Hoogspanning, levensgevaar

Preek over zondag 31 Heidelbergse Catechismus

orde middagdienst
votum en groet
zingen: Psalm 33,1-3
gebed
Schriftlezing Hebreeën 4:1-13
zingen: Liedboek 107
preek over Zondag 31
zingen: NGK 179a
gebed
inzameling gaven
zingen: Liedboek 7
zegen

Dit is zo’n zondag waar ik graag wat waarschuwingsbordjes bij zou plaatsen. Van die bordjes met Hoogspanning, levensgevaar, en zo. Alsof het niks is wordt hier zomaar even verband gelegd tussen wat mensen vertellen aan evangelie en het koninkrijk van God, tussen wat mensen zeggen namens de kerk en het koninkrijk van God. Als ik dan rondkijk in de kerken, ook in onze kerken, dan word ik bang. Ik zie er allerlei mensen, inclusief mezelf, rondklunzen met goedbedoelde praatjes waar geen kracht van uitgaat. Ik zie er mensen buitengesloten worden die Christus zeker niet buitensluit: groepsdiscipline van het gereformeerde clubje. En toch wordt er verband gelegd met dat immense, dat dynamische, dat gevaarlijke van het evangelie en het koninkrijk van God.

We noemen dat in de kerkelijke traditie de sleutels van het koninkrijk: de verkondiging van het heilig evangelie en de kerkelijke tucht. De bijbel spreekt op een andere manier over die sleutels, maar dat is nu niet zo belangrijk. Laten we het beeld maar gewoon zo nemen als zondag 31 het gebruikt. Dan krijg je toch iets dat wij in de verkondiging van het evangelie en in de kerkelijke tucht als het ware een sleutel steken in het slot van de deur van het koninkrijk van God. Maar dat is geen doorsnee voordeur met een Yale-slot, maar een deur onder hoogspanning waar alleen een Jezus-sleutel op past. Het zindert hier van de spanning van het kruis. En dat hanteren mensen niet. Je brandt er niet alleen je vingers aan, je wordt er helemaal door verteerd als je hier probeert zelf iets te openen of te sluiten.

De catechismus beseft daar nog iets van. Twee keer begint het antwoord met: volgens het bevel van Christus. Dat beslist hier alles. Het gaat hier niet over mensen die zelfstandig een en ander rommelen aan Gods voordeur, het gaat over mensen die Christus willen volgen, die zelf getrokken en gevormd zijn door het heilig evangelie en die dat nu nederig doorgeven. De enige echte sleutel van het koninkrijk is Jezus zelf, Jezus de gekruisigde en de opgestane, Jezus door de dood heen. Alleen wie daar iets van beseft kan deze zondag naspreken. Hoogspanning, levensgevaar.

Als het dan over verkondiging van het evangelie en over kerkelijke tucht gaat, gaat het dus over Jezus, Jezus de gekruisigde en de opgestane, Jezus door de dood heen. En als het over Hem niet gaat dan is er iemand, dan is er een kerk in flinke problemen. Je wordt zelf verteerd als je hier zelf gaat staan peuteren. Kijk maar rond, in al die kerken waar jaar in jaar uit flauwe leuterpraatjes als evangelie verkondigd zijn: een paar mensen houden een zieltogend clubje in leven op oude herinnering. Verder kun je net zo goed gewoon naar het maatschappelijk werk gaan. Dat is geen toeval. Kijk ook maar in onze eigen kerken. De werfkracht van de gereformeerde kerken is geknakt en gebroken in de jaren veertig, in de jaren zestig. We hebben tenminste onze vingers gebrand aan zuiveringsmaatregelen die met Jezus niets van doen hadden. Dat is geen toeval.

Zondag 31 spreekt hier over de verkondiging van het heilig evangelie. Dat heilig staat er terecht. Het verbindt de blijde boodschap van Jezus zo nauw mogelijk aan God zelf. Je kunt net zo goed zeggen: het goddelijk evangelie. Dat is de boodschap die leeft van Jezus de Christus, die dood geweest is en zie Hij leeft tot in alle eeuwigheid. En neem dat maar zo letterlijk als wat: het gaat hier echt om een boodschap die leeft. Zo komen we het evangelie telkens weer tegen in het Nieuwe Testament.

Eén voorbeeld hebben we ervan gelezen in Hebreeën 4: het woord van God, dat is in het Nieuwe Testament altijd het evangelie, de boodschap van God over Jezus, dat woord van God is levend en krachtig en scherper dan een tweesnijdend zwaard. Het evangelie is een vlijmscherp mes dat onze ziel fileert, onze geest uitbeent en ons hart besnijdt. Dat leven, dat levendige, dynamische, dat hoort bij Jezus, en bij niemand anders. Hij staat voor ons en toont ons zijn handen en voeten en zijn zijde, Hij neemt ons mee naar Golgota en zet ons stil aan de voet van het kruis, Hij geeft ons alles, alles wat we nodig hebben zo in handen. En al onze smoesjes en uitvluchten, al onze grootdoenerigheid en eigenwijsheid, alles wat we af zouden willen schermen en voor onszelf zouden willen houden zet Hij in het licht. Wat wil je? Hij kijkt je aan, en je merkt het gewoon: alle dingen liggen open en bloot voor zijn ogen.

Telkens als het in verkondiging over Jezus gaat, over Jezus zelf, over Jezus echt, blijkt dat leven er in te zitten. Het worden woorden die deel krijgen aan die dynamiek die je in de Evangeliën steeds weer treft in Jezus’ eigen woorden. Hij trekt mensen zijn woorden binnen en dwingt ze een keus af. Luisteren naar de Here Jezus is gevaarlijk. Het blijkt te gaan over jou en dan moet je zelf je positie bepalen. Wie oren heeft, moet luisteren. En steeds weer is het die ene keus: wil je jezelf alles laten geven, klein worden, je eigendunk opgeven, wil je leren genieten van wat God geeft, of niet? Wie niet wordt als een kind zal het koninkrijk van God zeker niet binnengaan. Alleen Jezus is de sleutel, alleen op zijn genade gaat het koninkrijk voor je open.

Als Paulus dan met die boodschap op reis gaat, met die boodschap van Jezus Christus en die gekruisigd, dan blijkt hij met die boodschap een geur van Christus te verspreiden, een tintelende levensgeur voor wie gered worden, een dodelijke damp voor wie verloren gaan (2 Korintiërs 2). Het is dezelfde dynamiek. Ze hoort bij een boodschap die leeft van Jezus. Wie ontvangen wil, die komt tot leven, wie zichzelf wil handhaven, die hardt uit in z’n dood. Het koninkrijk gaat open voor wie ontvangen wil, het sluit zich af voor wie zelf groot en sterk en goed wil zijn. Het leeft, omdat Jezus leeft.

Laten we dat levende goed in de gaten houden. Heel makkelijk wordt het koninkrijk van God iets vaags en iets statisch voor mensen. Iets als een mooie wereld ergens, met een hek erom en een poort daarin. En op die poort passen sleutels. Wij geloven dan wel niet aan Petrus bij de hemelpoort, maar iets ervan blijft toch zomaar hangen. Vergeet dat nu maar. Gods koninkrijk leeft ook van Jezus. Het is niet statisch, het is in beweging. Het komt, is al nabij en laat zich merken in kracht, in krachten van de toekomende eeuw, in dynamiek die ervoor zorgt dat niets hetzelfde kan blijven in de buurt van het evangelie.

In de kerk mogen we dit grote, levende, leven gevende, op afstand volgen. In de verkondiging, in de kerk, thuis, waar dan ook, mogen we Jezus uittekenen voor elkaar. En iedereen kan zien dat er dan beweging komt. Er zijn mensen die zich openen en er zijn mensen die zich afsluiten. Er zijn mensen die in beweging gebracht worden en er zijn mensen die verstijven en verharden. Er zijn mensen die zich toekeren en er zijn mensen die zich afkeren. Het oordeel van God zit al in het evangelie opgesloten. Je ziet het zich voltrekken, nu al in dit leven, zoals het zich definitief zal voltrekken in het toekomstige leven.

Maar als je dit levende, leven gevende niet volgt wordt de verkondiging tot een stamelende stem, een kakelende keel, en een stotterende strot. En je ziet dezelfde dynamiek zich tegen je keren. Het evangelie laat zich niet verminken, het gaat soeverein zijn eigen gang. Waar de kerk een club wordt blijkt de kandelaar in de hemel weggezet en begint het grote sterven. Alleen het echte evangelie, dat leeft van Jezus, kan dan weer leven geven. God geeft zijn evangelie wel aan mensen in handen, maar nooit uit handen. Laten we er maar op letten. Dit is echt een zondag van: hoogspanning, levensgevaar.

Het is de hoogspanning van het levende Woord die ook beslist over wat hier dan de kerkelijke tucht heet. Alles wat in het voorgaande gezegd is wordt hier concreet. Wanneer een kerk in vermaning, in aanklacht en in uitsluiting het levende evangelie niet volgt zie je die kerk tot een club worden, een eigen groep, met eigen groepscodes. Dat mag ons juist als gereformeerden wel extra aan het denken zetten. Heel makkelijk nemen we onze eigen gereformeerde overtuigingen als de maat waarlangs we iedereen meten. Dat is niet bepaald hetzelfde als het levende evangelie, dat leeft van Jezus, de gekruisigde en de opgestane. En het is bloedlink.

Zondag 31 laat merken dat te beseffen. Het gaat om hen die onder de naam van christen zich in leer of leven onchristelijk gedragen. Dat zijn geen ingewikkelde dingen die zich moeilijk laten aantonen en waar lange complexe beroepsprocedures bij nodig zijn. Het is duidelijk wat de werken van het vlees zijn, zegt Paulus. En dan noemt hij ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en magie, haatgevoelens, ruzie en afgunst, uitbarstingen van woede, eigenbelang, geschillen, partijzucht, jaloezie, drinkgelagen, zwelgpartijen en meer van dergelijke (Galaten 5). Ik maak me wijs dat hier een aantal zaken bij staan waar gereformeerden behoorlijk last van kunnen hebben. Als wij ons dan richten op andere zaken is dat bepaald gevaarlijk. Het is niet vreemd dat kerken kapot gaan als we eerst mensen geen ouderling laten worden als ze hun kinderen niet naar een gereformeerde school doen of aan onze specialiteiten niet mee doen.

We hebben ook hier te maken met een levend evangelie, met alle dynamiek die daarbij hoort. Als we dat evangelie volgen, ook in kerkelijk optreden, zullen we ook telkens weer zien dat het zijn eigen sporen trekt en ons de weg wijst in soms moeilijk situaties. Wie niet naar dit evangelie leven wil, wie niet ontvangen wil, die hardt uit ook in onchristelijke ideeën of onchristelijk leven. Wat eerst heel moeilijk kan zijn, een situatie waar je maar geen grip op krijgt, waar je je zorgen om maakt, maar meer kan niet, blijkt dan uit te groeien tot echte afkeer van God, van Jezus. Dan doet het nog zeer genoeg om mensen te moeten zeggen dat ze zich op deze manier buiten de gemeente van Christus plaatsen, maar dan laat je als kerk tenminste merken dat je beseft waar het over gaat en wat er op het spel staat.

God geeft niets uit handen aan ons. Hij is er zelf bij, bij ieder woord. En dat zet ieder woord van ons onder hoogspanning. Dat is uiteindelijk altijd de spanning van de Here Jezus zelf, de spanning van Golgota en de spanning van Pasen, er zit de dynamiek in van dood en leven, van vergeving en vernieuwing, van verandering en verheerlijking. Volgen we dit levende Woord, dan ontmoeten we krachten van het koninkrijk, volgen we het niet, dan ontmoeten we krachten van de dood. Want er is maar één sleutel die echt op het koninkrijk past en dat is de sleutel van Jezus. In Hem gaat het open en is het ons nabij. Kinderen gaan er binnen en genieten er. Amen.

gehouden in: Loenen-Abcoude i.c.m. Mijdrecht, 21 juli 2002
Soest-Baarn, 14 september 2003

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *