Willen wij echt dat Jezus, de gekruisigde, ons bezielt?

Preek over Matteüs 5:10-12

orde middagdienst
welkom
votum en groet
zingen: Psalm 138
gebed
Schriftlezing 1 Petrus 4:7-19
zingen: Psalm 34,1.2.7.8
preek over Matteüs 5:10-12
zingen: Liedboek 409
geloofsbelijdenis van Nicea
zingen: Liedboek 299,1-3
gebed
mededelingen
inzameling gaven
zingen: Liedboek 301
zegen

Vanmiddag wil ik de preek maar eens de vorm van een vraag geven, een vraag waar ik zo’n twintig minuten over ga doen om haar te stellen en als vraag uit te werken. Het antwoord laat ik aan ons allemaal zelf over. We mogen het in ons leven geven, straks, vandaag, morgen, en verder. De vraag is op zich heel simpel. Willen wij echt dat Jezus, de gekruisigde, ons bezielt?

Dat kan in een kerkdienst een vreemde vraag lijken. Natuurlijk willen alle christenen hier zich laten bezielen door Jezus. Waarom kom je anders naar een kerk? Toch is het de moeite waard de vraag maar eens serieus te stellen. Al is het alleen al omdat Jezus zelf aangeeft dat je als christen grote kans loopt uitgescholden, vervolgd en van allerlei kwaad beticht te worden. Nee, hij zegt niet dat het altijd zo zal zijn, dat mensen altijd negatief op christenen zullen reageren. Maar er is kennelijk wel een flinke kans dat er iets gaat botsen als je je werkelijk door Jezus laat bezielen daar, buiten de kerk, in je echte leven. Wil je dat echt? Heb je desnoods een flink conflict over voor koning Jezus? Alleen dat al maakt zo’n vraag de moeite waard om eens te stellen. Ik vermijd liever conflicten en verschillen van mening. En voor ik het weet merk ik dan dat ik in contacten met mensen maar liever zwijg over Jezus, me terugtrek en niet laat merken wat ik eigenlijk vind. Wil ik dan echt dat Jezus me bezielt?

En dat is nog bepaald niet alle reden om zo’n vraag eens te stellen: wil ik echt dat Jezus, de gekruisigde, me bezielt? Misschien nog wel belangrijker is of ik eigenlijk wel weet waar het dan over gaat. Want het gaat nog over net iets anders dan je zomaar denkt. Wat haast vanzelf bovenkomt als je verzen als deze leest is vervolging, minachting, in ieder geval negatieve reacties op je geloof als christen. Voor je het weet gaat het dan over jou als gewone doorsnee Nederlander met jouw christelijke geloofsovertuigingen. Jij gelooft dat de levende God bestaat, anderen vinden dat maar achterlijk of vreemd. Jij gelooft dat Jezus Christus jouw Heer is, anderen vinden dat jij dat vooral zelf moet weten, maar voor hen is Jezus vooral een krachtterm en ze zouden niet weten waarom je je leven door hem zou laten bepalen. Jij gelooft dat mensen alleen door Jezus gered worden, anderen vinden dat een belachelijke en verwaande pretentie, hebben alle godsdiensten niet ergens wat?

Dat is allemaal erg vervelend, maar het zijn niet de dingen waar het Jezus zelf hier om gaat. Hij heeft het in vers 10 over vervolgd worden vanwege gerechtigheid. Daarmee neemt hij het voorgaande samen in één uitdrukking: gerechtigheid. Gerechtigheid betekent dat je het rechte, het echt goede doet, dat wat past bij jouw verhouding met God en mensen. En dat is in het voorgaande nu net beschreven. Bij die gerechtigheid hoort dat je nederig van hart bent, dat je bedelt om je leven in totale afhankelijkheid van God. Er hoort bij dat je treurt om alles wat kapot is, dat je zachtmoedig bent, hunkert naar de dag dat God alles recht zal zetten, dat je barmhartig bent, zuiver van hart en een vredestichter. Wie zo is, die is rechtvaardig, die doet het rechte.

Dat gaat allemaal echt niet maar om het eenvoudige gegeven dat jij wat christelijke geloofsovertuigingen hebt, dat jij toevallig christen bent of dat jij probeert andere mensen, al dan niet onhandig, van de waarheid van het christelijk geloof te overtuigen. Dit is veel dieper, het raakt de vraag of jij een echt goed mens bent, iemand die op Jezus zelf lijkt. Wil je je echt door Jezus, de gekruisigde, laten bezielen? Wil je gelukkig worden door en met hem? Ja? Dan gaat het bij Jezus plotseling over jou als over een nederig, kwetsbaar, zachtmoedig, eerlijk, barmhartig, zuiver mens, uit op vrede. Over jou als over een mens die bij en met hem je eigen bezit, geluk, recht, eer en macht wilt opgeven en alles uit zijn handen ontvangen. Vervolgd worden om de gerechtigheid is hier heel diep dat het je moeilijk gemaakt wordt omdat je door Jezus zelf een werkelijk goed mens wordt, zo als hij dat net beschreven heeft, klein en kwetsbaar, maar werkelijk goed, net als Jezus zelf.

Net als Jezus zelf. Ik heb al eerder gezegd dat je in die verzen 3-10 hier een nauwkeurig portret van Jezus zelf aantreft. Hij geeft zichzelf zo aan ons en aan iedereen en wil ons gelukkig maken zoals hij is. Het is dan ook niet voor niets zo dat Jezus zelf zijn woorden in vers 11 en 12 toespitst op zichzelf: gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Ergens onthult Jezus in dat omwille van mij waar het in de voorgaande acht verzen om ging: om hem namelijk. Mensen die zich door hem laten bezielen maakt hij net zo als hij zelf is, en dit zijn de punten waarop hij aan hen werkt. Door zijn Geest wordt Jezus de binnenkant van hun leven, hun doen en laten, hun opstelling, van wie ze zijn. Het is Jezus’ grote werk om mensen zo te maken als hij is. Als ze dan op hem gaan lijken en het ze daarom moeilijk gemaakt wordt lijden ze om hem, de enige volmaakt goede mens. Eens te meer komt dan uit dat het Jezus er om gaat dat wij, dat zijn leerlingen gaan lijken op hem, de enige volmaakt goede mens.

Er is een heel diepe verbinding tussen Jezus en een echt goed mens zijn. Jezus’ zelfportret kan worden samengevat als gerechtigheid, het echt goede. Jezus is het zelf, niet maar een lief of lievig, nee, een echt goed mens. En alles wat hij doet is erop gericht dat wij ook zo worden. Vervolgd worden, dat het je moeilijk gemaakt wordt omwille van Jezus, hoort altijd ook te betekenen dat het je moeilijk gemaakt wordt omdat jij het echt goede doet. Er is vorig jaar een mooi boek verschenen met een titel die precies aangeeft waar het hier om gaat: Ze hebben lief, maar worden vervolgd. Niet maar: Ze zijn christenen, en worden vervolgd. Nee, ingevuld, concreet gemaakt, wie bezield wordt door Jezus wordt een goed, een liefhebbend mens gemaakt: ze hebben lief, maar worden vervolgd.

Wil je echt dat Jezus, de gekruisigde, je bezielt? De vraag zoekt deze diepte in je leven. Wil je je werkelijk tot zo’n goed mens laten vormen door hem? Een mens die het leven dag voor dag ontvangt uit Gods hand en niet meer stoer hoeft te doen? Een mens die huilen kan en kwetsbaar zijn? Een zachtmoedig mens, die een stap opzij kan doen voor anderen? Een mens die hunkert naar het volmaakt goede en de echte liefde. Een mens die, los van eigenbelang, medelijden heeft met anderen, zuiver in een eindeloos dubbelzinnige wereld, uit op vrede? Kortom, wil je werkelijk liefhebben, als de vervulling van heel je leven en al je geluk?

Daar mag je best even goed over nadenken. Nee, niet om je eens een tijdje af te vragen of je dat wel kunt. Of je niet veel te slecht bent om een goed mens te zijn. Of veel te zondig. Dat zijn bij Jezus niet echt interessante vragen. Natuurlijk ben ik veel te slecht om een goed mens te zijn. Dat weet iedereen, God ook, Jezus ook. Hij ziet me echt wel met m’n hartverlamming van de haat. Daarom is hij nu juist gekomen. En hij zegt: opstaan, lopen, kloppen, ik vergeef je, ik genees je, ik schep je opnieuw. Bij Jezus is ‘ik kan dat niet’ nooit een serieuze tegenwerping. Tenslotte kan hij het wel, en daar gaat het maar om.

Nee, nadenken over de vraag of je dat echt wel wilt, bezield worden door Jezus, de gekruisigde, moet je vooral ook doen omdat je er in deze wereld een serieus risico mee loopt. Dat is wat Jezus zelf hier ons onder de aandacht brengt. Nogmaals: het moet niet, er is geen regel dat christenen die ook als christenen, als goede mensen, leven altijd en overal vervolgd moeten worden en anders is er iets mis. Maar er is kennelijk een gerede kans dat je juist als door Jezus gevormd goed mens vervolgd wordt, uitgescholden en van allerlei kwaad beticht. Hoe reëel die kans is zie je juist aan Jezus zelf. Hij is uiteindelijk vanwege de gerechtigheid vervolgd. Hij is gekruisigd omdat hij voor slechte mensen onuitstaanbaar goed was. Of is uw oog boos, omdat ik goed ben? Zet het kwaad bloed dat ik goed ben? Dat is een vraag uit een van Jezus’ gelijkenissen. Het is ook een vraag die zijn leven stelt. En het antwoord was: kruisig hem!

Jezus zelf is uitgescholden, vervolgd en van allerlei kwaad beticht juist omdat hij het land rondging en goed deed, mensen genas, vergaf, rijk maakte, bevrijdde, het licht van het leven terug gaf. Dàt zette kwaad bloed, hoe vreemd dat ook is, de vreemde agressie van het kwaad zelf. Wil je dat deze Jezus, de hierom gekruisigde, jou bezielt? Denk daar vooral nog eens goed over na. Je loopt hetzelfde risico, juist zo.

Dat risico neemt in Nederland anno nu een andere kleur aan dan in Indonesië, Noord-Korea, een islamitische samenleving in het Midden-Oosten, of nog weer elders. Maar het is hier bepaald niet weg. Dat kun je des te beter zien als je echt de diepte van Jezus’ woorden in de gaten houdt. Het gaat hier echt niet maar over ons als doorsnee Nederlanders. Wil je werkelijk als door Jezus gevormd goed mens leven, dan loop jij ook het risico kwaad bloed te zetten omdat je goed bent. Je kunt gepest en getreiterd worden omdat je eerlijk bent. Je kunt op straat gezet worden omdat je niet mee wilt werken aan onrecht en bedrog. Je kunt bestolen en bedrogen worden door iemand die je juist probeerde te helpen. Je kunt keihard weggeduwd worden door mensen die je juist liefde wilde geven. Je kunt systematisch gepasseerd worden als je bereid bent een stap opzij te doen voor anderen. Je kunt met al je inzet genegeerd worden, zonder het kleinste bedankje. Ik houd het expres even klein, kleine voorbeelden uit het leven van kleine mensen. Zoek zelf maar eens naar eigen voorbeelden in jouw omgang met mensen, buiten de kerk, maar ook in de kerk. Jezus maakt dat onderscheid hier ook niet.

Wat je dan in ieder geval ook terugvindt is de pijn die daarbij hoort, juist bij dit soort dingen van dichtbij. Als christenen in de samenleving gemarginaliseerd worden is hoogstens vervelend, maar ons zelfbewustzijn is meestal groot genoeg om daar niet al te veel last van te hebben. Maar herinner je die keer dat je echt je eigen liefde had geïnvesteerd in die ander, dat je je oprecht kwetsbaar had opgesteld, dat je vanuit je hart geholpen had, en dat het allemaal in één keer door het putje gespoeld werd: ik wil niet meer dat je je met mij bemoeit. Dat doet zeer. En waar vind je dan de moed om het weer te doen? Om een goed mens te blijven? Wil je je dan nog steeds door Jezus laten bezielen, door Jezus de gekruisigde? Daar mag je best serieus over nadenken.

Je merkt dan vanzelf dat je ook moet nadenken over die grote, diepe emotie die we allemaal kennen, de emotie van de teleurstelling. Ze hebben lief, maar worden vervolgd. Dat is vreemd, dat is een teleurstelling. Hoe gaan we daarmee om? Zo makkelijk gooien wij dan deuren dicht, we kappen ermee, mij niet meer gezien. En voor je het weet is teleurstelling dan uitgegroeid tot verbittering. Jezus wil dat niet. Hij wil ons juist bemoedigen: joh, gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden. Neem het nu als een teken dat je bij mij goed zit als mensen zich van je afkeren omdat je goed voor ze probeert te zijn. Laat je vormen door mij. Leg je teleurstelling nog eens langs mijn meetlat. Hoe is het met jouw nederigheid, jouw afhankelijkheid van mij? Waarom treur je niet gewoon, huil je niet gewoon omdat je zo teleurgesteld bent, moet je eens kijken hoe dat oplucht. Maak jezelf juist zacht, niet hard. Hard roept hard op, zacht maakt zacht. Waarom laat je je teleurstelling je verlangen naar echt recht en echte goedheid niet groter maken? Probeer eens vanuit zuiver medelijden vrede te stichten en kijk dan nog eens.

Willen wij ons werkelijk laten bezielen door deze Jezus, de gekruisigde? Ik stel vanmiddag alleen maar de vraag. Jezus zelf wil niets liever. Hij belooft ons nog gelukkig te maken ook, desnoods midden in tegenwerking en teleurstelling, en zeker eens in zijn koninkrijk. Des te meer komt het er op aan dat we onszelf die vraag serieus stellen. Willen we werkelijk dat Jezus ons bezielt? Jezus, de volmaakt goede mens die voor ons gekruisigd is? Het antwoord op die vraag volgt onontkoombaar in jouw eigen leven, in wat je doet, in hoe je reageert, in hoe je omgaat met je teleurstellingen, in hoe je weer blij wordt, altijd weer blij wordt met Jezus, of niet. Alleen hoef je dat antwoord niet te geven. Jezus zelf is met je, alle dagen en momenten in je leven. Maar wel zal het jouw antwoord moeten zijn, jouw eigen antwoord in jouw eigen leven. Laat het een weloverwogen antwoord zijn. Amen.

gehouden in: Amsterdam-ZW, 5 november 2006

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *