Jezus volgen verandert je hele leven

Preek over Lucas 18:34

orde morgendienst
votum en groet
zingen: Liedboek 7,1-3
gebod
zingen: Liedboek 7,4
gebed
Schriftlezing Lucas 18:18-34
zingen: Psalm 43
preek over Lucas 18:34
zingen: Psalm 40,1.2
gebed
inzameling gaven
zingen: Liedboek 440
zegen

Jezus is op weg naar Jeruzalem, op weg naar lijden, spot, geseling en dood, en op weg naar opstaan uit de dood. Zo moest dat. Zo hadden de profeten het geschreven.

Wij weten dat al heel lang. Wij begrijpen die woorden dan ook prima. Niet alleen omdat het achteraf altijd makkelijk praten is, maar ook dankzij het onderwijs van Jezus na zijn opstanding, al zowat tweeduizend jaar in de kerk doorgegeven. Déze woorden van Jezus zijn voor ons niet duister. We weten heel goed waar van gesproken wordt. We vinden het eigenlijk maar vreemd dat de discipelen dit níet begrepen.

Wat wij veel moeilijker te begrijpen vinden is dat verhaal van die rijke man. Als je wat boeken over Lucas doorleest zie je, wat je ook in een discussie kunt meemaken, op vereniging bijvoorbeeld. Eerst draaien we ons in allerlei bochten om overeind te kunnen houden dat die opdracht om alles te verkopen toch maar alleen voor die éne, bijzondere, heilshistorisch bepaalde rijke man geldt. Vervolgens lopen we meteen vast in de algemene conclusies die Jezus zelf er aan verbindt: dat gaat over alle mensen die geld hebben. Dan denken we nog eens aan ons eigen geld en zien vervolgens gelukkig iets staan, als dat wat bij mensen onmogelijk is mogelijk is bij God. Dan lezen we maar verder (fijn voor Petrus en zo, dat ze alles prijs gegeven hebben en nu vele malen meer ontvangen hebben), en leven we maar verder, en gebeurt er verder niets. Voor ons, West-Europese lezers anno nu kon vers 34 beter een stuk of wat verzen naar boven verplaatst worden, zo na vers 27 of zo. Wij begrijpen niets van deze dingen en dit woord blijft ons duister en wij weten niet, waarvan gesproken wordt.

Omgekeerd begrepen dezelfde leerlingen die niets van die aankondiging van Jezus’ lijden begrepen, heel veel van waar het bij die rijke man om ging. Juist omdat ze dat begrepen vroegen ze: maar wie kan dan behouden worden? Als je bij Jezus zulke dingen te horen kunt krijgen, dan gaat het bij Hem om alles, om Hem volgen met huid en haar. En daar waren ze ook mee begonnen, al hadden ze nog geen idee waar het eindigen zou. Petrus kan het zeggen: wij hèbben het onze prijs gegeven en zijn U gevolgd. Wat zij begrepen, dat blijft ons duister, en wat ons duister blijft, dat begrepen zij.

Die vreemde kruising van begrip en onbegrip viel me deze week eens op, juist bij Lucas. Anders dan de andere evangelisten zet Lucas deze twee of drie stukken tekst direct achter elkaar. Door de combinatie ontstaat dan nieuwe betekenis. Ik denk dat het de moeite waard is daar eens op te letten vanmorgen

Je zou kunnen zeggen dat de discipelen Jezus begrijpen tot op een bepaald moment, en dan afhaken. Dat met die rijke man volgen ze nog wel, dat het volgen van Jezus dingen prijsgeven betekent, dat snappen ze heel goed, maar als dat volgen van Jezus betekent dat je iemand volgt die een schandalige dood tegemoet gaat, dan haken ze af.

Juist op het moment dat die leerlingen afhaken, beginnen wij het weer te begrijpen. Tenminste, we snappen waar het over gaat. Maar als je dan terug gaat, terug naar Petrus, terug naar die rijke man, dan snappen wij het niet meer; in ieder geval vinden we het erg moeilijk om het met ons eigen leven in verband te brengen.

Dat alles in Jezus’ leven zich samentrekt in zijn lijdensgang in Jeruzalem, dat gaat de leerlingen te ver. Er zit als het ware een enorm hobbel tussen zijn leven met hen en zijn lijden, sterven en opstanding. Maar omgekeerd lijkt er voor ons ook wel zo’n hobbel te zitten tussen zijn lijden, sterven en opstanding en zijn leven op aarde. We leven vrijuit met de betekenis van zijn lijden voor ons. We beseffen dat zijn lijden ons de vrede aanbrengt en dat zijn wonden ons genezing brengen. Maar als we van daaruit terug gaan naar zijn woorden en daden bij zijn leven in Galilea en Judea, dan begrijpen we vaak niets van die dingen en blijven ze ons duister. De discipelen moeten die hobbel overkomen naar voren – en Christus helpt hen daar overheen na zijn opstanding. Maar wij moeten steeds weer die hobbel overkomen naar achteren toe.

Want hier heeft echt alles met alles te maken. Als je die verzen bij Lucas eens van voren naar achteren en van achteren naar voren leest, van vers 18 tot en met vers 34, dan zie je dat het telkens gaat om opgeven, om loslaten, om ruimte maken om alles te krijgen. Alles opgeven betekent alles winnen. Iets voor jezelf houden betekent alles verliezen.

Dat speelt bij die rijke man. Hij heeft heel veel. En dat is zijn probleem hier. Alles opgeven zou hem alles opgeleverd hebben: een schat in de hemel. Maar het lukt hem niet om Jezus te volgen op de manier die Jezus aangeeft, want hij was zeer rijk. Dat haalt Jezus ook naar voren: zij die rijk zijn.

Dat speelt bij Petrus. Met zoveel woorden: zij hebben alles prijsgegeven. Ook als dat toch wat overdreven is geweest, dan nog geeft Jezus’ reactie aan: uitstekend, zo zul je alles winnen.

Dat speelt tenslotte ook bij Jezus zelf. Via die weg van alles opgeven in lijden en dood zal hij op de derde dag opstaan. Maar hier, bij Jezus zelf, blijkt pas de echte diepte van waar het hier om gaat. Alles opgeven, ook je eer, ook je leven, ook jezelf.

Lucas zet het hier zo achter elkaar. En daarmee krijgt die aankondiging van het lijden ook iets van: hier blijkt pas hoe radicaal en hoe ingrijpend uiteindelijk dat gesprek met die rijke man en met Petrus bedoeld is. Die rijke was geen slechte rijke man. Als hij inderdaad van jongs af aan gedaan heeft wat God geboden heeft, heeft hij zijn rijkdom gedeeld en er goed mee gedaan. Maar hij gaat er kennelijk van uit dat het eeuwige leven beërven of het koninkrijk binnengaan iets is wat je er dan bij doet, wat erbij komt, en wat de rest zo laat als het is. Bij Jezus in de leer gaan betekent dan hoogstens dat je met je gegeven bezit nog anders omgaat. Dat je je inkomsten ook uitdeelt en zo. Maar zo makkelijk komt hij bij Jezus niet weg. Jezus vraagt hem zijn bezit, zijn bron van inkomsten, op te geven. Jezus komt er niet bij, Jezus zet alles op z’n kop. Jezus volgen betekent niet wat extra dingen doen, maar verandert je hele leven. Alles opgeven betekent alles winnen.

Petrus, en de andere discipelen, hebben daar iets van geproefd en het in praktijk gebracht. Maar kennelijk nog niet genoeg. Dat blijkt juist uit hun niet begrijpen van Jezus’ woorden over zijn lijden. Zij hebben hun prijs geven van van alles en nog wat kennelijk gezien als een investering voor hier. Ze wilden hun bezit wel prijs geven, maar hun leven niet. Ze verwachtten het juist bij Jezus beter te krijgen. Bezit en dergelijk achterlaten op weg naar een kroon, naar een positie, naar iets groots, dat is te begrijpen. Maar je bezit en wat je hebt en bent loslaten op weg naar een kruis, dat ging hen echt boven de pet. Dat is geen investeren, maar opgeven. Toch gaat het Jezus daar om. De schat is in de hemel en waar het om draait is het eeuwige leven. Na het lijden volgt de opstanding. Alles opgeven betekent alles winnen. De diepte van de eerdere gesprekken blijkt pas hier, als het over Jezus gaat.

Het is bij het kruis dat alle wegen rond Jezus samen komen en dat blijkt waar het allemaal om gaat. Zo zal het gebeuren want zo is het geschreven door de profeten. Dan blijkt het op deze aarde inderdaad zo te gaan dat de Zoon van de Schepper wordt opgehangen als Hij komt. Dan blijkt de intense macht van het kwaad, dat het goede probeert te overwinnen. Dan blijkt de hardheid van mensen die het allemaal om hun eigen hachje gaat. Tot op het kruis konden mensen proberen het vol te houden dat het toch nog wel ging, dat er nog wel wat aan te doen zou zijn, dat als iedereen nu eens Gods geboden ging houden, we dan een stuk betere wereld zouden hebben, dat repareren mogelijk zou moeten zijn, een extra plug-in voor een beter leven: nee, als Jezus nu eens Koning zou worden, dan zou het beter gaan. Ondenkbaar was het voor de leerlingen vóór Golgota dat het op Golgota zou uitlopen. Dat kon niet. Zo kon het niet zijn op aarde. Dat we zouden leven in een wereld waarin het kwaad goede mensen treft.

Maar het bleek wel zo te zijn. En hier doorheen te gaan bleek de enige manier om bij de opstanding, om bij Gods Koninkrijk te komen. Alleen de dood van Gods Zoon geeft toegang tot die nieuwe wereld, waarin liefde en recht de dienst uitmaken, eerlijk. Alleen het dragen, het wegdragen van kwaad, zonde en schuld maakt de weg vrij voor nieuw leven. Het blijkt allemaal veel dieper kapot dan wij uit onszelf willen toegeven. Daarom wordt het door Christus veel dieper gered dan wij verwachten. Wat in het Oude Testament al aangekondigd was blijkt hier: God geeft verzoening als het niet meer goed te maken valt, als er niet meer te betalen valt. Als je je leven vergooid hebt, als je dood moet en dood gaat, dan geeft Hij het bloed dat leven geeft. Zoals je het in de doop kunt zien: het gaat niet maar om afwassen, weer even schoon worden, het gaat om dood gaan en levend gemaakt worden en op die manier om alles opgeven om alles te winnen.

Als wij nu merken dat we vanuit Jezus’ lijden en sterven maar moeilijk meer terug komen bij de radicale woorden die Hij tegen die rijke man spreekt, dan lijkt me dat ook wij kennelijk niet beseffen hoe diep het kruis raakt. Ook wij nemen heel makkelijk, net als die rijke man, Jezus en zijn werk voor ons als iets extra’s, iets wat bij ons gewone leven komt. Christenen zijn dan mensen met een hobby. Zoals anderen naast hun werk, naast hun school, naast hun gezin iets extra’s erbij doen, zo doen wij dan wat aan geloof en kerk erbij. Wat we hebben is van ons, wie we zijn is van ons, wat we kunnen is van ons. We willen het best ook inzetten voor Jezus en het gebruiken in zijn dienst, maar het blijft allemaal van ons. En het moet ook zo blijven. Stel je voor, alles verkopen wat je hebt en het aan de armen geven… Dat mag niet waar zijn.

Maar zo makkelijk komen ook wij van Jezus niet af. Als we Hem volgen willen betekent dat juist dat er hier niets meer van ons is, maar dat alles van Hem wordt, en dat Hij uitmaakt wat we ermee te doen hebben. Als je wilt dat er iets van jou blijft, dan blijkt daarin dat je Hem niet volgen wilt. Dan blijkt daarin dat je de boodschap van Jezus’ kruis nog niet werkelijk begrijpt: het gaat niet maar om wat reparatie, om wat extra plug-ins, om wat andere, betere manieren van omgaan met een en ander. Het gaat om dood gaan en levend worden, om werkelijk prijs geven, en om werkelijk ontvangen. Tegenover de spot van alle mensen die hun leven in eigen hand willen houden.

Niets is meer van jou. Alles is van Christus. En omdat alles van Christus is kan het voor jou desnoods vuilnis zijn, dat je weggooit, of kun je het vrijuit weg geven aan wie het meer nodig heeft dan jij. Inderdaad, dat is voor rijken moeilijker dan voor armen. Maar het hoort hier wel bij elkaar. Je denkt alleen maar dat je wel begrijpt waar het over gaat in vers 34 als je intussen geen weg weet met dat verhaal van die rijke man. Wij moeten die hobbel terug over geholpen worden. Gelukkig wil Jezus dat doen. Dat blijkt hier al: Hij moedigt ook ons aan: iedereen die hier opgeeft om het Koninkrijk zal het vele malen meer terug ontvangen. En als straks de Geest gekomen is en de hele betekenis van het kruis gaat uitwerken blijkt het zo te gaan in de eerste gemeente: niets is meer van iemand, alles is van Christus. En nog zien we dat steeds weer, in de gemeente en bij mensen om ons heen, de macht van het evangelie die zich uit in delen, in gemeenschappelijkheid. Laten we dan vanmorgen nog eens extra van Lucas leren. Deze verzen hier heeft hij niet voor niets bij elkaar gezet. Het kruis reikt ver ons leven in. Alles opgeven betekent alles winnen. Iets voor jezelf houden betekent alles verliezen. Uiteindelijk omdat in het kruis blijkt dat alles van Jezus is. Amen.

gehouden in: Loenen-Abcoude, 6 april 2003
Meppel, 20 maart 2005

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *