tijd en van de toekomende, en alles wrikt en kreunt en barst. Daarom is het zo belangrijk om ook die derde zucht hier in Romeinen goed te horen, de woordloze zuchten van de Geest zelf voor ons.

In een leven waarvan wij tenslotte niet weten wat we ervan moeten zeggen, weten we ook niet wat we ervan tegen God moeten zeggen. Als het een zootje in ons leven is, is het ook een zootje in ons hoofd. We zuchten om verlost te worden, maar intussen is er eerst vandaag en morgen en wat bidden we dan? Die verwarring is niet iets wat eigenlijk niet bij christenen zou horen. Integendeel, hoe dieper je met God leeft, hoe gevoeliger je wordt voor de werkelijkheid en hoe minder je weet en zaken op een rijtje hebt. Mensen die altijd weten hoe het zit zijn oppervlakkige mensen, mensen die altijd weten hoe het moet raken het leven tenslotte niet. Maar in die verwarring en in al ons niet weten helpt ons de Geest. Hij zelf pleit voor ons met woordloze zuchten.

En God, die ons doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen. Let goed op die formulering trouwens. Er staat niet: God die de Geest doorgrond, weet wat Hij wil zeggen, nee: God die ons doorgrondt. Zo diep zijn Gods Geest en onze geest verbonden. In onze verwarring en ons zuchten, zucht Hij mee op zo’n manier dat bij God terecht komt wat past bij zijn wil, bij wat wij nodig hebben in wat komt, in wat wij helemaal niet overzien. En precies daarom kan het dan ook zo gaan dat alles bijdraagt aan het goede voor wie God liefhebben.

Laten we het vanavond maar naar ons toe halen. Wat zouden wij bidden voor 2005? Wat voor onszelf, wat voor onze geliefde, wat voor onze gemeente, wat voor de wereld om ons heen? Wat zou goed zijn wat niet? Wat weten we er uiteindelijk van? Als we dan zuchten, laten we meteen luisteren naar het zuchten van de Geest. Het is woordloos, dus wij verstaan het niet. Maar God verstaat het wel. En daarom eindigt Romeinen 8 zo als het eindigt, met een lofzang op Gods liefde in Christus Jezus, die sterker is dan alles. En laat dan 2005 maar een jaar worden waarin, met het zuchten van de schepping mee, met het zuchten van de grote kerk mee, met het zuchten van de Geest mee, ons verlangen naar de grote zomer zich intensiveert. Wat er ook gebeurt. Amen.

gehouden in: Loenen-Abcoude, 31 december 2004

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *