Jezus roept ze

Preek over Lucas 18:15-17

orde morgendienst
welkom
zingen: Psalm 100
zingen: Heerser over alle dingen (Matthijn Buwalda)
stil gebed
votum en groet
zingen: Opwekking 518
gebed
Schriftlezing 1 Timoteüs 2:1-7
zingen: NGK 45
preek over Lucas 18:15-17
zingen: Welkom bij Hem (Anne en Paul)
doopsformulier III met Liedboek 335,1-5
dopen Marit Koster
zingen: Liedboek 335,6-9
zingen: Psalmen voor Nu 23
mededelingen
gebed
inzameling gaven
zingen: Opwekking 618
zegen

Je krijgt uit de evangeliën niet de indruk dat Jezus makkelijk boos te krijgen was. Lucas vertelt hier over een van de weinige uitzonderingen. Er zit een grommende ergernis in die bekende woorden: Láát die kinderen bij me komen, hóúd ze niet tegen! Hij is kortaf en fors. Ik verzeker jullie: wie niet als een kind open staat voor het koninkrijk van God komt er zeker niet in. Punt. De leerlingen die vonden dat kleine kinderen nog niet bij Jezus thuis hoorden worden hardhandig op hun plaats gezet. Er is hier kennelijk echt iets aan de hand wat Jezus belangrijk vindt, iets wat die leerlingen hoognodig moeten leren, ja, wat ze echt al lang geleerd hadden moeten hebben.

Laten we er vanmorgen eens even wat werk van maken om te kijken naar wat dat dan is. Wat hadden die leerlingen dan al lang geleerd moeten hebben? We kijken eerst even naar wat Jezus doet, dan luisteren we naar wat hij zegt, en tenslotte denken we wat verder na over wat dat allemaal betekent, ook voor ons.

Wat Jezus doet is heel eenvoudig: Jezus roept ze, Jezus roept die kleine kinderen bij zich. En uit Marcus leren we dat hij ook inderdaad die kinderen aanraakt en ze zegent: welkom bij mij, ik ga je leven in bloei zetten. Dat is net zo eenvoudig als de doop van Marit, straks. Het betekent ook precies hetzelfde. Je zou je Anne en Paul hier zo in kunnen voorstellen als twee mensen die Marit bij Jezus brengen. Het gaat hier in Lucas trouwens ook echt met zoveel woorden om zuigelingen, heel kleine kinderen, zo klein als Marit en iets groter. Laten we Marit dus maar even als voorbeeld nemen. Jezus roept ook Anne en Paul en haar: kom maar bij me. En hij raakt haar aan en zegent haar: welkom bij mij, ik ga jouw leven in bloei zetten.

Dat is zo eenvoudig dat we echt even moeten opletten om het punt niet te missen. Jezus roept Marit en baby’s als zij bij zich. Je moet Jezus hier niet voor je zien staan tussen allemaal lieve basisschoolkinderen, maar tussen kleine crèche-kinderen. Ze kunnen niet of nauwelijks zelf lopen. Ze hebben geen idee wat er allemaal gebeurt. Ze worden gebracht. Ze kunnen zelf nog niks van enig belang. Ze zijn nog niets, alleen zichzelf, en zelfs zichzelf moeten ze nog worden. Ze worden gevoed, verschoond, gedragen, gebracht. En Jezus roept ze, mensjes die vooral een heleboel niet kunnen. Jou wil ik erbij hebben.

Ik haal dat even extra naar voren omdat er een hele korst aan romantiek en vage praat rond deze scène uit Jezus’ leven kleeft. Nee, dit zijn geen kinderen die kunnen ‘geloven als een kind’. Ze zijn ook niet voorbeeldig onbevangen en open en vol vertrouwen, onbedorven door alle vragen en twijfels die meer volwassenen met zich meedragen. Het zijn baby’s en baby’s geloven helemaal niet, zelfs niet als een kind. Ze worden gebracht door hun ouders. Die geloven dat Jezus ook voor hun kinderen een zegen heeft. De kinderen zelf kunnen nog niets.

Iemand herinnerde me eraan dat die kinderen hier niet de enigen zijn die bij Jezus gebracht worden. Dan zie je precies het punt verschijnen. Vier vrienden brengen een verlamde bij Jezus. Hij kon zelf niet lopen. Ze brachten een doofstomme bij hem. Hij kon zelf zijn zegje niet doen. Ze brachten een blinde bij hem. Zelf had hij Jezus niet kunnen vinden. Allemaal mensen die iets niet kunnen. Zo verschijnen de kinderen hier ook, hoe kleiner des te minder kunnen ze: gebracht, gedragen. Wat kan Marit? Zich omdraaien, geloof ik, en dat is al heel knap van haar. Netto nog niks dus. En zulke mensen, die van alles niet kunnen — Jezus roept ze.

Dat hadden die leerlingen intussen echt wel geleerd moeten hebben. Ze volgden Jezus, die consequent allerlei mensen bij zich riep en om zich heen verzamelde die iets niet konden of die niets voorstelden: melaatsen, verlamden, blinden, doven, zondaars, verslaafden, bezetenen, publieke vrouwen, vrouwen sowieso in die tijd, en nu ook nog kinderen. Net nog had Jezus verteld over die farizeeër en die tollenaar. En die tollenaar had gezegd: ik ben mislukt, op en heb niks in te brengen, wees me genadig. Ik kan niets of tenminste niets goeds. Ik kan mezelf niet bevrijden. En hij was bevrijd naar huis gegaan. En nu komen mensen bij Jezus om hun kinderen bij hem te brengen die nog helemaal niks kunnen en nu wijzen ze hen terug. Ze begrijpen er dus echt nog niets van.

Ik ga een stap verder: luisteren naar wat Jezus zegt. Nu even afgezien van dat ‘Láát die kinderen, hóúd ze niet tegen’ zegt Jezus: het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. En: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, komt er niet in. Dat gaat dus twee keer over het koninkrijk van God, het grote centrale punt van alles wat Jezus doet en zegt. Geen wonder dat Jezus boos wordt, het gaat om het hart van zijn boodschap. Die gaat over Gods koninkrijk, een enorm dynamisch begrip. Even kort gezegd: het koninkrijk van God is wat er gebeurt als de levende God als koning gaat optreden op aarde, als hij gaat laten zien aan iedereen dat hij de echte koning over alles is. Dan wordt het echte, het diepe kwaad verslagen, worden mensen bevrijd en in de ruimte gezet en komt er uiteindelijk een heel nieuwe wereld van vrede en recht en liefde en trouw, het eeuwige leven, waar mensen in kunnen binnengaan. Als God als koning gaat optreden zet hij onze uit het lood geslagen wereld recht en worden mensen gered.

Wat het voor ons vaak een moeilijk te hanteren begrip maakt zijn, denk ik, twee dingen. Het eerste is, dat het hierbij gaat om een gebeuren, om een proces van bevrijding. Bij een koninkrijk denken wij aan een bepaald vast gebied, een natie, het koninkrijk der Nederlanden bijvoorbeeld. Maar zo was het in de oude wereld niet. Het Griekse woord hierachter betekent zowel koningschap, koning zijn, als koninkrijk. Logisch zodra je in de gaten krijgt dat het in de oude wereld helemaal van het optreden van de koning afhing wat zijn rijk was. Denk maar even aan Alexander de Grote. Misschien heb je die film over hem gezien. Zijn rijk werd onmetelijk groot door zijn optreden, zijn veldheer zijn. Het koninkrijk van Alexander de Grote werd één op één bepaald door zijn koning zijn.

Nou, bij alle verschil, zoiets speelt ook rond het koninkrijk van God. Dat is wat er gebeurt, wat er ontstaat, als de levende God zelf als koning gaat optreden, mensen gaat redden, de wereld gaat recht zetten. En net als bij Alexander de Grote, kost dat tijd en inspanning, is dat iets wat gebeurt, wat zich ontwikkelt. Bij het koninkrijk van God gebeurt dat als Jezus, de koning, op aarde komt, het laatste kwaad verslaat aan het kruis en dan de goede boodschap van zijn heerschappij de wereld over laat gaan. Er is vergeving, er is nieuw leven, er is kracht voor het goede, wat goed en waar en mooi is mag blijven tot in eeuwigheid. En mensen worden geroepen daarin mee te gaan, daar deel aan te krijgen. Als dat proces voltooid is zet God eens alles in de derde macht in een nieuwe, goede schepping. Als Jezus het over het koninkrijk van God heeft, spreekt hij dus over dit dynamisch gebeuren, waar wij nog midden in zitten, en dat eens wordt afgerond als heel de aarde bevrijd en vernieuwd is.

Het tweede punt dat we daarbij goed in de gaten moeten houden is dat het rijk van God tegelijk een vreemd koninkrijk is, een koninkrijk ‘niet van deze wereld’ zegt Jezus als hij gevangen genomen is. Anders hadden mijn leerlingen wel voor mij gevochten. Juist. Bij normale koninkrijken gaat het om macht. Normale koningen werven dus een leger. Zonder zijn leger was Alexander de Grote nergens gekomen. Bij Gods koninkrijk is dat dus anders. Niet dat God geen leger heeft. Best wel. Legioenen van engelen. Maar als God op aarde als koning gaat optreden gebruikt hij ze alleen als koeriers. Het gaat bij deze koning niet om macht maar om liefde, niet om geweld maar om recht, niet om overheersing maar om bevrijding. Zijn eigenlijke tegenstander is het diepe kwaad dat mensen zich op zichzelf laat stellen, ze verslaaft aan macht, geweld en overheersing en ze daaraan kapot laat gaan. Hij overwint het zelf door het op zich te nemen en weg te dragen aan het kruis. Zelf. Alleen. De mensen die hij om zich heen verzameld had staan toe te kijken, of zelfs dat niet eens. Ze geven niet eens morele steun. Als God als koning gaat optreden gebeuren er dingen voor mensen, niet door mensen. Deze koning vraagt niet, maar geeft, overheerst niet maar bevrijdt.

En Jezus’ leerlingen waren dan ook niet zijn leger. Dat hadden ze nu juist wel gedacht. ‘Volg mij’, betekende voor hen: volg mij in mijn leger, dan gaan we samen de overwinning behalen. En daarom hadden ze iets van: wat moet dat met al die mensen die van alles niet kunnen? Die zieken, verlamden, blinden enz. werden tenminste nog genezen, zodat ze weer wel iets konden. Maar deze kinderen, daar viel niets aan te genezen. Het waren kinderen, baby’s, die kun je in een leger niet gebruiken. En toch: Jezus roept ze, en hij schiet uit zijn slof naar zijn leerlingen: jongens, daar ben ik nu al de hele tijd mee bezig, om jullie uit te leggen, voor te leven, voor te houden dat jullie mijn leger niet zijn. Zie je dan niet dat ik geen mensen werf, maar dat ik uitdeel? Zie je dan niet dat ik geen mensen oproep zichzelf te bevrijden, maar mensen kom bevrijden, mensen die zichzelf niet kunnen bevrijden? Leer nu eens dat jullie geen deel van de oplossing zijn, maar deel van het probleem. Ik ben de oplossing en ik deel die uit aan jullie.

Juist daarom is wat er gebeurt als God als koning gaat optreden voor mensen die zijn als baby’s, voor mensen die zelf niets in te brengen hebben dat serieus bijdraagt, maar alleen ontvangen. Echte vrijheid, eeuwig leven, bevrijding uit de vergankelijkheid ontvang je van God zoals baby’s drinken bij hun moeder aan de borst, in een zuigreflex fanatiek ontvangend: dit is leven, dit hebben we nodig. Al de rest, alles wat wij doen en maken en bereiken en presteren, is zomaar ballast. Je zou zomaar denken dat je toch in een leger zat en dat je de wereld moet veroveren of op onderdelen claimen voor Jezus. Maar dat is niet waar. De kerk is geen leger dat te vechten heeft, de kerk is een volk dat erop uitgestuurd is. Ga, maak alle volken tot mijn leerlingen door hen te dopen en te onderwijzen. Als God als koning optreedt gebruikt hij alleen koeriers. Het echte werk doet hij zelf.

Marit is hier vanmorgen echt het voorbeeld. Als God als koning optreedt gebeurt er iets voor mensen, niet door mensen. Je wordt bevrijd, je wordt geboren, je wordt gedoopt, allemaal passief. Je krijgt van alles. Daar gaat het om. De doop beeldt het af: onderdompelen, dood gaan, weer levend worden. Uiteindelijk wordt iedereen die gedoopt wordt weer even baby bij God. Net als Marit, helemaal voor je laten zorgen, je alles laten geven. Het echte werk, dat doet God voor je, dat heeft Jezus al lang voor je gedaan, zowat tweeduizend jaar geleden. Jij mag er uit leven en het doorgeven. Geen soldaat in een leger, maar koerier van de koning: hij maakt ons vrij.

Goed, nog even nadenken dan. Zie Jezus maar weer even staan tussen zo’n groep crèche-kinderen, Marit erbij. Hij zegent ze: welkom bij mij, ik wil jouw leven in bloei zetten. Hoor hem weer spreken over dat koninkrijk van God: als de levende God als koning gaat optreden, dan wòrden mensen bevrijd, dan krijgen ze van alles, dan gaat het, ja dan gaat het net als hier bij die kinderen: ze kunnen van alles niet, maar ze worden gezegend, ze krijgen hun leven, leven voor altijd van Jezus. Hij is de koning die uitdeelt: hij houdt van ze, werkelijk en goed.

Iedereen die hier zit mag zich daardoor aangesproken weten. Hij houdt ook van jou, werkelijk en goed. Je mag komen en je laten zegenen. Niemand mag je tegenhouden. Jezus roept je. Hij is de koning die uitdeelt. In hem is de levende God als koning opgetreden om ook jou te bevrijden, bevrijden van wat je niet kunt, van jouw kwaad, van het verval in jouw leven. Hij wil ook jou een plaats geven op zijn helemaal vernieuwde hemel en aarde en je, op weg daarheen, hier al het leven door loodsen. Wat je beklemt wil hij van je afnemen, wat je hindert wil hij voor je opruimen, wat er hard in je is wil hij zacht maken. Je mag komen. Je hoeft er niets voor gedaan of gepresteerd te hebben, net als Marit. Kom maar, als je wilt, straks, kom maar bidden, achter in de kerk na de dienst.

En niet alleen iedereen die hier zit mag zich hierdoor aangesproken voelen. Het is ook bedoeld voor iedereen die hier niet zit. Als God als koning optreedt gebeuren er dingen voor mensen. Nou, ze zijn gebeurd, door Jezus. En ze zijn voor alle mensen, wie ze ook zijn. Jezus roept ze, roept ze bij zich. Hij is de Zoon van die Vader die wil dat alle mensen, wie ze ook zijn, gered worden en de waarheid leren kennen. Nee, je wordt geen soldaat in een leger bij Jezus. Je wordt er wel op uit gestuurd als koerier: vertel het door, laat het zien, leef het uit. Jezus heeft zichzelf gegeven als losgeld voor allen, ook voor jouw buur, jouw collega, jouw contact. Heb het hart niet dat je ze maar laat, dat je ze niet bij Jezus laat komen. Jezus roept ze. Hij heeft ook hen iets uit te delen: werkelijk leven voor altijd.

Neem vanmorgen ook die herinnering maar mee naar huis van Jezus die een keer boos wordt. Waarom? Hij wilde geven, leven, vrijheid, goedheid, genade, en zijn leerlingen gingen er tussen staan. Als je Jezus boos wilt hebben moet je dus zoiets doen. Kijk nog maar eens rond naar de mensen die jij kent en die Jezus niet kennen. En hoor het hem maar zeggen, ook tegen jou, ook tegen mij: Láát die mensen bij me komen, hóúd ze niet tegen, het koninkrijk van God is ook voor hen, ze kunnen het ontvangen als een kind, eenvoudig ontvangen, want ik deel het uit. Jezus roept ze. Wij mogen zijn stem doorgeven: welkom bij Jezus, Jezus roept je. Hij wil leven aan je kwijt, werkelijk leven, nog veel meer en veel dieper dan dat vergankelijke wat je nu hebt. Jezus roept ze. Laat zijn stem veel gehoor vinden. Amen.

gehouden in: Amsterdam, 16 september 2007

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *