Bidden voor je vrienden, breng ze naar Jezus

Preek over Marcus 2:3-5

orde morgendienst
welkom
zingen: Opwekking 174
zingen: Opwekking 349
stil gebed
votum en groet
zingen: Psalm 63:2
gebed
Schriftlezing Marcus 2:1-12
preek over Marcus 2:3-5
zingen: Opwekking 461
lezen Johannes 15:1-17
gebed
mededelingen
inzameling gaven
zingen: Psalmen voor Nu  134
zegen

Bidden voor… Het is weer zondagmorgen, dus we gaan er nog maar een ronde mee verder: bidden voor je vrienden. Ik bedoel dat niet heel strikt, trouwens, je vrienden. Het gaat me eigenlijk om het netwerk dat je hebt van mensen op wie jij positief betrokken bent. De gast van sport met wie je nog een biertje dringt valt eronder, en ook de hartsvriendin van jaren. Mensen met wie je best iets wilt doen en voor wie je ook best wat doen wilt. En omdat je je bij hen betrokken voelt bid je ook voor hen. Ik ga er trouwens ook niet meteen van uit dat je vrienden christen zijn of juist dat ze geen christen zijn. Als je gedacht hebt: bidden voor je vrienden, breng ze naar Jezus, dat gaat natuurlijk over mijn vrienden die niet geloven, nee hoor, al je vrienden breng je bij Jezus in je gebed — hoop ik.

Toen ik daar wat over na zat te denken kwam vanzelf dit verhaal uit Marcus boven. Laten we dat dan ook vanmorgen maar gebruiken. Wat zou het kunnen betekenen voor jou gebed voor jouw vrienden als je tot je door laat dringen wat hier in Marcus zoal gebeurt? Die vier mensen hier brengen hun vriend letterlijk bij Jezus — tenminste, laten we daar voor het gemak maar even van uit gaan dat de verlamde hun vriend was, staat er wel niet, maar Jezus brengt je op de gedachte door hem als vriend aan te spreken. Hoe vergaat het deze vier, wat verwachten ze, wat doen ze, wat krijgen ze, bij wie komen ze eigenlijk? En wat kunnen wij daarmee als we in ons gebed vrienden van ons bij Jezus brengen, minder letterlijk, maar toch, wat verwachten wij, wat doen we, wat krijgen we, tot wie bidden wij eigenlijk? Maar goed, eerst even wat inkleuren en levendiger maken. Dan weten we gelijk weer welk verhaal we gebruiken.

Hectische tijden in en rond Kafarnaüm, dat is wel duidelijk bij het begin van Marcus. Jezus spreekt in de synagoge daar, en plotseling springt er iemand op, begint te schreeuwen: ‘Wat heb je hier te zoeken? Je wilt ons kapot maken, niet?’ Het blijkt een bezetene. Maar Jezus zegt: houd je mond en verdwijn uit die man. Ze zitten bij Petrus en ze vertellen Jezus dat zijn schoonmoeder ziek is. Hij gaat naar haar toe, pakt haar hand en ze geneest. Vervolgens brengen de mensen alle zieken en bezetenen naar hem toe. De mensen klonteren samen rond Jezus. Iedereen zoekt hem. Dan trekt Jezus zich terug en reist de regio door. Hij verkondigt, hij geneest, en hij drijft slechte geesten uit. Zelfs een melaatse geneest hij. Dan is helemaal het hek van de dam. Jezus kan zijn gezicht nergens meer laten zien of de mensen overlopen Hem. Hij trekt zich terug naar eenzame plaatsen, maar zelfs daar vinden de mensen hem.

Op een gegeven moment gaat hij incognito terug naar Kafarnaüm. Pas na een paar dagen horen de mensen dat hij ergens in een huis is. En meteen begint het weer. Mensen stromen toe, dezelfde menigte als altijd: mensen die hem willen horen, mensen die hem willen zien, mensen die hem willen aanraken, mensen die genezen willen worden, mensen die om raad komen, mensen die geholpen willen worden, mensen die eens komen kijken wat voor fenomeen dit hier wel is, mensen van de geestelijke keuringsdienst van waren, en mensen die gewoon honger hebben. Het wordt een heel gedrang, tot buiten toe staan ze in de rij.

Als je het je een beetje voorstelt, ruik je het zweet, en hoor je de opmerkingen: Hé, schuif een beetje op, ik zie niks. Ho ho, niet voordringen jij! Wij zijn eerst. Heb jij al een nummertje getrokken? 63? Nou, reken maar op vanavond. — Dan komen er nóg vier aan, nee vijf. Een hoopje verlamd mens wordt gedragen op een matje. Wat? voorgaan? Sluit maar gewoon achteraan, jullie. Dringend? Dacht je soms dat ik niks had? Maar deze mannen hebben lef. Straks is Jezus weer verdwenen, en dan ligt hun vriend nog steeds maar te liggen. Ze klimmen het dak van het huis op, en beginnen te slopen, zo ongeveer waar Jezus moet zijn. Groot kabaal natuurlijk. Zeg, zijn jullie nu helemaal betoeterd? Weet je wel wat dat kost? Maar het interesseert ze niks. Jezus moeten ze hebben. Hij zal hun vriend kunnen helpen. Ze laten hun vriend zakken door het gat. Daar is Jezus. Nu gaat er wat gebeuren. Je voelt het stil worden in het verhaal. De laatste losse steentjes tikken van het dak op de vloer. De regisseur kiest de andere camera, die binnen staat. Wat gaat Jezus zeggen? Wat gaat Hij doen?

Goed, cliffhanger hier eerst maar even. Wat verwachten deze mensen eigenlijk? Waar rekenen ze op? Nou ja, ze rekenen er op dat als er slechte geesten worden uitgedreven, als er zieken worden genezen, als er mensen met een huidziekte als melaatsheid worden genezen, er ook wel verlamde mensen kunnen worden genezen. Ze durven echt nog een stap verder te gaan. Ze horen over wat Jezus zegt en doet: bezetenen, zieken, melaatsen (meer dan ziek, echt ritueel onrein), en ze verwachten dat het dan ook de tijd is voor gehandicapten. Laat de oude profetieën dan ook maar echt werkelijkheid worden: doven horen, blinden zien, verlamden springen in het rond. Deze keer geen: dwarslaesie, tja, daar is niets aan te doen. Ze verwachten kortom dat er geen grens is aan waar Jezus je bij kan helpen, dat er bij Jezus geen hopeloze gevallen zijn, geen mensen die helaas moeten worden opgegeven, dat er geen probleem is waar Jezus van moet zeggen: helaas, daar kan ik je niet bij helpen.

Deze mensen durven echt meer van Jezus te verwachten dan ze al kennen of dan ze al gehoord hebben, concreet voor hun verlamde vriend of, wat die man zelf betreft, voor zijn eigen handicap. Dat is hun lef hier in de eerste plaats. Ze wachten niet tot er ook iets over handicaps in het nieuws over Jezus komt, ze komen en rekenen er op. Als het klopt wat we horen, dan kan Jezus hem ook helpen. Kom op dan.

Dat vind ik eigenlijk best een confronterende en stimulerende opstelling. Confronterend omdat deze mensen me voor de vraag stellen wat ik eigenlijk van Jezus verwacht. Als ik bid, als ik een vriend of een bekende van mij in gebed bij Jezus breng, waar reken ik dan op, wat verwacht ik van hem? Wat noem ik wel en wat maar niet? Wat verwacht ik bij voorbaat al niet? Die vragen blijven best de moeite waard om jezelf te stellen, ook als je eerst een rondje doet met aandacht voor de verschillen tussen dit verhaal en ons leven. Natuurlijk, Jezus loopt niet meer zoals hier op aarde rond, je kunt je vrienden dus ook niet meer zoals hier letterlijk bij hem brengen. In de tijd tussen hemelvaart en de terugkomst van Jezus, als we ‘ver van de Heer in den vreemde’ zijn, geeft hij hoogstens zo nu en dan tekens dat hij er nog is en bezig is terug te komen. Prima. Maar dat betekent niet dat we er niet op hoeven te rekenen dat Jezus ons nu meer te bieden heeft dan wat vergeving van zonden, wat geestelijke rust en zo nu en dan genezing van een toch al psychosomatische kwaal. Het mag allemaal best wat opener, een maatje meer.

Stimulerend vind ik deze mensen vervolgens omdat ze zo praktisch direct lijken te verwachten. Als het klopt wat we horen, dan kan Jezus hem ook helpen. Oké, als het klopt wat we over Jezus gehoord hebben, dan kan Jezus die vriend van ons dus ook helpen, of die vriendin, ook als die niet bepaald verlamd is, maar een heel ander soort probleem heeft. Het maakt niet uit wat voor punt het om gaat, hoe groot of klein ook. Waar je het zoal met elkaar over hebt, relaties, sport, werk, de liefde en de dood, hoe het verder gaat met je ouders, wat je sterke en zwakke punten zijn, wat je grenzen en je beperkingen die je jezelf maken, als het klopt wat wij over Jezus gehoord hebben, dan kan hij er bij helpen. Alle reden dus om maar gewoon die ander bij Jezus te brengen in gebed.

Dat doen die vier mensen hier heel letterlijk en met zoveel daden. Hetzelfde lef dat ze tonen in hun verwachting dat Jezus echt nog wel meer kan, laten ze zien in de manier waarop ze hun vriend bij hem weten te krijgen. Vol? Wachten? Welnee, ze vinden er wat op. Ze verwachten ‘out of the box’, ze doen ook ‘out of the box’. Wat ze doen past precies bij hun verlangen en bij hun verwachting. Ze zorgen er linksom of rechtsom voor dat hun vriend bij Jezus komt, letterlijk aan Jezus’ voeten komt te liggen. Wat vooral opvalt is hoe gefocust deze mensen zijn. Ze komen aan, de mensenmenigte laat hen er niet door, dan gaan ze het dak op en maken een gat in het stucwerk boven Jezus. Dat is allemaal niet zo ingewikkeld bij de huizen uit die tijd en erg groot hoefde dat gat ook niet te zijn om een hangmat verlamd mens door te laten zakken. Je moet er maar opkomen, dat is het vooral. Niet er door heen, goed, dan er over heen, maar bij Jezus komen zullen ze.

En weer denk ik dan: confronterend. Deze mensen willen hun vriend echt helemaal bij Jezus brengen. Als ik bid voor mijn vrienden, voor de mensen met wie ik iets heb, ben ik dan ook zo gefocust op Jezus? Of is het ook wel goed als ik God erbij roep voor hen? En wat maakt dat eigenlijk uit? Nou, heel vaak maakt dat net het verschil uit tussen vaag en algemeen en concreet en dichtbij. Wie is dat eigenlijk, God? Ja, positief, groot en goed, zorger voor, drager van alles. Hij weet ook alles, dus heel concreet hoef ik niet te worden als ik bid. Zorg ook voor mijn vrienden, Heer. Totdat de levende God het gezicht krijgt van Jezus blijft hij rijkelijk vaag. Iets waar je met talloze mensen best in kunt geloven, zonder er al te veel direct concrete dingen van in je leven te verwachten, en zonder er je al te veel bij voor te kunnen stellen als je bidt. Pas als Jezus opduikt komt het allemaal dichtbij en wordt het concreet. Je kijkt een ander mens in de ogen, iemand die in ieder geval nooit minder is geworden dan de man die hier spreekt en geneest, slechte geesten uitdrijft en rituele onreinheden schoonmaakt, nooit minder dan de man hier in dat huis waar je het dak van weg kan halen.

En weer ook: stimulerend. Misschien moeten wij voor ons gevoel wel eens wat plafond uit de hemel krabben, omdat er een menigte twijfels en vragen en gevoelens van afstand tussen Jezus en ons liggen, omdat hij ver lijkt en de hemel van koper. Misschien moeten wij inderdaad ons eens echt concentreren op Jezus en in hem God zoeken en niet in het algemeen. In ieder geval zoeken we in Jezus iemand die nooit minder concreet geworden is dan de man hier, om onze vrienden aan hem voor te leggen: Heer, kijk, ziet u hem, ziet u haar? Als het klopt wat we over u horen, kun u helpen.

Goed, verder, wat krijgen deze mensen? Tijd om terug te gaan naar het verhaal. Het was stil geworden, door een gat in het dak was een soort van hangmat neergekomen met een hoopje mens erin. Wat gaat Jezus doen? Marcus schrijft: Jezus zag hun geloof en zei tegen de verlamde: Vriend, uw zonden worden u vergeven.

We zijn hier weer eens bij details in de bijbel die eindeloos spreken. Jezus zag hun geloof, staat er, niet: Jezus zag zijn geloof. Jezus zag niet maar het vertrouwen van die verlamde man zelf. Hij zag dat deze vijf mensen op hem vertrouwden, meer van hem verwachten, concreet echte hulp van hem verwachten voor deze verlamde. En hij spreekt hem precies aan als hoe hij hier voor hem is komen liggen: hij zegt niet: mens, uw zonden, of broeder, uw zonden, of zoon van Abraham, uw zonden worden vergeven, of nog zo wat. Nee, deze man is hier als vriend van vier anderen, dat typeert hem. Samen vertrouwen ze op Jezus en dat ziet hij. Op hun gemeenschappelijk probleem gaat hij in. Mede omdat deze vrienden op Jezus vertrouwden loopt het verhaal zo af als het doet.

Mocht iemand zich nog afvragen of het zin heeft om voor elkaar te bidden, om mensen van wie je houdt met zoveel woorden voor Jezus neer te leggen of te zetten, denk dan vooral nog eens aan dit detail hier: Jezus zag hun vertrouwen. Dat wij gewend zijn te denken dat mensen allemaal individuen zijn en hun eigen keuzes moeten maken en alleen maar zelf voor God staan betekent nog niet dat het ook echt zo is. Jezus ziet hier in ieder geval meer dan een individu en nog vier andere individuen. Hij ziet een groep mensen die samen iets wil, die bij elkaar hoort en samen vertrouwt dat Jezus kan helpen, zelfs bij zoiets ingrijpends en definitiefs als verlamd zijn. Dus als jij of als jullie samen bidden voor een vriend en die bij Jezus brengt ziet hij ook maar niet die ene mens, maar ook jullie. En misschien luistert hij wel naar jou of naar jullie, zelfs als die vriend of vriendin zelf helemaal niet zulke uitgesproken vragen heeft aan hem. Er zijn nogal wat mensen tamelijk gehandicapt, of ziek, of verslaafd zonder het zelf in de gaten te hebben, en als je het al eens bent over het probleem dan verwachten allerlei mensen nog helemaal geen hulp van Jezus. Logisch als ze geen christen zijn, maar ik zou ook niet uitvlakken hoeveel christenen met grote problemen in hun leven rondsjouwen zonder daar serieus hulp van Jezus bij te verwachten. Dan is het toch prettig om te ontdekken dat je niet maar als individuele atomen over de aarde rondbotst, maar dat Jezus ook jouw of jullie geloof kan zien als je voor iemand bidt.

Vervolgens gaat Jezus echt helemaal met deze mensen mee, ja nog verder dan ze zelf allicht verwachtten. Ik zei net al: ze rekenen er op dat Jezus na de bezetenen en de zieken en de melaatsen ook met verlamden iets kan. Ze verwachten dat bij hem meer mogelijk is, ook voor doven en blinden en verlamden. Maar als Jezus dan reageert gaat hij meteen verder, nog veel verder: Vriend, je zonden zijn je vergeven. Alsof hij wil zeggen: je komt terecht bij mij, want ik kan zelfs het allerlaatste probleem aan, dat wat op de bodem van alles ligt, waar alle andere problemen op de een of andere manier uit voortkomen. Dat is het probleem van je zonden, met andere woorden, dat is het probleem van alles wat je doet of denkt of bent of vormt dat afstand schept tussen God, de bron van alle leven en licht en liefde, en jou. Die afstand tussen jou en de levende God, die zorgt er uiteindelijk voor dat je sterft, en alle stappen daarheen, van ziekte en onmacht en verlamming en schade en verval en vergaan.

Ook dat moet je trouwens niet al te individueel nemen, alsof zonden altijd alleen maar slechte daden zijn die jij doet. Je bent als mens altijd opgenomen in een groter geheel van andere mensen en invloeden en het is dat grotere geheel dat op afstand van God is komen te staan, al van het begin van de geschiedenis af. Deze man is niet maar door zijn eigen schuld verlamd geworden, net zo min als iemand die vandaag door een ongeluk verlamd raakt dat maar door zijn eigen schuld is. De werkelijkheid is veel te ingewikkeld voor zulke schijnbaar eenvoudige gedachten. Maar des te meer ligt op de achtergrond van alle ellende en tekort het bijbelse gegeven dat de zonde in de wereld gekomen is en door de zonde de dood. We zijn van God los geraakt en dus gaan we dood, en dat blijkt en komt uit in allerlei vorm. Dat laatste probleem, daar gaat Jezus op in, daar gaat hij iets aan doen.

Ook dit is confronterend: Je bidt voor je vriend en wat voor probleem je ook noemt, Jezus gaat dat verbinden met de laatste achtergrond van alle problemen, dat wij ons van God, van het leven zelf verwijderd hebben. Het gaat niet maar om losse dingen vragen in je gebed (genezing van die ziekte, een nieuwe baan, slagen voor een tentamen), die losse dingen staan altijd in het grotere kader van onze verhouding met God. Als God heel andere dingen met ons gebed doet dan wij gevraagd hebben, denk er maar eens aan dat hij echt vanuit een groter kader opereert. Weet ik veel of juist de verhoring van dat concrete gebed niet heel slecht zou uitpakken voor die ander?

En net zo goed is het stimulerend: Wat is makkelijker?, vraagt Jezus. En je ziet hoe het verder gaat. Als je zonden kunt vergeven kun je kennelijk echt alles oplossen. Des te meer redenen om te bidden en van Jezus’ reactie ook echt iets te verwachten. Laten we dan ook bidden.

gehouden in: Amsterdam-ZW, 2 november 2008

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *