Achtentwintigste zondag door het jaar – Vespers

korte stilte

℣ God, kom mij te hulp,
℟ Heer, haast u mij te helpen.

Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen. Halleluja.

eerste antifoon

De HEER spreekt tot mijn heer:
‘Neem plaats aan mijn rechterhand.’

eerste psalm: Psalm 110 — De Messias is koning en priester
Hij moet koning zijn totdat ‘God alle vijanden aan zijn voeten heeft gelegd’ (1 Kor. 15:25).

De HEER spreekt tot mijn heer:
‘Neem plaats aan mijn rechterhand,
ik maak van je vijanden
een bank voor je voeten.’

Uit Sion reikt de HEER u
de scepter van de macht,
u zult heersen over uw vijanden.
Uw volk staat klaar op de dag dat u ten strijde trekt.
Op de heilige bergen, uit de schoot van de dageraad,
komt tot u de dauw van uw jeugd.

De HEER heeft gezworen, en komt op zijn eed niet terug:
‘Je bent priester voor eeuwig,
zoals ook Melchisedek was.’

De Heer aan uw rechterhand
verplettert koningen op de dag van zijn toorn.
Hij berecht de volken,
verplettert hoofden, overal op aarde,
lijken stapelen zich op.
Hij drinkt onderweg uit de beek
en dan heft hij zijn hoofd.

Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

eerste antifoon

De HEER spreekt tot mijn heer:
‘Neem plaats aan mijn rechterhand.’

tweede antifoon

Machtig zijn de werken van de HEER,
wie ze liefheeft, onderzoekt ze.

tweede psalm: Psalm 111 — Geweldig is alles wat hij doet
Groot en wonderbaarlijk zijn uw werken, Heer, onze God, Almachtige (Openb. 15:3).

Ik wil de HEER loven met heel mijn hart
in de grote kring van oprechten.
Machtig zijn de werken van de HEER,
wie ze liefheeft, onderzoekt ze.

Zijn daden hebben glans en glorie,
zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd.
Hij stelde een gedenkdag in voor zijn wonderen,
genadig en liefdevol is de HEER.

Hij gaf voedsel aan wie hem vrezen,
eeuwig gedenkt hij zijn verbond.
Hij toonde zijn volk de kracht van zijn daden
en gaf hun het land van andere volken.

Waarheid en recht zijn het werk van zijn handen,
uit al zijn regels blijkt zijn trouw,
ze zijn onwrikbaar, voor altijd en eeuwig,
gemaakt volgens waarheid en recht.

Hij heeft zijn volk verlossing gebracht,
voor eeuwig zijn verbond ingesteld.
Heilig en ontzagwekkend is zijn naam.
Het begin van wijsheid is ontzag voor de HEER,
wie leeft naar zijn wet, getuigt van goed inzicht.
Zijn roem houdt stand, voor altijd.

Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

tweede antifoon

Machtig zijn de werken van de HEER,
wie ze liefheeft, onderzoekt ze.

derde antifoon

De mens met ontzag voor de HEER
heeft liefde voor zijn geboden.

derde psalm: Psalm 112 — Het geluk van een rechtvaardig mens
Ga de weg van de kinderen van het licht. Het licht brengt goedheid voort en gerechtigheid en waarheid (Ef. 5:8-9).

Gelukkig de mens met ontzag voor de HEER
en met liefde voor zijn geboden.
Zijn nageslacht geniet aanzien in het hele land,
de oprechten worden gezegend.

Rijkdom en weelde bewonen zijn huis,
en zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd.
Hij straalt voor de oprechten als licht in het duister,
genadig, liefdevol en rechtvaardig.

Goed gaat het wie genadig is en vrijgevig,
wie zijn zaken eerlijk behartigt.
De rechtvaardige komt nooit ten val,
men zal hem eeuwig gedenken.

Voor een vals gerucht zal hij niet vrezen,
hij is standvastig en vertrouwt op de HEER.
Standvastig is zijn hart en zonder vrees.
Aan het eind ziet hij zijn vijanden verslagen.

Gul deelt hij uit aan de armen,
zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd,
hij zal stijgen in aanzien en eer.
Kwaadwilligen zien het met ergernis aan,
ze verbijten zich en verliezen de moed,
al hun plannen gaan op in rook.

Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

derde antifoon

De mens met ontzag voor de HEER
heeft liefde voor zijn geboden.

vierde antifoon

De naam van de HEER zij geprezen
van nu tot in eeuwigheid.

vierde psalm: Psalm 113 — Ieder moet die Naam aanbidden
Heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien (Luc. 1:52).

Loof, dienaars van de HEER,
loof de naam van de HEER.
De naam van de HEER zij geprezen
van nu tot in eeuwigheid.
Van waar de zon opkomt tot waar zij ondergaat,
zij geloofd de naam van de HEER.

Verheven boven alle volken is de HEER,
verheven boven de hemel zijn luister.
Wie is gelijk aan de HEER, onze God,
die hoog daar boven zijn woning heeft,
die zijn oog richt naar beneden,
wie in de hemel en op de aarde?

Hij verheft uit het stof wie berooid is,
uit het vuil tilt hij op wie alles ontbeert.
Hij laat hem wonen bij hooggeplaatsten,
bij de hoogsten van zijn volk.
De onvruchtbare vrouw laat hij wonen in het huis,
een vrolijke moeder van kinderen.

Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vierde antifoon

De naam van de HEER zij geprezen
van nu tot in eeuwigheid.

vijfde antifoon

Onze God is in de hemel,
hij doet wat hem behaagt.

vijfde psalm: Psalm 114-115:8 — De bevrijding van Israël uit Egypte
Wees je ervan bewust dat jij ook uit Egypte getrokken bent toen je deze wereld hebt opgegeven (Augustinus).

Toen Israël wegtrok uit Egypte,
het volk van Jakob dat vreemdtalige land verliet,
werd Juda zijn heiligdom,
Israël zijn koninkrijk.

De zee zag en vluchtte,
de Jordaan trok zich terug,
de bergen schrokken op als rammen,
als lammeren sprongen de heuvels op.

Waarvoor, zee, neem je de vlucht,
Jordaan, trek jij je terug?
Waarvoor, bergen, schrikken jullie op als rammen,
springen jullie, heuvels, als lammeren op?

‘Voor het aanschijn van de Heer, – beef, aarde! –
voor het aanschijn van de God van Jakob.
Hij verandert de rots in een bron,
hard gesteente in een stroom van water.’

Niet ons, HEER, niet ons,
geef uw naam alle eer,
om uw liefde, uw trouw.
Waarom zeggen de volken:
‘Waar is die God van hen?’
Onze God is in de hemel,
hij doet wat hem behaagt.

Hun goden zijn van zilver en goud,
gemaakt door mensenhanden.
Ze hebben een mond, maar kunnen niet spreken,
ze hebben ogen, maar kunnen niet zien,
ze hebben oren, maar kunnen niet horen,
ze hebben een neus, maar kunnen niet ruiken.

Hun handen kunnen niet tasten,
hun voeten kunnen niet lopen,
geen geluid komt uit hun keel.
Zoals zij, zo worden ook hun makers,
en ieder die op hen vertrouwt.

Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

vijfde antifoon

Onze God is in de hemel,
hij doet wat hem behaagt.

kapittel: 2 Korintiërs 1:3-4

Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, de Vader die zich over ons ontfermt, de God die ons altijd troost en ons in al onze ellende moed geeft.

hymne: Lucis Creator optime

O grote Schepper van het licht,
U die de wereld hebt gesticht
in ’t eerste stralen en ook thans
de dagen schijnsel geeft en glans.

De morgen en de avond bindt
met licht tezaam; de nacht begint,
weer valt het duister om ons heen,
o hoor ons smeken en geween.

Geef dat geen mens, bezwaard met kwaad,
des levens zegening ontgaat,
daar hij van ’t eeuwige niet weet
en raakt verstrikt in schuld en leed.

Wie aanklopt aan het paradijs,
ontvangt het leven als zijn prijs.
O laat ons vluchten al wat schaadt,
ons zuiveren van alle kwaad.

Getrouwe Vader, zie ons aan,
wees, Zoon van God, met ons begaan,
vertroost ons, Geest, in deze tijd,
u die regeert in eeuwigheid.

vers

℣ Laat mijn gebed voor u zijn als reukwerk,
℟ mijn geheven handen als een avondoffer.

antifoon bij de lofzang

Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.

lofzang van Maria

Mijn ziel prijst en looft de Heer,
mijn hart juicht om God, mijn redder:
hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares.
Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen,
ja, grote dingen heeft de Machtige voor mij gedaan,
heilig is zijn naam.
Barmhartig is hij, van geslacht op geslacht,
voor al wie hem vereert. —

Hij toont zijn macht en de kracht van zijn arm
en drijft uiteen wie zich verheven wanen,
heersers stoot hij van hun troon
en wie gering is geeft hij aanzien.
Wie honger heeft overlaadt hij met gaven,
maar rijken stuurt hij weg met lege handen. —

Hij trekt zich het lot aan van Israël, zijn dienaar,
zoals hij aan onze voorouders heeft beloofd:
hij herinnert zich zijn barmhartigheid
jegens Abraham en zijn nageslacht,
tot in eeuwigheid. —

Eer aan de Vader en de Zoon en de heilige Geest,
zoals het was in het begin en nu en altijd
en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

antifoon bij de lofzang

Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf.

slotgebeden

℣ Heer, ontferm u over ons.
℟ Christus, ontferm u over ons.
℣ Heer, ontferm u over ons.

Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
laat uw koninkrijk komen
en uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben.
Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij hebben vergeven
wie ons iets schuldig was.
En breng ons niet in beproeving,
maar red ons uit de greep van het kwaad.
Want aan u behoort het koningschap,
de macht en de majesteit tot in eeuwigheid. Amen.

℣ HEER, hoor mijn gebed,
℟ laat mijn hulpkreet u bereiken.

korte stilte

Verheugen wij ons in de Heer, van wie elke goede gave komt. Bidden wij met een oprecht hart tot hem: Heer, verhoor ons gebed.
Heer, Vader van al wat leeft, u hebt uw Zoon gezonden opdat overal op aarde uw naam verheerlijkt wordt; versterk het getuigenis van uw kerk onder alle volken.
Open onze oren voor de prediking van de apostelen; maak ons ontvankelijk voor de waarheid van het geloof.
Onthoud de rechtvaardigen uw liefde niet; verschaft de verdrukten recht.
Geef de gevangenen vrijheid, open de ogen van de blinden, richt de gebrokenen weer op en behoed de ontheemden.
Vervul het verlangen van allen die in uw vrede ontslapen zijn; breng hen tot het leven dat geen einde kent door de opstanding van uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen. Amen.