Jezus komt langs

Preek over Lucas 24:28-31

orde morgendienst
welkom
zingen: Psalm 115,7.8
zingen: Opwekking 461
stil gebed
votum en groet
zingen Opwekking 373
gebed
Schriftlezing Johannes 20:11-18
Schriftlezing Lucas 24:13-35
preek over Lucas 24:28-31
zingen: Liedboek 481,1.4
bemoediging 2 Korintiërs 5:11-21
zingen: Psalm 51,4.5
gebed
mededelingen
inzameling gaven
zingen: Opwekking 454
zegen

We gaan weer verder met een preek over dit boekBijbel naar aanleiding van dit boek.Volg Mij In de kleine groepen in de gemeente lezen we dit boek dit voorjaar. Het gaat over waarom en hoe je je leven als christen met anderen, niet-christenen, kunt delen. Elkaar ontmoeten en in gesprek komen over Jezus, over God, over de bron van je leven. Hoe jij (net als Petrus) leert evangeliseren, staat er op de kaft. We zijn bij hoofdstuk 5. Dat heeft de verrassende titel: Probeer een ander niet te bekeren. Verrassend. Tenminste. Evangeliseren, en: een ander niet proberen te bekeren, dat vind ik, en vinden, geloof ik, de meeste mensen een verrassende combinatie. Evangeliseren ìs toch dat je een ander probeert te bekeren? Kennelijk niet, tenminste niet volgens de schrijvers van Volg Mij. Zij gaan ervan uit dat evangeliseren is dat je een ander de kans geeft zichzelf te bekeren. En dat is iets waar we best even apart bij stil mogen staan. Klopt dat wel op wat er in dat andere boek staat?

Ik doe dat vanmorgen aan de hand van een paar verzen uit Lucas’ evangelie. [lezen 28-31]. Je kunt er veel van leren. In dit boek wordt er van alles over gezegd. Maar het gaat me nu even om dit boek, en bij een heel grote lijn daarin die hier even opduikt, in vers 28. Toen ze bij het dorp aankwamen deed Jezus alsof hij verder wilde gaan. Dat betekent: … gaf Jezus de indruk dat hij verder wilde gaan. Jezus deed niet alsof. Het was de bedoeling. Hij wilde niet eigenlijk bij hen blijven. Dat blijkt verderop ook wel. Als ze hem herkennen is hij ook meteen weer weg. Kennelijk is Jezus onderweg. Hij loopt met hen op, maar hij blijft onderweg. Als ze er bij hem op aandringen komt hij even bij hen langs. Dat is het. Daarom staat dat ook boven de dienst vanmorgen: Jezus komt langs.

En dat is maar niet iets toevalligs hier. Het is heel typerend en veelzeggend. Nog meer dan het toch al was voor Jezus. Een aantal jaren lang is hij bij allerlei mensen langs gekomen. Jezus trok rond door het land. Als mensen iets riepen als ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ stopte hij even en genas een blinde of een melaatse, of meer dan één. En dan ging hij weer verder. Jezus was altijd al typisch iemand die komt en gaat. Toch is het nu anders, meer. Het is nu niet meer het komen en gaan van een rond trekkende profeet, mens onder de mensen. Het is nu meer het komen en gaan zoals de bijbel dat schetst van God zelf. Hij verschijnt en verdwijnt weer. Hij is onderweg op de vleugels van de wind.

Zo komt hij hier langs bij deze twee op weg naar Emmaüs, een dorpje even buiten Jeruzalem. En zo kwam hij ook langs bij Mirjam van Migdal in dat andere stuk dat we gelezen hebben. Hij laat zich zien aan haar. Hij is het echt. Maar ze kan niet meer met hem meelopen zoals vroeger. Houd mij niet vast, zegt hij. Laat me gaan, ik moet verder. Het is nu anders dan eerst. Eén voorbeeld is er, geloof ik, uit de evangeliën, waar Jezus vóór zijn dood ook zo optreedt. Dat is in dat verhaal over de storm op het meer. De leerlingen roeien zich een ongeluk om de boot niet te laten vergaan. Dan komt Jezus langs, lopend over het water. En ook daar geeft hij de indruk dat hij door wil lopen. Pas als de leerlingen hem erbij roepen stapt hij de boot in en stilt hij de storm. En ook daar is dat een teken dat we in Jezus niet maar een mens tegenkomen zoals je er zoveel kunt tegenkomen. Zo wind en water beheersen dat hoort bij God zelf.

En ook dat langs komen hoort bij God zelf. Hij komt bij Abraham voorbij in Genesis 18, op weg naar Sodom en Gomorra, en blijft even eten en praten. Hij komt bij Mozes langs op de berg, en later bij Elia, en als hij voorbij is spreekt hij met hen, in het voorbij gaan, en passant. Je moet er maar eens op letten als je het eerste, lange deel van de bijbel leest. De God van de bijbel is niet iemand die er is, ergens, hij is iemand die komt en gaat. Hij loopt rond in en buiten het paradijs. Hij komt eens kijken bij die toren van Babel. Hij zegt tegen Abraham: op weg, ik ga je een nieuw land wijzen. Hij gaat zijn volk voor uit Egypte. Als de profeet Ezechiël later Gods troon ziet blijkt het een troon op wielen. Psalmen bezingen hem als de God die over de aarde trekt, machtig en onoverwinnelijk, maar altijd onderweg, altijd bezig, samen met mensen, veel mensen. Hij is iemand die langs komt, die zich niet laat grijpen, niet laat vastleggen. En het belangrijkste wat hij te zeggen heeft is steeds weer iets wat hij belooft: daar gaan we heen, ik ga voorop. Ga maar op weg, ik zal er zijn.

Na zijn opstanding op Pasen zie je Jezus als het ware daarheen opschuiven, dichter naar God toe, naar zijn Vader toe. Zijn graf is leeg. Hij is al weg. Net als het allerheiligste in de tempel van het Oude Testament leeg was. God is al weg, onderweg. Altijd is er die beweging, op weg zijn, op weg naar zijn koninkrijk, naar zijn nieuwe werkelijkheid, eindelijk een goede wereld — op weg naar mensen, altijd maar meer mensen, nooit alleen naar jou of jou, altijd meer, altijd verder. En altijd stuurt hij de mensen bij wie hij langs komt er ook weer op uit. Maria moet naar zijn broeders, deze twee hier in Emmaüs moeten naar de andere leerlingen: zoals de Vader mij gezonden heeft, zend ik ook jullie. Hij gaat vooruit, hij is al daar, bij die ander. Jezus komt langs, zoals God zelf langskomt, op weg naar het land dat hij beloofd heeft. Als je iets te delen hebt over je geloof als christen, is dat het geloof in déze God, in déze Heer. Hij is bij jou langs gekomen, onderweg, en nu kom jij bij anderen langs.

Beweging, op weg, op weg naar zijn koninkrijk, het is volstrekt typerend voor Jezus. ‘Volg mij’ is de door Jezus in de evangeliën meest gebruikte uitdrukking. Maar je kunt hem niet volgen als een goeroe, die je wijze lessen geeft terwijl je stil zit te mediteren. ‘Volg mij’ betekent: ga met mij mee, volg mijn spoor, kom achter mij aan. De goede boodschap die bij Jezus hoort is de boodschap van: je mag achter mij aan komen, mee, ook eens de dood door, eeuwig leven op een goede wereld binnen; begin maar alvast met bijpassend leven, niet alleen in liefde en vrede en recht, maar ook nu zelf op weg naar anderen: zij mogen ook mee, vertel het ze maar. Vergeving van zonden betekent dat je nu vrij mag uit de gevangenis waar je door je eigen schuld in zit, hoe die er ook uitziet, al was het oom Dagoberts geldpakhuis, je mag toch mee. Bevrijding en genezing betekent: ik maak je los, ik maak je gezond, je kunt weer lopen, mee naar huis. Zo komt Jezus langs, ook hier vanmorgen via die woorden uit Lucas en Johannes.

En de oproep die daar in opgesloten zit is: bekeer je, niet maar in de zin van ‘kom tot inkeer’, ‘leer hoe het werkelijk zit’, en blijf dan zitten waar je zit — maar in de zin van: ‘keer je om’, ‘richt je op’, ‘blijf niet cirkelen om jezelf en een paar geliefden, maar open je, kom op, op weg’, ‘ga mee, sta op en loop, je kunt het, je mag het, niets kan je tegenhouden’. Jezus komt langs, hij laat je zeggen: jij mag mee, en je bekeren is dan mee gáán. Zie je, evangeliseren is mensen de kans geven zich te bekeren: je mag mee. En dan is het altijd weer aan die mensen zelf. God dringt zich niet op. Hij dwingt mensen niet mee te gaan, hij manipuleert niet, hij wil dat mensen echt zelf meegaan en meedoen, zoals hij dat van het begin af aan heeft gewild: hij zegende de mensen, op weg, met veel, vul de aarde en verzorg haar. Kom op, de dood en de angst en de kramp en de prestatiedruk, je gebrek, je handicap, je ziekte, wat je beklemt en je op jezelf richt is overwonnen, sta op, je mag helemaal overnieuw beginnen in een echt goede wereld. Geloven is vertrouwen op Jezus dat hij je daar ook zal brengen, daarom is geloven tegelijk hopen op God, en dus in liefde in beweging komen, op weg, met Jezus mee. Jezus komt langs. Hij is op weg.

En zo stuurt hij zijn leerlingen ook op weg en net zo zijn christenen. Hij komt bij ons langs en zegt: ik houd van je, je mag met me mee, en dan gaat hij weer verder, op weg naar anderen. Ga met hem mee en vertel ook hun: Jezus houd van je, je mag met hem mee; en geef dat vooral door, want die anderen mogen ook mee. Wat er ook is gebeurd, gedaan, vernield en kapot gegaan, je mag mee. Draai je om, richt je op, sta op. En dan mag ook jij weer verder gaan, op weg naar anderen. Soms gaan mensen met je mee, nu zelf ook op weg, soms ook niet. Het is altijd weer aan de ander. God dringt zich niet op, doe jij het ook niet. God manipuleert niet, doe jij het ook niet. Jezus komt langs. Hij is liefde. In jou komt Jezus langs. Hij is liefde en respecteert mensen, volledig. Evangeliseren is bij mensen langs komen, een gesprek, een serie gesprekken, een maaltijd, een cursus desgewenst, als mensen mee willen hen leren dat ook te doen en verder gaan, en als ze niet mee willen toch verdergaan.

Ook dat laatste: toch verder gaan. Misschien vind je dat wel vreemd, of moeilijk (moet ik echt niet meer doen om haar mee te krijgen?), of heel erg vreselijk onmogelijk moeilijk (kan ik dan echt helemaal niets meer doen om mijn kind, mijn vriend, mee te krijgen?), maar het hoort wel heel diep bij liefde anderen zichzelf te laten zijn, eigen keuzes te gunnen, ook als het volgens jou verkeerde keuzes zijn. Juist als je in Jezus’ naam mag zeggen: ik houd van jou, ga mee; juist als je het door Jezus geleerd ook zelf mag menen: ik houd van jou, ga mee, is het pijnlijk, soms onmogelijk pijnlijk als die ander niet mee gaat. Dan deel je in Gods eigen pijn. Maar iemand ontvoeren en zo meenemen is geen liefde. Iemand zo doodknuffelen dat-ie geen andere kant meer op kan dan de jouwe, is geen liefde. Iemand voortduwen jouw richting op, is geen liefde. Juist echte liefde kan pijn doen, is kwetsbaar.

Jezus is op weg. Hij is liefde. Hij komt langs bij ons en stuurt ons langs bij anderen. Niet om te blijven, maar om verder te gaan, ook naar anderen. Kom mee, je mag mee, je kunt mee. Maar als mensen niet willen stopt het en moet je verder gaan. Je moet er maar eens op letten hoe dit Jezus’ eigen leven op aarde tekent. Mensen komen naar hem toe, maar ze gaan ook weer. Willen jullie ook niet weggaan? vraagt hij zijn leerlingen? Jezus kijkt die rijke jongeman aan en hij krijgt hem lief, maar hij laat hem wel gaan. Als mensen jullie niet willen ontvangen, zegt Jezus tegen zijn leerlingen als hij hen er op uit stuurt, schud het stof van je voeten en ga verder. In Handelingen lezen we dat Paulus dat ook doet. Als de Joden in Antiochië hem gaan vervolgens schud hij het stof van zijn voeten en gaat naar Ikonium. Als ze het in Tessalonica weer doen vertrekt hij naar Berea. Verderop in de bijbel vind je zelfs de oproep niet meer te bidden voor mensen die echt niet willen, die zelfs weg gegaan zijn, terug, niet meer mee. Jezus komt langs, hij stuurt zijn mensen langs: ga mee, ik houd van je, ik geef je leven — maar als de mensen niet willen, gaat hij verder naar anderen.

Zelfs heel, heel in het groot is dat zo. Jezus komt een drieëndertig jaar langs in Israël, dan gaat hij weer. Als Israël niet mee wil in het gevolg van koning Jezus, gaat de goede boodschap naar de heidenen. God komt langs, Jezus komt langs, maar als je niet wilt, gaat hij verder, hoeveel pijn dat ook doet. Je proeft die pijn over Israël vooral bij Paulus. Hij wilde zelf wel afgewezen worden als zijn volk maar gered kon worden. Misschien wijst Paulus trouwens ook wel een goede weg om daarmee om te gaan: wie weet worden die mensen, je vriend, je kind, je geliefde, wel jaloers als je verder gaat en anderen uitnodigt mee te gaan. Wie weet? Jezus wijst je in ieder geval verder, door naar anderen. Zijn liefde is voor alle mensen. Als je nu eens toch stopt met al die energie in die ene te steken, die geliefde, en verder gaat naar anderen, dan volg je Jezus zelf, en wie weet…? Jezus blijft niet maar, ook niet bij jou, bij die ene of andere geliefde, hij komt langs, hij is onderweg, hij is liefde, serieus, respectvol, open, kwetsbaar.

Dus als Jezus langs komt, met je mee loopt, er even voor je is, dan is het aan jou. Wat ga je doen? Je kunt hem binnen vragen, net als deze twee mensen in Emmaüs. Je kunt hem ook weer laten gaan en verder gaan met je leven. Het is bij Jezus altijd weer net als bij een kerkdienst, net als bij een preek als deze. Hij komt bij je langs. Wat ga je doen? Je kunt nog eens achterover leunen. Die gast daar op dat podium, die kletst maar wat. Je kunt altijd aan het eind van elke kerkdienst je schouders ophalen en weggaan, doorgaan met waar je mee bezig bent. Niemand dwingt je, niemand manipuleert je, zelfs God niet. Net zo kan iedereen met wie jij praat over je geloof de schouders ophalen en weggaan, doorgaan met waar hij mee bezig is. Vreemd figuur, die collega, die buurvrouw, die, nou ja, kies maar wat. Maar hij kan ook inhouden, doorvragen: vertel, hoe zit dàt dan, ja maar… Hij kan vragen: blijf nog even, logeer hier, het is toch al avond.

Zo gaat het hier bij die twee uit Emmaüs en Jezus. En het blijkt: Jezus komt langs, hij is op weg, hij is liefde, en hij heeft geen haast. Hij is onderweg, maar hij kan best even blijven eten. Echt blijven eten. Echt er even helemaal zijn voor deze mensen. Net als dat langs komen, dat onderweg zijn, hoort het helemaal en typerend bij Jezus, èn bij God, dat hij er ook echt is als hij er dan is. Hij heeft geen haast. Hij loopt niet intussen al door, in gedachten al weer ergens anders, bezig met andere dingen en andere mensen, dat je denkt: zo, ik weet niet waar die mee bezig is, maar in ieder geval niet met mij. Als Jezus langs komt en iemand hem iets vraagt is hij er ook helemaal. En zelfs als je alleen maar kijkt, nieuwsgierig wie die Jezus is, kan hij zomaar stilstaan: vandaag moet ik bij jou logeren — ik heb je gezien, ik wil bij jou horen.

Net zo tekenend voor wie Jezus is als zijn komen en gaan, zijn op weg zijn, zijn bij mensen langs komen, is de lange serie met maaltijden die hij met mensen houdt. Ook dit begint al in zijn leven vóór zijn dood, maar het gaat nog sterker door ná zijn dood. De meeste verschijningen van Jezus na zijn opstanding hebben iets met een maaltijd of met eten. En dat zegt iets, zeker in de wereld van de bijbel. Het zegt: ik wil bij jou horen, ik neem de tijd voor je, ik ben er voor jou, laten we samen God danken en eten. En Jezus nam een brood, dankte God, brak het en deelde het uit. En die twee daar in Emmaüs ontdekten dat het Jezus was. Lucas vertelt het zo dat voor christenen die zijn boek lezen de hint duidelijk is: zo gaat het nog in het avondmaal. Maar waar het om gaat is eerder dat dit zo typerend is voor Jezus. Hij komt langs, maar heeft geen haast, hij neemt de tijd voor jou. En dan gebeurt er wat.

Misschien mag je wel terugdenken aan die allereerste maaltijd in de bijbel. De vrouw nam een vrucht van de boom, gaf die aan haar man, ze aten, en ze ontdekten dat ze naakt waren. Jezus nam brood, dankte God, brak het en deelde het, en ze ontdekten dat ze geliefd waren. In ieder geval is dat laatste waar het om gaat, ook in het avondmaal, telkens weer: als Jezus langs komt, langs, als brood en beker in de kring, is hij er ook echt voor je, proefbaar, tastbaar, en mag je zeker weten: hij houdt van mij. Wat je er ook mee doet, dat is je gegeven.

En trek het maar door. Zoals je het zelf mag ervaren mag je het ook anderen laten ervaren. Jezus komt langs — jij komt langs bij iemand, in wat voor vorm dan ook — Jezus is op weg — jij bent op weg, altijd weer naar meer, naar andere mensen — Jezus is liefde — jij mag delen in die liefde en de ander echt vragen: ga mee, en echt respecteren in wat hij kiest — Jezus heeft geen haast — jij hebt ook geen haast: neem de tijd voor de ander, wees er ook, deel echt iets van je leven, drop niet maar een boodschap, zelfs geen boeiende boodschap, maar wees er zelf, zo concreet als een maaltijd. Nog een kans om te vragen: ga mee, nog een kans om alvast te laten proeven: we zijn onderweg naar een echt goede wereld, een wereld waarin aandacht voor jou is. Jezus komt langs, daarheen is hij op weg, je mag mee. Evangeliseren is: langs gaan bij anderen, onderweg naar velen meer, in liefde mensen uitnodigen mee te gaan, in liefde hen respecteren in hun keuzes — en wie weet? —, geen haast hebben, er voor die ander zijn. Niemand is daar zo goed in als Jezus. Laten we hem bidden.

keynote

Jezus komt langs

  • Jezus is op weg
  • Jezus is liefde
  • Jezus heeft geen haast

gehouden in: Amsterdam-ZW, 22 mei 2011
Amsterdam-C, 21 augustus 2011

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *