Wow, dat is close…!

Preek over Handelingen 2:1-14

orde morgendienst
welkom
votum en groet
gebed
zingen: Psalm 98,1.3 (berijming Liedboek)
zingen: Opwekking 407
zingen: Opwekking 616
Schriftlezing Deuteronomium 16:1-17
zingen: Opwekking 398
preek over Handelingen 2:1-14
luisteren: Danke, Heiliger Geist
lezen Galaten 5:13-23
zingen: Opwekking 399
gebed
mededelingen
inzameling gaven
zingen: Liedboek 249
zegen

Wow…! Laten we daar eens beginnen. Verrassing, verbazing, het hoort intens bij onze God. Hij is altijd weer in staat nóg iets nieuws te doen, nóg een stap verder te gaan. Hij is de God van altijd meer dan je denkt. Vanmorgen staan we even stil bij één van de grootste van die verrassingen uit de geschiedenis van God en mensen. In alle opzichten verbluffend. Niet alleen maar verbluffend doordat zoveel mensen eenvoudige Galileeërs hen in hun moedertaal horen aanspreken. Dat ook, maar er is nog zoveel meer hier. Even kort aangeduid: de levende God komt zelf, in ons eigen leven, om ons mensen in zijn eigen leven op te nemen. Laten we ons vanmorgen nu eens gewoon verbazen over die verrassing.

De verrassing zit hier tot in de details, trouwens. Alleen al dat Pinksteren op Pinksteren valt. Dat lijkt misschien vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Er was van tevoren niet voorzegd dat de uitstorting van heilige Geest waar we over gelezen hebben juist op Pinksteren zou vallen. Als er staat dat ‘de dag van het Pinksterfeest aanbrak’ gaat het niet over ‘ons’ Pinksteren, maar over het oude Wekenfeest, het feest van de vijftigste dag, zeven weken na Pesach. Het Griekse woord voor vijftigste, pentekoste, is verbasterd tot ons Pinksteren, vandaar de gekke naam. Het Wekenfeest was het tweede van de drie grote feesten van het Oude Testament. We hebben er iets over gelezen uit Deuteronomium 16. Ik kom daar zo op terug.

Eerst ook even dit detail, dat de levende God kennelijk iets met feesten heeft. Pesach, Wekenfeest en Loofhutten waren belangrijk. Ze moesten respectievelijk feestelijk, zo uitbundig mogelijk, en zonder meer uitbundig gevierd worden, en iedereen moest meedoen. Bij de God van verrassingen, van altijd meer, van overvloed en uitbundigheid hoort feest. Als we dat besef kwijt zijn geraakt, zijn we echt de glans van God zelf kwijt geraakt. Op Wow…! volgt feest, dat is logisch. En God heeft er kennelijk plezier in met die feesten iets te blijven doen, ook in het Nieuwe Testament. Hij heeft net Pesach een nieuwe inhoud gegeven: de verlossing van Israël, Gods eerstgeborene, uit Egypte, is tot de zoveelste macht verheven in de verlossing van Jezus, Gods geliefde Zoon, uit de dood. En zoals Pesach het begin van de oogst markeerde door de aanbieding aan God van de eerste schoof van de eerste graanoogst, zo markeert God nu het begin van de grote oogst van mensen uit de dood en de vergankelijkheid door de opwekking van Jezus als eerste. Wow, dat gaat diep…! En nu is na Pesach, na Pasen, ook het Wekenfeest aan de beurt: het krijgt een compleet nieuwe inhoud.

Het Wekenfeest was het feest van de eerste resultaten van de oogst. Wat met Pesach begonnen was levert nu echt resultaat op. De kenmerkende plechtigheid van het Wekenfeest was het aanbieden van twee broden van het nieuwe meel als eerste gaven voor de Here. De centrale gedachte van het feest was dan ook: Gods volk geeft God van zijn eigen gaven terug, als teken van het besef dat het alles van God aan het krijgen is. Terwijl de oogst op gang aan het komen is, is het tijd om feest te vieren ‘zo uitbundig als uw vrijwillige gaven het toelaten, naar de mate waarin de Heer, uw God, u zegent.’ De gever is de Israëliet. Uit dank voor de zegen van de Heer geeft hij. En daarin geeft hij als het ware zichzelf terug aan de God van wie hij alles krijgt.

Maar als het dan hier Wekenfeest geworden is komt God zelf en kijk, hij keert de rollen om! Niet mensen geven aan God — ze krijgen de kans niet eens. De leerlingen van Jezus zijn nog bij elkaar, nog niet op weg naar de tempel. Ze worden overvallen door God zelf. Wow…! Hij is zelf de gever. Hij geeft aan mensen, overvloedig en overweldigend, alles omvattend, overstromend. Niet mensen geven aan God, ook niet uit dank, nee: Jezus geeft aan mensen de Geest die hij eerst van zijn Vader heeft ontvangen, zoals Petrus later in vers 33 zegt. Zijn eigen Geest, nog een keer God zelf, op een nieuwe manier, als eerste resultaat, als eersteling, onderpand en aanbetaling, trouwring en voorproef van de oogst van Jezus’ werk. De oogst is nog niet voltooid. Het grote Loofhutten van de bruiloft van het Lam komt nog, maar het is allemaal wel goed op gang: dit is al uitgestort wat nu te zien en te horen is.

En dat is Wow…! Nog een keer God zelf. Een andere trooster, ja, kracht uit de hoge krijgen, ja, maar dit is toch nog echt meer dan dat. Dit is echt God die nog een stap verder gaat, nóg een stap. Hij komt nog een keer zelf. Voor wie het Oude Testament kent nieuw maar toch herkenbaar. Wind, stormwind, vuur, bliksem, en taal, spreken. Er is nog iets van Mozes, de brandende braamstruik, de berg Sinaï. Er is nog iets van Elia op de berg Horeb. Er is nog iets van Ezechiëls visioenen. Wind en vuur, wolken en bliksem, het zijn herkenningstekens van God zelf zoals blauw zwaailicht en sirene het zijn voor hulpdiensten. Maar ze zijn hier op een nieuwe manier: genadig, niet verterend, niet vernietigend maar sprekend, genadeverkondiging, geen wetsafkondiging — en al met al dus des te meer verrassend: hier is echt God zelf, de heilige Geest, die Heer is en levend maakt, samen met Vader en Zoon echt en eeuwig God, maar hij geeft zichzelf in genade en vrede, sprekend van grote daden in verleden, heden en toekomst.

Jezus keert het oude Pinksterfeest om. Het was een feest van geven, het is een feest van ontvangen. Niet allereerst: wij geven onszelf aan God, ook niet uit dankbaarheid, dat komt later wel, maar God geeft zichzelf aan ons, zichzelf, nota bene, nog een keer God. Hoe meer je je er over verbaast des te meer wil je ook jezelf aan God geven straks. Kijk nou: God omhelst ons met twee armen: Zoon en Geest. Bij alles wat hier op aarde gebeurd is en gebeurt blijft de levende God niet maar de Schepper. Hij komt zelf, als mens onder de mensen, hij duikt naast ons op en draagt ons bestaan, redt het, deelt het, vertegenwoordigt het. En dan nog eens keer: hij blijft niet maar de verlosser, nee, hij komt nog eens als heilige Geest, duikt in en om ons op, vult ons, bezielt ons, nog dichterbij, dichter bij onszelf dan we zelf bij onszelf zijn. Wow, dat is close…!

En dat is nog niet alles, nog lang niet. Jezus keert het oude Pinksterfeest om in het nieuwe, zei ik net. Daar zit nog een kant aan. Want die drie grote feesten, Pesach, Wekenfeest en Loofhutten hadden nog iets gemeenschappelijks, behalve dat het oogstfeesten waren. We hebben het gelezen in Deuteronomium 16:16: Driemaal per jaar moeten alle mannen dus voor de Heer, uw God, verschijnen op de plaats die hij zal kiezen. Op de drie grote feesten moesten de Israëlieten hun opwachting maken bij de Heer in zijn heiligdom, de langste tijd de tempel in Jeruzalem. God was de Heer van het land, zij waren slechts pachters, hadden hun bezit slechts in bruikleen. Ze moesten komen en van hun opbrengst meenemen. Dat was geen zware gang naar een duister heerschap. Ze mochten zelf feest vieren voor Gods ogen met wat hun land had opgebracht. Maar ze moesten komen, uit hun eigen huis, uit hun eigen leven, naar de Heer.

En kijk nu hier eens: vanuit de hemel keert Jezus de rollen om! Niet mensen komen tot God — ze krijgen de kans niet eens. God komt tot de mensen, hij zoekt hen op waar ze zijn, bij elkaar. Hij komt in zijn Geest dichter bij mensen dan zij ooit zelf tot God gekomen zouden zijn: ze worden vol van hem. Wow, dat is close…! Ja, hij komt niet maar bij mensen en maakt hen vol, hij komt over ons en neemt ons mee op zijn weg, op zoek naar nog meer andere mensen. Wie vol is van de Geest loopt over. Het is heel weloverwogen tekenend wat hier met die leerlingen van Jezus gebeurt. Als de heilige Geest over hen komt, hen vult en bezielt gaan ze hartstochtelijk — op luide toon — spreken in andere talen. Niet in klanken hier, maar in de eigen talen van allerlei mensen in Jeruzalem, veelbetekenend: in de talen van mensen die God zoekt in hun eigen leven. Het is de ervaring van iedereen die geraakt is door de Geest: wie door de Geest gevonden is wordt zelf een zoeker van anderen, van binnen uit, niet omdat het moet maar omdat je zelf zo gaat denken en voelen.

Dat iedereen hier de leerlingen in de eigen moedertaal hoort spreken is een heel bijzonder teken. Het is geen wonder dat de mensen verbluft zijn. Maar wat ik echt verrassend vind is wat het be-tekent, wat het zegt over God zelf, over de heilige Geest zelf. Want op die verbijsterde vraag van: wat heeft dit toch te betekenen? is het eenvoudige, maar echt verrassende antwoord: God zoekt jou, jou zelf, en hij zoekt jou in jouw eigen leven op. Hij spreekt de taal van je moeder, de taal waarin je groot bent geworden en geworden wie je bent. Je hoeft geen Hebreeuws of Grieks meer te leren om bij God te komen. Hij komt bij jou, in jouw eigen taal, je moedertaal waarin je het meest eigene van je bestaan uitdrukt, waarin je droomt en je diepste verlangens in verwoordt. Je mag hier zingen in je eigen Arabisch en in je eigen Nederlands vanmorgen en je gedachten mogen gaan in je eigen Ghanese of Ruandese of nog weer andere moedertaal. God volgt je in je eigen dialect, plat desnoods, want het gaat hem echt om jou. Juist in dit teken van die andere talen is hier alles één grote belofte: wie wij ook zijn, waar wij ook wonen, in zijn Geest komt God tot ons en hij spreekt onze eigen taal, hij komt in ons eigen bestaan.

Misschien moet je echt nog eens terug kijken naar Jezus’ leven op aarde om weer verrast te worden. Jezus is rond gegaan in Israël, een uitzondering daarbuiten. Hij riep mensen op om hem te volgen, om bij hem te komen. Maar heel het Oude Testament werd duidelijk in Jezus’ leven: zo werkt dat niet, wij zijn er nog slechter aan toe. Als mensen geroepen worden dan komen ze niet. Jezus, die tegen zoveel mensen gezegd had: volg mij!, hij is eenzaam gestorven aan een kruis. Als wij moeten komen en volgen dan gaat dat niet werken. Pinksteren laat ons nog eens zien dat wij niet tot de Schepper gaan, dat wij ook niet tot de Verlosser komen en hem volgen. Dat is allemaal geprobeerd en nog eens geprobeerd, maar het wordt niets. En dus staat Jezus zelf op en geeft Pesach nieuwe lading. En dus komt de heilige Geest zelf naar ons en geeft Pinksteren een nieuwe inhoud: hij komt bij ons in ons eigen leven. Wow, dat is close…! Nabij ons is het Woord, in onze eigen taal, in onze mond, in ons hart — dat is Pinksteren.

Als je straks weer thuis bent op je eigen kamer, waar je helemaal jezelf bent mag je je herinneren wat hier gebeurd is. Diezelfde Geest is al lang bij jou thuis en in jouw leven aan het werk. Hij is niet ver. Bidden tot Jezus is niet moeilijk of zwaar of ver. Als je het toch denkt, laat voor je bidden zo na de dienst hier achter. Misschien zoek jij God wel, maar geef hem nu vanmorgen eerst eens even de kans jou te zoeken, echt in jouw eigen leven. Misschien ziet hij er toch anders uit dan jij denkt, misschien lijkt hij meer op Jezus, misschien geeft hij jou wel gedachten en niet meteen gevoelens, misschien is hij wel die bijbeltekst die zich niet laat wegduwen, of die ene herinnering aan wat zij, wat hij ook al weer tegen je zei, die je raakte. In jouw taal, snap je. Waar jij bent. Hij zoekt jou.

En dan nog één verrassing meer. Als je hier in Handelingen al volgt waar alles uiteindelijk om draait zie je nog iets anders, iets wat tenslotte in geen mensenhart is opgekomen, maar wat de levende God toch verzonnen heeft. Als Petrus aan het woord gekomen is en zijn volksgenoten toespreekt valt een combinatie van twee dingen op. Het eerste is dat heel Petrus’ preek draait om Jezus. Als de heilige Geest komt en mensen bezielt gaan ze niet maar spreken over de Geest zelf — ook dat. Dit is wat God beloofd heeft over zijn Geest in Joël. Hij is werkelijk de heilige Geest die ons beloofd is. Maar hij is gegeven door Jezus de Messias en opent mensen de ogen voor wie Jezus werkelijk is. Wie Jezus aanroept als redder zal die zelfde Geest ontvangen. Het tweede wat opvalt is dat de belofte van die Geest geldt uiteindelijk voor iedereen die de Heer, onze God, tot zich zal roepen. Combineer die twee en je ziet dat het in de gave van Gods Geest gaat om het laten delen van mensen in het eigen leven van de levende God. Mensen worden door de heilige Geest in Jezus de Messias door God zelf omhelsd en aan Gods eigen hart gedrukt.

Het is al een heel oude beeldspraak in de kerk dat koning Jezus en zijn Geest de twee armen zijn waarmee God zelf ons omhelst. Al in de tweede eeuw heeft de kerkvader Irenaeus zo gesproken. Het is ook een prachtig beeld. Wat je ziet en wat je merkt is dat God zelf in zijn Geest mensen als het ware inwikkelt in Jezus. Hij opent ons voor Jezus, laat ons van hem houden en bij hem horen. En in Jezus tilt hij ons helemaal bij zich op. Samen zijn lichaam maken we straks deel uit van het leven van God zelf. Arm over arm, een sterke omhelzing, een diepe liefde. Lees het thuis nog maar eens na en zie hoe Petrus zijn hoorders Jezus op het hart bindt, vol van de heilige Geest als hij is. Zo zoekt God mensen op, helemaal waar ze zelf zijn en slaat zijn armen om ons heen. In onze ervaring eerst zijn Geest, die ons aan Jezus verbindt, en dan nog eens extra in Jezus zelf, zijn leven voor het onze. En kijk, mensen horen bij de levende God, werkelijk. En er is geen einde aan wat er dan kan gebeuren. Wow, dat is close…! Ontmoet de heilige Geest door Jezus, onze Heer, en je vindt jezelf terug als geliefd kind van God, helemaal aan zijn hart. Het klopt voor jou, voor mij, en voor wie allemaal nog wel niet meer? Kijk eens rond, voor haar ook, voor hem ook. God spreekt haar taal al. Misschien kun jij zijn taal ook spreken door zijn Geest.

Laten we ons hier nu eens een tijdje echt over verbazen. Als we ons richten op God, als we ons richten op elkaar, dan blijkt pas wat er kan gebeuren.

gehouden in: Amsterdam-ZW, 27 mei 2007

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *