Delen is vermenigvuldigen

Preek over 1 Petrus 4:10

orde avonddienst
welkom
zingen: Psalm 67
stil gebed
votum en groet
zingen: Opwekking 347
compilatie foto’s en dankpunten
zingen: NGK 141
dankgebed afgewisseld met NGK 132
Schriftlezing 1 Petrus 4:7-11
preek over 1 Petrus 4:10
zingen: Liedboek 106
mededelingen
kort gebed
inzameling gaven
zingen: Opwekking 331
zegen

Even dan, nog wat preek. We hebben gezien hoe rijk we samen zijn, we hebben gedankt voor wat we van God gekregen hebben. We hebben even geproefd van de veelsoortige gaven van God in ons leven. Voor we dan weer verder gaan met ons leven is het goed om even Petrus te horen en tot ons door te laten dringen. Veel uitleg zal er wel niet nodig zijn. Petrus is nogal tamelijk duidelijk. Waar het me even om gaat is dat we wat hij zegt echt tot ons door laten dringen. Het is dieper dan je zomaar denkt.

Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft gebruiken om de anderen daarmee te helpen. Dat snappen we meteen en ik denk dat we het er over het geheel genomen ook van harte mee eens zijn. Jij hebt een huis, je kunt er anderen in ontvangen. Jij verdient geld, je kunt er anderen in laten delen, het weggeven of het voor anderen investeren. Jij hebt tijd, je kunt er anderen aandacht in geven. Jij kunt dingen, koken, financiën regelen, zaken analyseren, organiseren, je doet het ook gratis en voor niets voor anderen. En zo maar door. Denk zo terug aan wat we gezien hebben, waar we voor gedankt hebben, en je hebt gelijk van alles te doen. Petrus roept ons ertoe op en het is logisch ook: als je merkt hoe God van jou houdt leer je zelf ook van anderen houden, als je ziet wat God voor jou over heeft houdt je in jouw leven ook over voor anderen. Gastvrijheid als een onderdeel daarvan, vanavond voor de laatste keer, is een christelijke vanzelfsprekendheid.

Toch moeten we dan nog even door luisteren naar Petrus. Hij steekt nog net een niveau dieper af. Hij zegt: zo betaamt het, zo past het bij, zo hoort het voor goede beheerders van Gods veelsoortige gaven. Ook dat is op zich best duidelijk. We hebben Gods gaven in beheer. Ze zijn dus niet maar van ons, nee, ze zijn van God en ze blijven van God. Wij krijgen ze in handen om er goede dingen mee te doen. Zo gaat hij ook verder na vers 10. God spreekt ons aan met goede woorden, hij spreekt ons vrij, stimuleert ons, richt ons weer op, bemoedigt ons. Als je dan zelf spreekt, doe met die goede woorden van God dan ook zelf goede dingen, laat ze mee klinken. Wij krijgen kracht van God, om te leven, te werken, vol te houden, onszelf weer bij elkaar te rapen, genezing en heling te vinden. Als je dan helpt, doe met die goede kracht van God dan ook zelf goede dingen, help vanuit zijn kracht.

Dat is duidelijk zat, maar het is tegelijk iets wat we echt tot ons door moeten laten dringen. Ik noem twee dingen die dan opvallen en die ik vanavond graag even mee wil geven. Vanzelfsprekend bij ons, mensen van vandaag, is dat wat jij gekregen hebt nu van jou is. Wat jij verdiend hebt met je werk is jouw eigendom. Je bezit is jouw recht. Je kunt het allemaal vrolijk weggeven of voor anderen gebruiken, maar dat is jouw keuze, de invulling die jij voor je leven kiest. Als je gastvrij bent moet jij dat weten. Als je al beheerder bent als mens, dan ben je beheerder van je eigen leven, van je eigen levensmogelijkheden, en je eigen lot. Je wordt niet geacht daarin jezelf tekort te doen. Ook wat God ons geeft wordt in die vanzelfsprekendheid zomaar meegenomen. De gave die wij van God gekregen hebben is nu van ons, toch? We danken God er vrolijk voor, want we zijn blij met het goede dat hij geeft. Maar het is nu verder van ons. Natuurlijk, we willen er best van delen, maar dat doen wij. Het is ons spul, wij beschikken erover.

Niet dus volgens Petrus. Wat je allemaal hebt en kunt, waar je blij mee bent en van genieten kunt, de mensen om je heen, de mogelijkheden die je hebt, je huis, je auto, je boeken, je inzicht en je creativiteit, het zijn allemaal gaven van God die je in beheer hebt, die van God blijven, die bedoeld zijn om mee te werken in de korte tijd die ons gegeven is nu het einde van alles nabij is. Er is alle reden om God te danken dat jij al die dingen mag gebruiken, er zogezegd het vruchtgebruik van hebt, het plezier en allerlei baat, maar in heel je leven, jezelf incluis, staat wel een kruisje gekerfd: kijk goed en je ziet dat het in feite van de levende God is allemaal. En dat bepaalt direct wat goed is om ermee te doen. Juist als je besef dat alles niet maar van jou is, maar dat jij beheerder bent, is het nog op een veel diepere manier logisch dat je je gaven gebruikte om anderen daarmee te helpen. Juist als tot je doordringt dat jij ten diepste en helemaal in heel je leven te gast bent bij God is het logisch en onontkoombaar dat je zelf ook gastvrij bent, open voor anderen, voor vreemden.

Danken voor wat God ons allemaal geeft, in gewas, in arbeid, in voedsel, in werk, in liefde, in mensen, in goede en mooie dingen, het is terecht en belangrijk. Maar net zo belangrijk is dat we nu verder gaan in het besef dat ons huis waar we zo weer in terugkeren van God is, dat de auto of de fiets waarmee we daarheen gaan niet maar simpelweg van ons is, dat de energie waar we morgen weer mee verder gaan niet iets is wat van ons is en wat we allemaal wel voor onszelf kunnen gebruiken en waarover we zelf beslissen als we ervan weg willen geven. Een fijne gemeente zijn, maar geen gastvrije gemeente zijn, het goed met elkaar hebben, maar niet gericht zijn op anderen, dat is echt een onmogelijke combinatie.

En er is nog iets wat boven komt als we deze woorden van Petrus niet maar beluisteren, maar tot ons door laten dringen. Als je niet maar te maken hebt met allerlei dingen en mogelijkheden en gaven en begaafdheden die nu van jou zijn, maar met gaven van God die jij mag beheren, dan krijg je iets heel moois te doen wat je echt samen met God mag doen. We zouden ons toch wel heel sterk vergissen als we dachten dat God van ver weg, uit zijn hemel of zo, wat gaven op aarde dropt en daar verder niet meer bij betrokken is. In wat de levende God geeft komt hij altijd zelf helemaal mee. Jij mag die gaven beheren, ze om zo te zeggen planten en water geven, maar je zult zien dat God zelf er ook mee bezig is en groei geeft. Als je zijn gaven deelt zul je merken dat bij God delen vermenigvuldigen wordt.

Je merkt dat al bij eenvoudige dingen als dat je mensen bij je thuis ontvangt en samen een goede avond hebt, of dat je van je geld weg geeft en niet alleen zelf blij bent met wat je hebt maar ook anderen blij maakt. Tot en met de kleine details van een klein leven dat je van een rol snoep veel meer plezier hebt als je ‘m deelt dan als je ‘m stilletjes zelf opeet. Maar ook als het complexer wordt werkt het zo. Petrus noemt twee voorbeelden: als je spreekt en als je helpt. Jij hebt goede woorden van God ontvangen, als je spreekt, laat die daar dan in doorklinken. De bemoediging die jij van God ontvangen hebt, laat die meeklinken als je met een ander spreekt en bemoedig zo ook haar, ook hem. Dan zie gelijk dat die goede woorden van God nog meer zijn, nog verder reiken dan je zelf al dacht. Dat kan heel concreet een bijbelgedeelte zijn dat jou weer verder hielp, maar het kan ook algemener zijn: als Christus jou weer positief in het leven heeft helpen staan kun je ook positief op anderen ingaan, als Jezus jouw hart zacht gemaakt heeft kun je zachtmoedig spreken met je vriend of vriendin en ontdekken dat het zijn of haar hart verzacht om zo benaderd te worden. Met helpen net zo. Jij wordt geholpen door God zelf, hij geeft jou zijn kracht. Help vanuit die kracht ook anderen en je ontdekt dat Gods kracht nog veel verder reikt dan jouw leven. Je merkt dat hij zelf bij je is en als je jouw energie deelt er telkens weer meer van geeft dan je dacht te hebben. Hoe meer je wat God geeft samen deelt en zo als Gods gave beheert, des te meer blijkt er in te zitten en uit te komen. Delen blijkt vermenigvuldigen en juist daarin merk je dat God zelf bij je is en op je betrokken is.

We hebben gedankt voor al het goede dat God geeft. Hij is die God van wie alle goeds komt en die geeft, eenvoudigweg en zonder verwijt. Laten we dan ook tot ons door laten dringen dat al die dingen en mensen en mogelijkheden waar we blij mee zijn niet maar passieve dingen zijn, dood kapitaal, zaken van jou, punt. Laten we er samen mee aan het werk gaan, dan zul je zien dat je steeds meer te danken krijgt omdat delen bij God vermenigvuldigt. Neem alle lijnen uit de acht diensten over gastvrijheid maar bij elkaar. De vreemde, God zelf die gastvrij is voor ons, Jezus, die ons roept en die zijn armen voor ons opent aan zijn kruis, de levende God die ons uitnodigt voor zijn feest, zonder voorbehoud, Jezus die zich verstopt in mensen en op allerlei manieren in ons leven aanwezig is. Kijk naar wat je zelf en wat we samen allemaal hebben. En neem dan van Petrus vanavond deze bemoediging maar mee: bij God wordt delen vermenigvuldigen, wees gastvrij en open en let maar eens op wat God dan doet. Laten we zingen voor hem als begin van ons leven met hem. Amen.

gehouden in: Amsterdam-ZW, 7 november 2007

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *