Echt met schone lei beginnen

Preek over zondag 51 Heidelbergse Catechismus

orde middagdienst
votum en groet
zingen: Psalm 103,1-4
gebed
Schriftlezing Matteüs 18:21-35
zingen: Psalm 90,1.5.8
preek over Zondag 51
zingen: Liedboek 48,6
geloofsbelijdenis
zingen: Psalm 41,5
gebed
inzameling gaven
zingen: Liedboek 477
zegen

Om maar eens meteen met de deur in huis te vallen: ik ben bang dat het met ons bidden om vergeving best eens zo zou kunnen gaan als het ging met een slaaf die een van zijn medeslaven tegenkwam, die hem vijfentwintighonderd gulden schuldig was. Ik krijg nog geld van je, zei hij. Het wordt tijd dat je eens over de brug komt. 2500 piek is niet niks. De ander keek hem radeloos aan: maar ik heb het niet! Nou, regel dan maar alvast een advocaat, want ik ben het meer dan zat. Niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. De slaaf liep door en telefoneerde alvast met zijn incassobureau. Toen hij thuis kwam bleek er een brief te liggen waarin hij ontboden werd bij zijn Koning. Verdraaid, daar was hij al bang voor. Maar er was geen ontkomen aan, en hij ging. Daar stond hij dan: 750 miljoen in het krijt en de koning wilde geld zien, meteen. Dan maar de vlucht naar voren: hij gooide zich op de grond voor de koning: Heer, heb medelijden, ik heb het niet! Maar geef me tijd, alstublieft, en ik maak het goed. Maar de koning zei: waarom vraag je mij om medelijden? Je had toch zelf ook geen medelijden, daarnet?

Waarom ik daar bang voor ben? Nou, omdat we bijna altijd wel netjes vragen om vergeving in ons gebed, maar daarbij maar zelden luisteren naar wat de Here Jezus ons leert bidden. Vrijwel nooit hoor je deze vijfde bede in haar geheel terugkomen in een eigen gebed. We houden het over het algemeen bij de eerste helft van de bede: vergeef ons onze schulden, punt. En dan volgt een ander onderdeel van ons gebed, of ons Om Jezus’ wil, amen. Ik sluit mezelf hier met nadruk bij in. Toen ik deze preek zat voor te bereiden voelde ik me eigenlijk best betrapt: hé, zo als de Here Jezus het leert, bid ik zelf praktisch nooit.

In het Onze Vader bestaat deze bede uit één zin. Als je het accent even iets anders legt dan we het gewend zijn is meteen duidelijk wat er bedoeld wordt: Onze Vader in de hemel, vergeef ons onze schulden zó, als ook wij vergeven hebben wie schulden heeft bij ons. We bidden dat onze hemelse Vader ons zo vergeven zal als wij elkaar vergeven hebben, toen dat zo te pas kwam.

Dat staat ook precies zo in de bijbel, tot een paar keer toe. We hebben er net dat verhaal uit Matteüs 18 over gelezen. Maar als we even wat terugbladeren in Matteüs, naar hoofdstuk 6:14v, dan zien we dat de Here Jezus juist met deze woorden zijn onderwijs over het bidden in de bergrede afsluit: als u de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar als u de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven. En volgen we daar de nootjes in onze bijbel met tekstverwijzingen, dan komen we ook nog bij Marcus 11:25v: Wanneer u staat te bidden, vergeef wat u tegen iemand mocht hebben, opdat ook uw Vader in de hemelen uw overtredingen kan vergeven. Als u echter niet vergeeft, zal ook uw Vader, die in de hemelen is, uw overtredingen niet vergeven.

Intussen: denkt u wel eens aan hoe u met anderen omgaat die u iets aangedaan hebben, wanneer u bidt Vader, vergeef me mijn zonden? Nou, ik maar zelden. Maar als ik die ander weer tegenkom, dan weet ik het meteen weer, en dan word ik meteen weer boos ook; en ik denk slechte dingen, en als ik niet uitkijk vallen er rotopmerkingen en steken onder water, of ik probeer die ander dwars te zitten. En later bid ik daar dan weer voor om vergeving, met zomaar ook iets moedeloos over me: het is weer misgegaan, mijn eigen standaardzonden zijn weer met me aan de haal gegaan. Het is net of Gods vergeving niets uithaalt in m’n leven.

Ziet u, er is dus wel een verband, verbinding tussen ons vergeven en Gods vergeven. Je merkt het gewoon. Wat wij tegen een ander hebben, en wat we niet los willen laten, het blokkeert direct het effect van Gods vergeving in ons leven. Er is de Here Jezus kennelijk nogal wat aan gelegen dat wij dat goed beseffen. Hij komt op maar weinig punten zo vaak terug als juist op dit. Daar moeten we dus echt eens apart bij stil staan.

Het eerste wat dan opvalt, is dat het er kennelijk om gaat dat wij elkaar vergeven hèbben vóór wij bij God aankloppen om vergeving. Zo is de eigenlijke tekst van deze bede in het Onze Vader: vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven hebben wie schulden heeft bij ons. Zo is het ook in Marcus 11: wanneer u staat te bidden, vergeef eerst wat u zelf tegen iemand mocht hebben, dan kan ook uw Vader in de hemelen vergeven. En laten we goed lezen: zo staat het ook in de catechismus: het bewijs van Gods genade in het besliste voornemen onze naaste te vergeven is vooraf gegaan aan de vraag: wil ons niet toerekenen. Dit bewijs moet er al zijn, anders kun je er ook niet naar verwijzen met een zoals.

Waar gaat het dan om? Wat is de houding, de situatie die er kennelijk moet zijn vóór wij bij God aankomen om vergeving? Telkens als het in de genoemde bijbelplaatsen over vergeving gaat, gaat het om vergeving in die zin, dat wij, of dat God, schuld of overtreding wegnemen, weg doen, uit de weg halen, zorgen dat het niet meer tussen ons in staat, wat ons betreft. Daar moeten we wel even goed op letten, want meestal gebruiken wij vergeving in een andere, een bredere betekenis: vergeving is dan dat het ook weer goed is tussen ons, het heeft trekken van verzoening. De catechismus bedoelt ook zo iets met vergeven en zegt dáárom dat wij het vaste voornemen hebben onze naaste van harte te vergeven. Als wij wat ons betreft uit de weg halen wat gebeurd is (vergeven zoals we dat in de bijbelplaatsen tegenkwamen) merken we dat wij het vaste voornemen hebben om ons met die ander te verzoenen (vergeven zoals in de catechismus).

Hoe dat verder ook zij, de houding, de instelling waar het hier om gaat is die van wat ons betreft dingen die gebeurd zijn uit de weg halen, met schone lei opnieuw beginnen. En dat is ook precies wat we in deze bede aan onze hemelse Vader vragen: Vader, doe wat U betreft weg wat gebeurd is en begin met ons opnieuw, met schone lei, net zo als wij onderling met schone lei willen beginnen.

Als je het zo zegt valt direct nog eens op wat het verband is tussen ons vergeven en Gods vergeven. Die verbinding ligt in het werkelijk opnieuw willen beginnen, het verleden los laten, wat gebeurd is uit de weg ruimen en samen open de toekomst tegemoet gaan. Dat vragen wij van God en het zou wel heel vreemd zijn als we dat dan intussen zelf niet zouden willen doen met elkaar. Niet vergeven, niet loslaten wat we tegen elkaar hebben, niet wat ons betreft het verleden opruimen, maar het juist vasthouden en koesteren en er op terug blijven komen betekent dat wij een stuk van ons leven vast willen houden, zelf regelen, er zelf mee klaar willen komen. En precies dat, dat vasthouden, blokkeert ons vragen om vergeving aan God. Hoe kun je dan nog echt open je leven aan Hem geven en vragen: Vader, ruim wat U betreft alles op wat tussen ons in ligt, doe onze zonden van ons weg, werp ons verleden in het diepst van de zee? Het komt onherroepelijk neer op: Vader, ruim alles op uit ons leven, behalve dat alles wat wij zelf nog regelen gaan, behalve waar wij zelf nog mee klaar willen komen. Je kunt niet werkelijk opnieuw beginnen met God als je niet bereid bent om even werkelijk opnieuw te beginnen met elkaar. Je bidt: Vader, laat ons leven met een schone lei, verscheur al uw aantekeningen van wat wij gedaan hebben, haal ons dossier door de papiervernietiger. Dat kun je eenvoudig niet oprecht bidden als je zelf met een dossier of wat van een ander op zak loopt.

Het lijkt me heel belangrijk dat we ons dat goed realiseren. En dat we het niet gaan verrekenen of weg-nuanceren met allerlei moeilijke ervaringen. Elkaar vergeven kan extreem moeilijk zijn. Wat jou betreft het boek van het verleden sluiten en weggooien, het kan je bij sommige mensen nooit helemaal lukken in dit leven. Tegen iemand die weerzinwekkende dingen heeft moeten meemaken zeggen dat hij, dat zij die ander wel moet vergeven kan goedkoop en buitengewoon hard zijn, als je niet beseft wat dat kost. Je mag de tijd nemen om moed te verzamelen en er voor jezelf uit te komen. Je mag een tijd lang deze bede bidden met iets over je van: ik geloof, Heer, kom mijn ongeloof te hulp. Maar uiteindelijk doet dat allemaal niet echt af aan hoe waar en hoe belangrijk het is dat wij inderdaad naar elkaar toe wat ons betreft uit de weg halen wat gebeurd is, het loslaten, opruimen, en met schone lei opnieuw beginnen.

Zoals ik eerder al zei: je merkt de verbinding tussen onze vergeving en Gods vergeving gewoon in je leven. Wat wij naar elkaar toe niet los kunnen laten en niet op kunnen ruimen gaat ons blokkeren in ons leven met God. Het wordt vanzelf een aanleiding tot nieuw kwaad. Het zorgt er voor dat je niet werkelijk vrijuit kunt leven vanuit de bevrijding die God geven wil. Er is maar weinig wat ons leven als christenen zo gehandicapt maakt als oud zeer, als gekoesterde frustratie. We kúnnen niet met God met schone lei opnieuw beginnen als we zelf de lei van ons leven niet helemaal uitvegen en wegdoen ook wat anderen ons hebben aangedaan.

Waar het me nu om gaat is, dat we ons dat realiseren. En dat het dus een worsteling in ons leven blijft om inderdaad ook onderling op te ruimen wat in de weg staat. God beware ons ervoor dat we ons neer zouden leggen bij verziekte verhoudingen, dat we onze pijn zouden willen vasthouden en ons gelijk of ons verongelijkt zijn zouden willen bewaren, zeker bewaren tot die ander over de brug komt. Dan plaatsen we ons in die positie waar ik mee begon: jij wilt medelijden van Mij, maar wat doe je zelf? jij wilt opnieuw beginnen met Mij, met schone lei, maar waarom veeg jij zelf je aantekeningen van anderen niet uit?

En denk er dan in die worsteling maar aan, wie ons dit heeft leren bidden. We bidden het Onze Vader met de Here Jezus mee. In deze bede kan dat alleen, doordat de Here Jezus zelf het helemaal met ons mee wil bidden. Hij heeft nooit zonde gehad of kwaad gedaan. Maar Hij wilde zich zo met ons identificeren dat Hij ons kwaad van ons over wilde nemen. Met ons mee bidt Hij, tot op de dag van vandaag: Vader, doe ons kwaad van ons weg, ruim het op. En niemand van ons kan dan vergeten dat Hij dat zelf gedaan heeft: onze zonden op het kruis gespijkerd en weg gedaan in de dood. Wat heeft Hij niet opgegeven en losgelaten? Tot zijn eigenste leven toe. Zijn pijn heeft Hij niet geteld, zijn eenzaamheid niet geacht, zijn mond niet open gedaan toen Hij geslagen en verdrukt werd – wat Hem betreft totaal ten onrechte, maar: voor ons.

Denk het je maar concreet in. Als wij onze handen vouwen en met Jezus mee gaan zeggen: Onze Vader, dan vouwt Hij zijn handen over de onze heen. Kijk maar goed. De littekens staan er nog in. Wat die littekens veroorzaakt heeft, dat kruis, dat is al onze reden om te vertrouwen dat God met ons echt met schone lei opnieuw wil beginnen, hoe vaak ook weer opnieuw. Kijk nog eens goed. Laat tot je doordringen wat er gebeurd is. Ja, dat betekent onontkoombaar dat wij alles doorstrepen en wegvegen wat er op de lei van ons leven geschreven staat over anderen. Dat kost moeite. Ja. Denk ook maar aan je eigen littekens. Dat mag best. Maar laat toch zijn handen zich vouwen over de jouwe. En ga die worsteling maar aan: opruimen, weg doen, uit de weg halen wat gebeurd is, wat jou betreft. Schoon maken die lei. Je zult zien, hoe schoner onze eigen lei wordt, des te meer zullen we bevrijd worden door Jezus Christus onze Heer. Hoe meer je uit handen kunt geven, des te meer zul je blij zijn in Hem. Hoe meer je je richt op zijn leven voor jou, des te minder zul je vastzitten aan je eigen leven en aan wat daarin gebeurd is. Hoe meer je met Jezus mee bidt, des te meer zul je ontdekken dat er inderdaad die houding in je leven is van vergeving, dat bewijs van zijn genade in ons. En met Hem mee zul je het steeds vrijmoediger leren bidden: onze Vader in de hemel, vergeef ons onze schulden zoals ook wij vergeven hebben wie schulden heeft bij ons. Amen.

gehouden in: Loenen-Abcoude, 18 februari 2001
Mijdrecht, 28 maart 2004
Utrecht-NW, 5 juli 2009

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *