Wie is Jezus?

Preek over Matteüs 16:13-16

orde morgendienst
welkom
votum en groet
gebed
zingen: Forever – Chris Tomlin
zingen: Psalmen voor Nu 6
zingen: Opwekking 268
Schriftlezing Matteüs 16:13-26
preek over Matteüs 16:13-26
zingen: NGK 62
lezen Tien Geboden
zingen: Liedboek 460
gebed
mededelingen
inzameling gaven
zingen: Opwekking 585
zegen

Hij kwam bij ons, heel gewoon, zongen we net. En het is goed om zo te zingen. Vervolgens is het ook goed om weer eens tot ons door te laten dringen dat hij in andere zin helemaal niet heel gewoon bij ons kwam. Jezus komt eerder heel erg vreemd bij ons, als een volstrekte allochtoon, dwars en merkwaardig. Wie is Jezus? Nou, in ieder geval een Jood van tweeduizend jaar gelezen, echt geen autochtone of zelfs allochtone Nederlander van nu. We zijn hier in de stad meer dan gewend aan de nodige vreemde figuren, maar zo vreemd als het gezelschap dat we hier in Matteüs even zagen komt in Amsterdam echt niet voor. Ik ga er tenminste gerust van uit dat niemand hier ooit iemand uit het Middellandse Zee gebied van tweeduizend jaar geleden is tegengekomen. Neem voor het gemak maar even de meest fantastisch niet-geïntegreerde vreemdeling die u laatst hebt meegemaakt — wie Jezus ook is, hij is vreemder dan diegene.

Dat kun je natuurlijk best proberen te ontkennen. Na zoveel eeuwen pogen Jezus in de Nederlandse samenleving te integreren zijn er in ieder geval beelden van Jezus genoeg die erg veel lijken op gewone mensen van vandaag, therapeuten, leraars, wijze mensen, helpers, dominees, priesters, theologen. De nodige vertalingen helpen je te denken dat Jezus gewoon Nederlands praat en allerlei boeken beschrijven de denkwereld van Jezus alsof hij hier ergens in Amsterdam een appartement had. Prachtig. Maar het helpt weinig. Vroeg of laat blijkt toch: Jezus is niet zomaar één van ons, zelfs, zelfs niet zomaar één van zijn eigen volks- en tijdgenoten. Hij heeft een Vader in de hemel, wie hem Messias en Zoon van de levende God noemt, noemt hij een kei. Dus behalve dat hij een Jood is van tweeduizend jaar terug komt hij kennelijk nogal van gene zijde. In ieder geval, hij is gewoon heel erg vreemd. Dat krijg je nooit weg gepoetst.

Daar laat Jezus zelf je bovendien geen ruimte voor. ‘Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en mij volgen’, lazen we. En nog de nodige vreemde woorden daarna. Wat dat allemaal ook betekent, in ieder geval zijn bij de vreemdeling Jezus de verhoudingen omgekeerd als bij alle andere vreemdelingen. Hij gaat zich niet aanpassen bij ons, hij wil dat wij ons aanpassen bij hem. Jezus laat zich niet inburgeren in Nederland, hij wil dat Nederlanders inburgeren bij hem. Christen worden en blijven betekent echt net zoiets als emigreren naar een andere cultuur en daar je leven lang leren en minder vreemd worden. Juist christenen moesten begrip hebben voor mensen met zo’n dubbel paspoort. Christenen hebben dat allemaal ook. Ze hebben gekozen voor hun nieuwe land en hun nieuwe volk, voor hun nieuwe koning, vreemd en anders, blijvend anders, maar goed, diep goed.

Hoe dan? Wie is Jezus dan? Hoe ziet hij zichzelf eigenlijk? Hoe komt hij bij ons binnen, vreemd genoeg, als iemand uit een andere cultuur en omgeving? Wat zijn de lijnen waarlangs hij ons wil laten inburgeren bij hem? Laten we vanuit het bijbelgedeelte dat we gelezen hebben eens rond luisteren verder in de bijbel. Ik ga dat doen door vijf grote vragen te stellen. Het zijn vijf vragen die horen bij nadenken over jezelf, over wie je bent, bij je oriënteren in een andere cultuur. Wie zijn wij? Waar zijn wij? Wat is het probleem? Wat is de oplossing? Waar zitten we in het proces? Wat voor antwoord merken we dat Jezus zelf op deze vragen gegeven heeft? En wat leert ons dat? Ik zal er steeds kort iets over zeggen. Ik hoop niet te kort.

Wie zijn wij? Nou ja, wat we hier in Matteüs zien is de groep van Jezus met zijn leerlingen. En daarbinnen had Jezus twaalf speciale leerlingen uitgekozen. Daar kijken wij misschien zomaar overheen, maar dat twaalftal was heel geladen. Het betekende dat Jezus zichzelf en de mensen om hem heen zag als het ware volk Israël, als de kern van het uitgekozen volk van God dat God bezig is tenslotte te verlossen. En uitgekozen word je bij God nooit om jezelf, maar altijd om anderen. Zo is dat met Israël ook. Met Abraham zullen alle mensen gezegend worden. De bevrijding die God voor Israël geeft zal bevrijding voor de wereld betekenen. Volk van God ben je altijd voor de wereld. Wie zijn wij? Voor Jezus is het antwoord op die vraag altijd: wij zijn het volk van God voor de wereld.

Van dát volk is Jezus de Koning. Petrus zegt het hier en Jezus noemt hem er een kei om. U bent de Messias, de Zoon van de levende God. De Messias, dat is de gezalfde Koning, degene die zijn volk vertegenwoordigt, die zijn volk gaat redden, die zijn volk gaat bevrijden. Jezus van Nazaret, Koning van de Joden (INRI), zo staat het straks boven zijn kruis. Daar gebeurt dat, daar bevrijdt hij zijn volk. En zo ook komt hij ons leven binnen: de koning van het volk van God voor de wereld. Hij zegt dingen als ‘volg mij’ en de enige manier om gered te worden is tegen deze Koning van de Joden te zeggen: Heer, wees koning ook over mij, is in te burgeren in zijn rijk, deel te krijgen aan zijn Geest en nog veel meer vreemde dingen.

Laten we maar goed bedenken hoe opvallend dat is voor ons, individualistische westerlingen. Jezus geeft bevrijding, redding, nieuw leven voor zijn volk. Niet maar voor losse individuen. Je wordt gered door bij zijn volk te gaan horen, door een deel van zijn lichaam te worden, door je te voegen, door jouw plaats in te nemen in dat grotere geheel. En bij zijn volk ga je horen door in geloof bij de Koning te gaan horen, door te zeggen en te leven: Jezus is Heer, samen. Laten we trouwens maar net zo goed bedenken hoe opvallend dat is voor westerse kerkmensen. Wij denken maar al te makkelijk dat het in de bijbel bij gerechtigheid door het geloof gaat om dat God weer goed op jouw persoontje is als je in Jezus gelooft. Paulus heeft nooit zoiets gedacht of kunnen denken. Hij was ook zo’n eerste eeuwse Jood. Gerechtigheid voor God, dat het goed is tussen God en jou, is er alleen voor mensen die bij Gods volk horen. Paulus’ punt was dat je na het leven en werk van Jezus niet meer bij Gods volk ging horen door je aan de Joodse wet te houden, maar door geloof in Jezus. Die vreemde Jezus. De koning van Israël.

Ik ga naar de tweede vraag. Waar zijn wij? Het gaat er dan natuurlijk niet om dat je zomaar ergens bent, in Amsterdam bijvoorbeeld. Nee, je zou kunnen denken aan het begin van de brief van de broer van Jezus, Jakobus: aan de twaalf stammen in de verstrooiing. Dan heb je meteen ook het antwoord dat Jezus en verreweg de meeste van zijn tijdgenoten zouden geven. Wie zijn wij? Wij zijn het volk van God voor de wereld? Waar zijn wij? Wij zijn in ballingschap. Ook als ze intussen weer in Israël leven geldt dat voor Jezus en zijn tijdgenoten. Een paar eeuwen eerder had Nehemia het zo gezegd (9:36): Kijk naar ons: nu zijn wij slaven! In het land dat u onze voorouders hebt gegeven, in dat land zijn wij slaven. Jezus verkondigt de boodschap dat God bezig is koning te worden en dat de slaven tenslotte worden bevrijd, maar zijn antwoord op de vraag: waar zijn wij? is daarmee des te duidelijker het antwoord: in ballingschap, in bezet gebied. De echo ervan vinden we in wat we lazen: Jezus, die zijn leerlingen zegt niet te vertellen dat hij de Messias is, eenvoudig omdat dit zou betekenen: Jezus is de echte Koning en het land bezet is door Romeinen en Herodes en die dat echt niet zullen accepteren. Jezus trekt incognito door bezet gebied, op zoek naar zijn echte tegenstander, waarover zo meteen.

Nog meer dan dat besef van bij een volk te horen is dat besef van in bezet gebied te leven of in ballingschap te zijn voor ons een vreemd besef. Het komt wel eens bij ons boven, bijvoorbeeld als kwaad ons treft dat boven onze macht gaat, maar het vormt ons leven niet, geloof ik. Wij zijn vrije mensen in het vrije Westen en wij leven zelf. Daar maken we natuurlijk ook fouten bij, en daarom is het belangrijk dat iemand als Jezus er is. Maar verder zijn we hier thuis en behoorlijk op ons gemak. Een besef van ballingschap, van hier niet thuis te zijn, van ellende, het is er als we tegen gebrokenheid oplopen die niet geheeld kan worden, maar veel mensen hebben daar niet vaak last van. Dat Jezus iemand is die Gods volk uit ballingschap thuis brengt — en dat is heel wat meer dan hun zonden vergeeft — hoe leeft dat voor ons? Zijn we daar niet veel te autochtoon voor? Juist hier is inburgeren bij Jezus niet eenvoudig voor rijke Westerlingen.

Door naar de derde vraag: wat is het probleem? Om daar maar meteen in te springen: voor Jezus is de wortel van het probleem dit, dat het Israël van zijn dagen verleid is door de beschuldiger, door de satan. In het bijzonder geldt dat voor de Joodse leiders uit zijn tijd. Dat wat het probleem is met de rest van de wereld, dat ze in de macht zijn van de overste van de wereld, dat is ook het probleem met Israël. Een groot deel van de discussies tussen Jezus en zijn tijdgenoten uit de evangeliën draait er dan ook om dat Hij hen probeert duidelijk te maken dat de echte vijand niet Rome is, of Herodes, maar de satan, de tegenstander. En als je er nog eens speciaal op let dan gaat opvallen hoe groot het aandeel is van het uitdrijven van duivels uit bezetenen in het werk van Jezus, maar ook hoe Hij soms ziekten met de duivel verbindt: mocht deze vrouw, die een dochter is van Abraham en al achttien jaar door Satan geboeid werd gehouden, mocht zij op sabbat niet uit deze boeien worden losgemaakt? (Luc. 13:16). Er is hier een enorme hoeveelheid teksten, waar ik niemand mee zal vermoeien. Wat we gelezen hebben is tenslotte duidelijk genoeg. Het eerste, het werkelijk allereerste wat Jezus moet doen als zijn reddingswerk begint, is persoonlijk de confrontatie aangaan met de echte tegenstander in de woestijn. Hij is het probleem. Hij is de bezettende macht.

Dit raakt misschien wel het meest opvallende verschil tussen het beeld dat wij van Jezus kunnen hebben en het beeld dat Hij van zichzelf had. Als wij hem vooral nemen als degene die ons van onze zonden verlost, vergeten we zomaar dat Hij degene wil zijn die ons verlost van hem die ons tot zonde verleidt, van het kwaad als agressieve, levende macht. Het gaat Hem er niet maar om dat recht gezet wordt wat fout is gegaan, het gaat Hem er om dat de bron van dat fout gaan wordt gestopt. Ik stond vorige week te praten met iemand, die zei dat wij als gereformeerden geen besef hebben van geestelijke strijd, van strijd tussen de Here Jezus en de satan. En voor zover hij daar gelijk in heeft – heeft dat niet ook daarmee te maken dat we Jezus makkelijk wel als redder van onze zonden zien, maar niet als redder uit de macht van de satan? Toch wil Hij juist dat wezen. Zonden zijn niet het probleem, ze zijn een verschijnsel, ze zijn de koorts die je krijgt van het kwaad. Dat is het echte probleem.

Dan de vierde vraag: wat is de oplossing? Die vraag aan Jezus stellen betekent weer een eenvoudig antwoord: Hij is zelf de oplossing. Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Hij gaat zijn volk redden uit de greep van de satan. Maar het is de moeite waard dit nog wat uit te werken. Want de manier waarop is apart. We hebben gelezen van de eerste overwinning van Jezus op de satan in de woestijn. Dat gevecht ging om Jezus’ dienst en het is typerend voor heel zijn leven. Je hebt honger, denk toch om jouw behoeften! Nee, ik leef van Gods woorden. Het draait niet om mij. Ik ben er om de wil te doen van Hem die mij gezonden heeft. – Pak snel succes, maak indruk, spring van dat dak af! Nee, je mag God niet uitproberen. En nooit later deed Jezus indrukwekkende wonderen om zijn publiek te imponeren voor zichzelf. – Grijp de macht, ik kan het je geven! Nee, alleen God is aanbidding waard. En nooit richtte Jezus zich op de wereldheerschappij door macht of mengde Hij zich in subversieve actie tegen de Romeinen. Jezus overwon het kwaad, niet met macht of geweld, maar door een dubbel revolutionaire methode: de andere wang, nog een mijl, het opnemen van zijn kruis. In één woord: door liefde en overgave.

Is Jezus zo ook voor ons de oplossing? Zo vaak wil ik dat Hij me eenvoudigweg van mijn zonden verlost en met macht zorgt dat ik van de satan geen last meer heb. Zo makkelijk denk ik: Jezus is toch sterker? Als ik maar bid kan Hij met toch kracht geven om te overwinnen, of te genezen, of succes te hebben? Dat grote dogma van het succes, dat ook in kerken zo’n invloed heeft: wat succes brengt, groei, uitbreiding, dat is goed – het zit ook in mij. Maar de weg van de overgave is moeilijk en lang. En al die gelukkige ongelukkigen van de zaligsprekingen wil ik niet zijn. Wat is de oplossing? Voor Jezus liefde en overgave en zo de overwinning van het kwade door het goede.

Tenslotte dan: wat is het voor tijd? waar zitten we in het proces? Voor de Here Jezus op aarde werd de tijd bepaald door het aanbreken van het koninkrijk van God in zijn werk. God was bezig zijn oude beloften te vervullen in Hem. Hij begon met: het Koninkrijk van de hemel is nabij! Hij vervolgde met: het koninkrijk is binnen handbereik. Hij zegde toe dat sommigen het mee zouden maken. En tenslotte bestemde Hij zijn leerlingen voor het koningschap zoals zijn Vader hem voor het koningschap bestemd heeft. Iedereen moest positie kiezen tegenover de Here Jezus. Hij was de redder van zijn volk uit de macht van de satan door liefde en overgave. Volg Mij, zei Hij.

Wij zijn een slag verder in de tijd. Gods koninkrijk is verder gekomen. Jezus is opgestaan. In de Heilige Geest zijn krachten van het komende rijk nu al aanwezig. Maar des te meer is het voor ons de vraag hoe wij positie kiezen tegenover de Here Jezus. Hij is de redder van zijn volk uit de ballingschap van de macht van de satan door liefde en overgave. En heel de tijd van ons leven wordt getekend door de vraag of wij Hem volgen of niet. Het zijn de laatste dagen geworden. Beslissingstijd. Vandaag beslissen, want het is vandaag de jongste dag.

Des te meer is het dus belangrijk om erop te letten wie Jezus werkelijk is. Wat voor beeld hebben wij van Jezus als redder? Klopt dat met zijn eigen beeld? Volg Mij! betekent niet: breng regelmatig je zonden bij Mij in gebed. Volg Mij! betekent: hoor bij Mij en hoor dus bij mijn volk. Het betekent: richt je op Mij in ballingschap, in bezet gebied, ik breng je thuis. Het betekent: volg Mij en niet de satan, de overste van deze wereld. Het betekent: overwin het kwade door het goede. Het betekent: volg Mij nu, want het is nu de tijd dat het geheel van Israël gered wordt. Laten we dan Hem volgen. Dan zullen we merken wat voor redder Hij is. Amen.

gehouden in: Amsterdam-ZW, 18 februari 2007

met dank aan: Tom Wright

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *