Ga es langs bij iemand die er ook bij hoort

Preek over Lucas 19:1-10

orde morgendienst
welkom
zingen: Psalm 96,1.2.6.8
zingen: Opwekking 561
stil gebed
votum en groet
zingen: Iona 20,1-3
gebed
Schriftlezing Lucas 19:1-10
preek over Lucas 19:1-10
aansluitend Elsa over Hip
zingen: YfC 188
lezen Matteüs 25:31-46
zingen: NGK 179a
gebed
mededelingen
inzameling gaven
zingen: Psalm 150 (berijming Liedboek)
zegen

We zijn hier in de gemeente met zoveel mogelijk mensen bezig met een project. Op de kringen, kleine groepen, bespreken we het eerste half jaar van 2011 dit boek. En eens in de maand houd ik een preek over een onderwerp uit het boek. Het gaat over contact hebben met mensen om je heen die geen christen zijn en dan iets vertellen over je geloof of iets doen vanuit je geloof. Ik noem een paar dingen die je in die kringen de afgelopen tijd tegengekomen zou kunnen zijn uit het boek: a. Gooi het eens over een andere boeg in je leven met de mensen naast je. Kijk nog eens opnieuw. Vaak hebben we al wel een beeld gevormd van de ander. Maar klopt dat ook? Opnieuw kijken geeft zomaar de kans echt contact te maken. b. Onder Gods zegen worden mensen meestal op een bepaalde manier christen: eerst krijgen ze een warm welkom, ze mogen er van het begin af aan bij horen, vervolgens gaan ze, vaak langzaam maar zeker meedoen, ze gaan ook geloven; tenslotte gaan ze zich ook steeds meer als christen gedragen. In het boek wordt dat aangegeven met drie Engelse woorden: belong, believe, behave. c. Contact maken met anderen kan ook heel leuk zijn: eten, drinken en vrienden maken. Ga es langs bij iemand, nodig haar bij je thuis uit, ga es met hem mee naar sport of naar de kroeg of naar… nou ja.

Die drie dingen komen mooi uit in het verhaal dat we net lazen over Jezus en Zacheüs. Het is een bekend verhaal, we hebben er vorig jaar februari ook in de dienst bij stil gestaan. Toen hebben we ons proberen te verplaatsen in de schoenen van Zacheüs: Jezus spreekt mij aan, wat doet dat met me? Nu gaan we proberen wat te leren van Jezus. Ik ga de drie dingen die ik net noemde bij langs. Eerst: kijk es opnieuw naar de mensen om je heen. Dan: het werkt tussen Jezus en Zacheüs ook zo als bij die drie Engelse woorden: belong, believe, behave. En tenslotte: Ga es langs bij iemand, nodig iemand uit, ga er es van uit dat dat erg leuk kan zijn. Het laatste punt neemt Elsa straks van me over. Ze gaat iets vertellen over een manier waarop je je daar nog extra bij kunt laten helpen.

Eerst dus: kijk es opnieuw. Daar geeft Jezus je hier een heel mooi voorbeeld van. Het gaat over Zacheüs. Hij was een rijke hoofdtollenaar. Hij was dus iemand die allerlei andere tollenaars in dienst had die voor hem het vuile werk deden. Dat werk was tol heffen, maar dan net anders dan bij ons. Wij betalen meestal tol om door een tunnel of over een rijksweg te mogen rijden. Zo betalen we dan samen de miljoenen die nodig waren om ze aan te leggen. Tol heffen in Israël in de tijd van Jezus was anders. Die tol had meer iets van onze btw. Inkomstenbelasting inden de Romeinen zelf, maar de btw besteedden ze uit aan tollenaars.

Stel het je gerust ongeveer zo voor. In Jericho was de markt waar iedereen uit de omgeving z’n spullen ging verkopen, net wat op het land verbouwd was. Stel, je komt in de stad met je ezel met twee grote manden olijven. Vervolgens moet je langs een tolhuis. De tollenaar komt naar buiten, kijkt es goed naar je olijven, en zegt: zo, die gaan wel € 500 opbrengen, betaal mij er maar 100. Je verschiet van kleur: ja maar, olijven vallen toch onder het lage btw-tarief. Kan best, zegt-ie dan, maar daar heb ik niks mee te maken. Of je betaalt of je eet je olijven zelf maar op. Vervolgens betaalde de tollenaar de 6% btw aan de Romeinen of zo, en stak de andere 14% in eigen zak, of preciezer: hij stak 4% in zijn eigen zak en 10% in de zak van iemand als Zacheüs.

Het hele systeem had veel weg van wat wij wel kennen uit films over de maffia. Wat kleerkasten met vuurwapens komen langs bij een winkelier. Wij beschermen je voor € 1000 in de maand. Zeg je: maar ik heb geen bescherming nodig, dan zeggen zij: o nee? en schieten wat van je inventaris aan gruzelementen. Vervolgens kost de bescherming € 1500. In die vergelijking was Zacheüs een soort van Godfather. En net zo goed als wij daar ‘wel een beeld bij hebben’ hadden de mensen in Jericho dat bij Zacheüs. Zacheüs was een typisch zondig mens, nu we toch Engelse woorden gebruiken vanmorgen: a proper old sinner.

Daar kwam nog iets bij, trouwens. Als je rijk werd genoemd moest je in die tijd sowieso wel een gierigaard zijn die zijn geld had gekregen over de rug van anderen, een Scrooge-achtig type, een huisjesmelker of een pandjesbaas. Je kon vermogend zijn, veel land hebben, uit een familie met vermogen komen. Dan werd je niet rijk genoemd, al was je dat in onze termen wel. Rijk werd je genoemd als je een schraper was op kosten van anderen. Arm is in de evangeliën ook zo’n soort woord. Hoe weinig geld je ook had, je was niet automatisch arm. Arm was je als het je zwaar tegen had gezeten, als je ziek was geworden, een ongeluk had gehad, als je verloren had. Zoals je ‘rijk’ kunt vervangen door ‘gierig’ kun je ‘arm’ vervangen door ‘pechvogel zijn’. Bij tollenaars kwam dit allemaal bij elkaar op. Ze waren onbeschaamde gierigaards en afpersers. Fatsoenlijke mensen meden ze als de pest.

Oké, beeld genoeg, lijkt me. Zacheüs was er ‘zo eentje’. En Jezus stopt, kijkt Zacheüs aan: Zacheüs, kom vlug naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis verblijven. Zacheüs, vandaag logeer ik bij jou. Jezus zag blijkbaar iets heel anders in Zacheüs dan een maffia-baas. En hij leert daarmee iedereen ook nog eens opnieuw kijken. Aan het eind van het verhaal zegt Jezus ook wat hij gezien heeft in Zacheüs: ook hij is een zoon van Abraham, hij was verloren, kwijtgeraakt, daarom ben ik hem gaan zoeken. Hij hoort er net zo goed bij in het volk van God, de kinderen van Abraham. En daarom wil Jezus wel bij hem horen. Dat liet je zien als je bij iemand ging logeren in die tijd: wij horen bij elkaar. Kijk eens opnieuw, dus, bij Zacheüs zie je dan een zoon van Abraham, die kwijtgeraakt is en die nu weer gevonden wordt.

Goed, wat gebeurt er nu bij jou, als je Jezus hierin volgt? Zie je dan nog die pedante medestudent die altijd wat te zeuren heeft? Zie je dan nog die collega die een typische lijntrekker is en anderen voor de klus laat opdraaien? Zie je dan nog die mislukte verslaafde of die maar al te goed geslaagde graaier? Lukt het je dan nog om te blijven zeggen: met dat sujet wil ik echt helemaal niks te maken hebben? Of zie je dan een zoon van Adam, een dochter van Eva, die kwijtgeraakt is en nodig gevonden moet worden? Wat kun je doen om die ander te laten merken dat zij, dat hij ‘er ook bij hoort’? Ga es langs bij iemand die er ook bij hoort, heb ik boven de dienst gezet. Dat ‘die er ook bij hoort’, dat leert Jezus ons hier.

Tweede punt. Zo gaat het meestal. Alles begint voor mensen met ergens bij horen. In de kerk ook. Niet alleen in de erediensten, maar ook op kring of bij je thuis. De kerk is meer dan kerkdiensten, de kerk dat ben jij. Welkom zijn, een plek krijgen, mensen ontmoeten die om je geven, energie in je steken. Belong. Jezus steekt er bij Zacheüs direct op in: ik logeer vandaag bij jou, wij horen bij elkaar. En het raakt Zacheüs kennelijk tot in het diepst van zijn ziel. Je kunt er op rekenen: vrienden had hij niet, behalve misschien wat soortgenoten. Altijd op zijn hoede zijn, ingeklemd tussen de Romeinen die dit soort parasieten ook niet hoog inschatten en zijn ondertollenaars die best ook oppertollenaar wilden worden in zijn plaats. Eerloos zijn in een samenleving waar je eer het belangrijkste was wat je had. Gemeden worden, geïsoleerd zijn. Altijd op de een of andere manier de boodschap krijgen: jij hoort er niet bij, jij bent geen zoon van Abraham, jij bent verloren in die heel andere zin van het woord.

En dan komt Jezus. Zacheüs haast zich uit zijn boom naar huis. Hij ontvangt Jezus vol vreugde bij zich thuis. Hij is gezien, eindelijk een keer gezien. Maar kennelijk gebeurt er meer. Hij ziet Jezus ook.  Het enige wat Zacheüs zegt in het verhaal begint met: Kijk, Heer. Jezus is kennelijk de Heer die te vertrouwen is, die hem niet alleen gezien en gevonden heeft, maar ook niet meer zal laten vallen. Dat is in de bijbel de diepe kern van geloven, believe. Niemand kan zeggen: Jezus is Heer, dan door de heilige Geest, schrijft Paulus verderop in de bijbel. Jezus is Heer, dat betekent: ik vertrouw op Jezus, hij is mijn beschermer, bij wie het goed met me afloopt. Laat hij het voor het zeggen hebben in mijn leven.

Dat is dezelfde Jezus die ook door wat wij zeggen en doen aan mensen om ons heen wil laten merken: ook jij bent een zoon van Adam, ook jij een dochter van Eva. Dezelfde Jezus die ook door ons mensen uitnodigt: welkom, doe mee, kom eten, ik bid ook voor jou, ik luister, vertel je verhaal, praat mee over God en geloof, al geloof je er niets van, wat kan ik voor je doen? Dezelfde Jezus die ook in ons bij mensen langs gaat om te praten, te helpen, zomaar ook om te bidden. En nee, dan zijn wij Jezus niet. Zo op een achternamiddag onder het klaarmaken van zijn huis en de maaltijd tot vertrouwen op Jezus komen, zoals Zacheüs, dat kan misschien wel alleen als het ook Jezus zelf is. Maar goed, dan duurt het misschien wel langer, ze zeggen zomaar een jaar of twaalf, maar al te vaak werkt het wel net zo: ontdekken dat Jezus te vertrouwen is, en dan gaan zeggen: hij is mijn Heer. Ja, dat gebeurt door de heilige Geest, bid er vooral veel om, maar de Geest komt sinds Pinksteren niet meer uit de hemel vallen, hij werkt ook door mensen in mensen.

En ja, het kan ook best helemaal niet werken. Dat was ook bij Jezus zelf al zo. Die rijke jongeman bleek tenslotte inderdaad een gierige jongeman. Hij kon het vertrouwen niet opbrengen om met zijn levenspatroon te breken. Verdrietig genoeg. Zo blijf je kwijt.

Belong, believe, dan nog behave, je gedragen. Zacheüs staat op en verklaart dat hij nu anders gaat leven ook. Hij gaat de helft van zijn vermogen aan de armen geven, aan de pechvogels in Jericho. En als hij iemand heeft afgeperst vergoedt hij het viervoudig. Daar moet je niet te snel langs heen lopen: nou, nou, Zacheüs gaat zich fatsoenlijk gedragen. Als wat gaat Zacheüs zich gedragen? Nou, niet maar als een nette burgerman. Hij gaat zich gedragen als degene die Jezus in hem zag, als een zoon van Abraham. Hij gaat leven naar de tora: zorgen voor de armen, diefstal niet één- of tweevoudig vergoeden maar viervoudig vergoeden (Ex. 22). Hier is werkelijk een zoon van Abraham gevonden, hij is niet meer kwijt, kijk maar.

Hetzelfde kan zomaar gebeuren als wij mensen echt gezien hebben als zonen van Adam en dochters van Eva, als echte mensen zoals wij, en als ze hebben leren vertrouwen op Jezus: kijk eens hoe ze léven als mensen. Nee, vaak niet net als wij, of net als onze groep, ze zoeken een eigen weg in het leven. Maar nu als mensen die Gods liefde hebben leren kennen, die bidden en God vereren in Jezus en door zijn Geest. Maar al te vaak kunnen we nog van alles van hen leren ook. Mensen moeten niet leren zich te gedragen als fatsoenlijke burgers of als nette gereformeerden (wat snel op hetzelfde neerkomt), ze hoeven zich niet aan ons aan te passen. Wie door Jezus gevonden is gaat zich op een nieuwe manier als mens gedragen, open, vrij, niet meer cirkelend rond jezelf en jouw behoeften.

Goed, drie dan, als je Jezus wilt volgen in je leven, doe dan iets als hij deed: ga es langs bij iemand, nodig es iemand uit, laat in ieder geval merken dat die ander er ook bij hoort. Kinderen van Adam, de zoon van God, kwijtgeraakt misschien, des te meer reden om ze te zoeken, niet maar in goede voornemens, maar in het echt. Maak daar maar iets leuks van ook. Bij Zacheüs werd het een feestmaal. Eten, bidden en beminnen is afgelopen december een slogan geworden op internet, voor een nieuwe vorm van kerk zijn. Ik denk niet dat het zo’n nieuwe vorm is. Ik hoop dat het op veel kringen hier al lang werkelijkheid is: samen eten, samen bidden en van elkaar houden. Daar kunnen nog meer mensen bij op kring, denk ik. Nodig ze rustig uit. In ieder geval kunnen ze er hier bij, straks: gemeentemaaltijd. Dat is allemaal geen zware last en dat hoeft het ook echt niet per se te worden.

Ga es kijken bij het voetbalteam waar je collega in speelt, ga met iemand mee naar de film, naar een concert. Doe es een avondje bruine kroeg met vrienden. Het hoort allemaal gewoon bij mensen zien als mensen, laten merken dat ze erbij horen, en het is echt niet heel moeilijk, of zo. Je hebt pas echt iets te delen met mensen als je ook hun leven deelt. Dat is echt niet zwaar. Met je kring meedoen met nldoet 18 en 19 maart kan ook gewoon een middag plezier met elkaar zijn en en passant wat voor anderen betekenen. Het is wat dit betreft vaak echt iets wat tussen je eigen oren zit. Iets met of voor een ander doen voelt dan als zwaar of lastig. Je kunt er ook iets leuks van maken. Verzin er ook gerust iets leuks bij. Dit soort dingen zijn meestal wat je er zelf van maakt. Je kunt niet oogsten zonder te zaaien, zingt Daniel Lohues in zijn lied over aardig doen tegen mensen die niet aardig zijn.

Laten we daar es naar luisteren. Het is een leuke bemoediging op z’n Drents.

gehouden in: Amsterdam-ZW, 27 februari 2011

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *